Tachtig jaar later wacht Lea Evron uit Polen nog steeds op haar familiebezit

Restitutie Het is nooit gelukt een wet te maken voor teruggave van vooroorlogs Joods privébezit. Dat is niet alleen onwil.

Lea Evron (85) verloor bijna al haar familieleden in de Holocaust. Ze wil het huis in Polen terug waar zij samen woonden.
Lea Evron (85) verloor bijna al haar familieleden in de Holocaust. Ze wil het huis in Polen terug waar zij samen woonden. Foto Shannon Stapleton/Reuters

Families zoals die van Lea Evron leefden toen zij in januari 1935 werd geboren, overal in Polen. Gegoede Joodse fabrikanten en handelaren speelden een centrale rol in het maatschappelijk leven van vrijwel elke stad. In Zywiec, in de zuidwestelijke regio Silezië, had haar vader een bontfabriek en een pand met vier appartementen waarin drie generaties van de familie woonden, met personeel op zolder.

Tachtig jaar nadat Evron en haar familie met paard en wagen hun huis en stad ontvluchtten voor de nazi’s, probeert zij dat familiebezit nog steeds terug te krijgen. „Ik verwacht nog altijd dat het zal gebeuren”, zegt Evron aan de telefoon vanuit Queens, New York. „Het is heel simpel: als iets je onterecht is afgenomen, moet dat worden teruggegeven.”

Simpel? De Poolse teruggave van in en na de Tweede Wereldoorlog geconfisqueerd Joods eigendom is alles behalve dat. Evron heeft inmiddels een kast vol loze beloftes van Poolse politici en uitspraken van gewonnen rechtszaken verzameld. Maar ze heeft geen baksteen of cent ontvangen.

Polen, waar deze maandag de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz wordt herdacht, is de enige EU-lidstaat zonder restitutiewet waarmee de teruggave van genationaliseerd vooroorlogs privébezit is geregeld. Sinds het einde van het communisme is geen enkele regering bereid of in staat gebleken een regeling te treffen voor Joodse – en niet-Joodse – slachtoffers en nabestaanden. De kwestie is opgelopen tot een diplomatiek conflict met Israël en de VS. Nationalistische politici spelen gulzig op de controverse in. „Wij waren de grootste slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en zullen nooit toestaan dat wij anderen moeten compenseren”, zei de Poolse premier Mateusz Morawiecki vorig jaar.

In Polen zet de regering zelfs de geschiedenis naar haar hand

Belofte van Hitler

De herinneringen die Lea Evron aan de oorlog heeft, zijn van angst doordesemd. Ze weet nog hoe zij met haar moeder Regina telkens op zoek moest naar een nieuwe schuilplaats. En dat er ’s nachts mannen haar slaapkamer binnenvielen op zoek naar Joden. „Ze zetten ons tegen de muur. Ik was zo bang dat ik in mijn pyjama plaste. Ik denk dat ze daarom medelijden kregen.” Ze heeft ook warme herinneringen, aan de gewone mensen die haar met gevaar voor eigen leven hielpen onderduiken. „Ik heb mijn leven aan die Polen te danken.”

Maar toen zij met haar moeder na de oorlog terugkeerde naar Zywiec, werden ze direct geconfronteerd met de realiteit dat antisemitisme met de aftocht van de nazi’s niet uit Polen verdwenen was. „We liepen van het treinstation naar ons huis en er kwam een vrouw op ons af. Die riep: ‘Moet je kijken! Hitler beloofde ons dat hij alle Joden zou afmaken, maar daar komen ze weer’.”

Het huis waar Evron naar terugkeerde, was meteen na hun vlucht ingepikt en de nieuwe bewoners lieten haar met tegenzin op zolder slapen. Toen bleek dat de andere zestig leden van hun familie nooit meer terug zou komen, zette Regina alle bezit op Lea’s naam en vertrok uit Polen.

Decennia later maakte Evron met haar man, kinderen en kleinkinderen een reis door Polen. Ze bezocht Auschwitz, waar haar vader Zygfied en mogelijk haar zus Paulina omkwamen, en keerde terug naar haar oude huis. De bewoners wilden haar niet binnenlaten.

Het is gemakkelijk om de onwelwillendheid van Polen om slachtoffers zoals Evron tot op de dag van vandaag tegemoet te komen, toe te schrijven aan hardnekkig antisemitisme. Maar het restitutieprobleem is vele malen complexer dan dat.

Geradbraakt

Polen kwam volledig geradbraakt uit de oorlog. Niet alleen was van 90 procent van de drie miljoen Poolse Joden afgemaakt, er waren ook bijna twee miljoen etnische Polen omgekomen. De geallieerde overwinning op Duitsland bracht Polen in 1945 geen onafhankelijkheid, maar een door de Sovjet-Unie opgelegd communistisch regime dat boerderijen en fabrieken nationaliseerde, plus de woningen van mensen die er na de oorlog niet terugkeerden. Bovendien was op vredesconferenties bepaald het land een tik naar links te geven op de kaart van Europa. De Sovjet-Unie annexeerde het oosten van Polen, ter compensatie waarvoor het wat van Duitsland afgepakt grondgebied kreeg. Met dramatische volksverhuizingen en nieuwe etnische zuiveringen tot gevolg.

„Stel je voor dat de families van iedereen die daar woonde, hun voormalige bezit zouden claimen. Land waar al generaties andere mensen wonen, waar scholen en ziekenhuizen staan. Het zou een totale chaos worden”, schetst Jan Spiewak, een socioloog en activist uit Warschau.

Spiewak richtte in 2013 de vereniging ‘De stad is van ons’ op om het verzet tegen reprivatiseringen in Warschau te organiseren. In de hoofdstad waren, bij gebrek aan een nationale oplossing, chaos, corruptie en ontwrichting ontstaan rond claims van vooroorlogs bezit. „Een situatie waarvan een witteboordenmaffia van projectontwikkelaars en juristen met politieke connecties heel erg rijk is geworden, terwijl tienduizenden mensen dakloos zijn geworden”, zegt Spiewak. Hij is een atypische tegenstander van restituties: hij is links en hij is Joods.

Na de oorlog was Warschau onbewoonbaar. De helft van de bevolking was dood, bij Duitse bombardementen was 85 procent van de gebouwen vernietigd. Om wederopbouw mogelijk te maken werd bijna alle grond genationaliseerd. Na de democratische transitie wisten erven van ex-eigenaren op basis van een communistisch decreet uit 1945 hier wél beslag te leggen op grond en gebouwen.

Op een ochtend in 2013 hing in het jaren 30-gebouw met sociale huurappartementen waar Anna Thomas (60) woont een briefje aan de deur. „Er stond niet meer op dan dat we de huur voortaan naar een andere rekening moesten overmaken en dat die werd verhoogd”, vertelt ze. Eerst van 8 zloty per vierkante meter naar 14, en kort daarna naar 50. Waardoor de gepensioneerde lerares omgerekend 750 euro moest gaan betalen. „Alleen door zelf met de bewoners onderzoek te doen, kwamen we erachter dat het pand door een advocaat namens een nabestaande van de oorspronkelijke eigenaar was opgeëist en voor miljoenen doorverkocht. Later bleek dat hij die claim vervalst had”, vertelt Thomas.

Een schandaal met gefraudeerde vorderingen maakte dat restituties sinds 2017 zijn bevroren. Maar de meeste van Thomas’ buren waren toen al verdreven, omdat ze de huur niet meer konden opbrengen. Zij is achtergebleven in een spookflat waar door gebrek aan onderhoud de vloer is verzakt en schimmel op de muren staat.

Net als Spiewak windt zij zich erover op dat het er internationaal alleen oog is voor het leed van Joodse mensen die vanuit Israël en Amerika hun recht proberen te halen, zonder dat er aandacht is voor de Polen die het raakt. „Ik ben niet betrokken bij wat de Joden is aangedaan”, zegt Thomas. „Ik kan dakloos worden, terwijl mijn familie rijk was voor de oorlog. Wij hebben onze huizen ook nooit teruggekregen.” De meeste openstaande vorderingen zijn niet Joods, maar puur Pools.

Alleen maar verliezers

Jehuda Evron, Lea’s echtgenoot, heeft het gevoel dat Polen het probleem negeert tot het zichzelf oplost. Dat wil zeggen, totdat de laatste Holocaustoverlevers zijn gestorven. Jaren geleden richtte hij een belangenclub op om te helpen met claims. „Op het hoogtepunt hadden we drieduizend leden. Maar elke keer als ik een mail rondstuur, krijg ik weer tientallen meldingen dat een adres niet meer bestaat”, zegt Jehuda. „Ik denk dat inmiddels nog maar de helft in leven is. Sommigen zijn in armoede gestorven, terwijl hun Poolse eigendommen nu miljoenen waard zijn.”

Voor de Evrons „is het een kwestie van moreel principe” dat ze hun pand terugkrijgen. Maar als Jehuda hoort van de fraude en de huurders die in Warschau worden uitgezet, zegt hij. „Zolang er geen goede wetgeving bestaat om dit te regelen, zijn er alleen maar verliezers.”