Terug op de voetbalagenda: een Beneliga

Voetbal Nederlandse en Belgische clubs praten over een gezamenlijke competitie, die zowel sportief als commercieel waardeverhogend is.

Nu alleen nog op Europees niveau: Ajax-fans in Luik, tijdens een duel in de voorronde van de Champions League (2018) tussen Standard en Ajax.
Nu alleen nog op Europees niveau: Ajax-fans in Luik, tijdens een duel in de voorronde van de Champions League (2018) tussen Standard en Ajax. Foto ANP

Gezamenlijk voetballen in Nederland en België? Prima, zegt Pieter Nieuwenhuis, maar dan ook gezamenlijk praten. Als directeur van het adviesbureau Hypercube – met als deelspecialisatie competitieformats – vindt hij het kwalijk dat voorbereidingen op een Beneliga verengd zijn tot een groepje van zes Nederlandse en vijf Belgische voetbalclubs. Een vervlechting van twee competities gaat alle> betrokken clubs aan, evenals de supporters, oordeelt hij. „Niet slim, je doet iets nieuws met z’n allen of je doet het niet.”

Want het plan waarop Ajax, PSV, Feyenoord, AZ, FC Utrecht, Vitesse, Club Brugge, Standard Luik, Anderlecht, AA Gent en Racing Genk al negen maanden broeden, is revolutionair. Niet nieuw, want het idee voor een gezamenlijke competitie is oud, maar door heropende gesprekken weer actueel geworden. En serieuzer dan ooit, althans voor de elf clubs die zich aan de onderhandelingstafel hebben gemanoeuvreerd. Wat de rest ervan denkt, laat zich raden, hoewel vooralsnog alleen Cees Roozemond als voorzitter van sc Heerenveen en diens collega Manfred Laros van Sparta zich publiekelijk tegen een nieuwe Beneliga hebben uitgesproken.

Het verschil met voorgaande plannen is dat er na twintig jaar eindelijk een gedegen onderzoek aan ten grondslag ligt. Over de haalbaarheid is adviesbureau Deloitte duidelijk: de Beneliga is voor clubs zowel sportief als commercieel waardeverhogend, met een voorspeld bedrag tussen de 240 en 500 miljoen euro aan mediarechten. Andere, voorzichtige conclusie is, dat de competitie attractiever wordt vanwege meer onderlinge weerstand.

Maar de voetbalbonden van Nederland (KNVB) en België (KBVB), die net als de Eredivisie CV bij de besprekingen betrokken zijn, eisen op voorhand dat de middelgrote en kleine profclubs niet in een commercieel sterfhuis achterblijven. Met een promotie-degradatieregeling moet die categorie uitzicht op de Beneliga blijven houden.

Veel obstakels

De elf kernclubs hebben vorige week besloten dat het positieve haalbaarheidsonderzoek tot een concreet voorstel moet worden uitgewerkt. In dat plan moeten aspecten als contacten met de overheden, belastingtechnische details, veiligheidscomplicaties en de stemming onder supporters worden geduid. De mening van de fans is niet bijster hoopvol, want de koepelorganisaties Supportercollectief Nederland en Belgian Supporters hebben zich al uitermate kritisch over de plannen uitgelaten.

Nieuwenhuis, wiens bureau Hypercube de play-offs in de eredivisie bedacht en bij de reconstructie van de Belgische competitie was betrokken, ziet de totstandkoming van een Beneliga op afstand met een mengeling van nieuwsgierigheid en scepsis tegemoet. Hij voorspelt nog veel obstakels.

Hoe beoordeelt u de plannen voor een Beneliga?

Pieter Nieuwenhuis: „Als een complexe materie. Wat gebeurt er met clubs die meedoen, maar vooral met de clubs die niet meedoen? Hoe reageren de Europese voetbalbond UEFA en de wereldvoetbalbond FIFA? Heb begrepen dat gedacht wordt aan het roud-robin-systeem á la de Bundesliga, waarmee de clubs één keer thuis en één keer uit tegen elkaar spelen. Een relatief lui format waarmee je niet het optimale rendement uit de markt haalt. Dat kan beter.”

Zoals?

„Landen zoals België, die met een split-season [met play-offs om zowel de titel als degradatie] werken, hebben aangetoond dat er commercieel meer uit de competitie is te halen. Daar is nog niet naar gekeken.”

Vindt u een Beneliga hoe dan ook gewenst?

„Dat is te vroeg om te beoordelen. Procedureel vind ik het fout dat de gesprekken gevoerd worden door slechts elf clubs. Zo creëer je een demarcatielijn in het voetballandschap die later uitgegumd moet worden. Het zal mij niet verbazen dat de twaalf eredivisieclubs die niet meepraten zich buitengesloten voelen. Uiteindelijk doe je iets nieuws met z’n allen, of je doet het niet. Hetzelfde geldt voor de supporters. Niet slim om ze nu al buiten te sluiten. Je hoeft niet altijd te doen wat ze zeggen, maar luister naar ze. Mijn ervaring is dat fans een cruciale factor zijn in zo’n proces. Nu hoor je supportersgroepen in Nederland en België al vrij negatief reageren. Je behoort oog te hebben voor alle betrokkenen.”

Waarin schuilt het gevaar van een Beneliga?

„Bij de UEFA, en dan vooral de toegang tot Europese toernooien. Nederland en België hebben nu elk vijf tickets voor Champions League en Europa League, bij elkaar tien. Du moment dat de Beneliga wordt aangekondigd, mag je in het voetbalpolitieke wereldje debatten verwachten. Tegen tien tickets zullen veel landen protesteren. Als de UEFA de Beneliga dan als één geheel in de coëfficiëntielijst opneemt, zal het aantal van tien plaatsen in de Europese competities met zeker drie tot vier afnemen. Voor Ajax geen probleem, die komt altijd wel voor zo’n ticket in aanmerking. Maar neem wat te denken van Racing Genk, waarvoor de kans op Europees voetbal substantieel kleiner wordt. Zo’n UEFA-groepsfase moet je inschalen op acht tot tien miljoen euro aan inkomsten. Interessant wordt die reactie van de UEFA op de Beneliga.”

Zijn de verschillen, qua competitieopzet, en gelet op de Belgische omkopingsschandalen, niet te groot?

„Als die culturen echt fundamenteel botsen, zouden beide landen niet al negen maanden met elkaar gesproken hebben. Er zijn blijkbaar voldoende elementen om door te gaan. Er wordt tijd en geld aan besteed, dan is er een gemeenschappelijke basis.”

Uw bureau heeft meegewerkt aan veranderingen van de Nederlandse en Belgische competitie. Voelt u zich niet gepasseerd?

„Mijn mening is niet ingegeven door zakelijke rancune. Waarom zou ik? Wij leven in een vrije wereld. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. Er komt een moment van validatie, wie weet worden we dan gebeld. Ik kan nu vrijuit spreken, dat is ook wel eens aangenaam.”

Blijft er voor clubs buiten de Beneliga een interessante competitie over?

„Het wordt minder interessant dan spelen in de huidige eredivisie. Daar staat tegenover dat die clubs kampioen kunnen worden. Je zou ook op lager niveau kunnen nadenken over een grensoverschrijdende competities, met bijvoorbeeld een eerste en tweede Beneliga”

Verkleint een Beneliga de kloof met de Europese topclubs?

„Het gat zal niet gedicht worden, maar kleiner wordt-ie zeker. Eén plus één is altijd meer dan twee. Extra aandacht leidt tot extra inkomsten, die je kunt investeren in je sport, waarmee de kwaliteit wordt verbeterd. Meer omzet betekent betere resultaten, dat staat vast. De correlatie tussen geld en voetbal ligt zo rond de 90 procent. Of de kloof echt kleiner wordt, hangt in belangrijke mate af van de hoeveelheid tickets die de Beneliga van de UEFA krijgt toegewezen. Daarvoor zal veel achter de schermen moeten gebeuren en uiteindelijke een goed uitgewerkt voorstel aan de UEFA gepresenteerd moeten worden. Maar het zou ook zo maar kunnen, dat er helemaal geen Beneliga komt. Het is een helse klus om het draagvlak te vergroten.”