Foto Roger Cremers

Interview

‘Op de Amsterdamse beurs val je eerder op’

Simone Huis in ’t Veld De belangstelling voor de beurs in Amsterdam taant. De nieuwe directeur wil meer particuliere beleggers trekken.

Die ouderwetse gongslag op de vloer van een hightechbedrijf – geen doorslaggevende reden om het bankleven te verwisselen voor het Beursplein, maar mooi vindt Simone Huis in ’t Veld het wel. Na twintig jaar in de bancaire wereld stapte ze oktober vorig jaar over naar de Amsterdamse beurs om daar directeur te worden.

„Ik ga niet afgeven op Deutsche Bank, maar wat mij aansprak bij Euronext was de blik vooruit, de blijvende transformatie en investeringen”, zegt Huis in ’t Veld in haar werkkamer met uitzicht op het Beursplein.

Beursbedrijf Euronext groeide de afgelopen jaren; door overnames in Dublin en Oslo exploiteert het nu beurzen in zeven Europese landen. Ook de Amsterdamse beurs zit in de lift. In december ging hoofdindex AEX voor het eerst sinds 2001 weer door de grens van 600 punten. „Hartstikke leuk”, zegt Huis in ’t Veld. „De AEX steeg vorig jaar 24 procent, kijken hoe we daar dit jaar overheen kunnen gaan.”

Wat betreft het aantal beursgangen zijn de cijfers minder positief, ofschoon er vorig jaar een heel grote bij zat. Het Zuid-Afrikaanse Prosus, dat een belang heeft in de Chinese techreus Tencent, werd dankzij een marktwaarde van 118 miljard euro in een klap het op een na grootste bedrijf aan het Damrak.

Dat leidde de aandacht af van het feit dat er vorig jaar geen enkele nieuwe beursgang van een Nederlands bedrijf plaatsvond. De enige Nederlandse nieuwkomer, laadpaalbedrijf Fastned, stapte over van een kleinere beurs en gaf, anders dan eerder beloofd, geen nieuwe aandelen uit. Per saldo eindigde Euronext ‘in de min’: tegenover vier nieuwkomers stonden vorig jaar zes bedrijven die hun beursnotering inleverden.

Wat zegt het dat hier in 2019 geen enkel Nederlands bedrijf naar de beurs ging?

„Het zegt dat er afgelopen jaar geen enkel Nederlands bedrijf naar de beurs is gegaan. Het wil niet zeggen dat komend jaar geen Nederlandse bedrijven naar de beurs zullen gaan. Er zijn ook beursgangen uitgesteld, en er zitten voor komend jaar mooie beursgangen in de pijplijn, zoals die van Douwe Egberts.”

Is de beurs voor Nederlandse bedrijven minder aantrekkelijk geworden?

„Nee, afgelopen jaar waren er in Amerika ook minder beursgangen. Dat heeft te maken met het beursklimaat in het algemeen. Investeerders zijn huiverig om in te stappen door alle onzekerheid rondom de Brexit, de handelsoorlog tussen Amerika en China en de lage rente. Het hangt natuurlijk af van een heleboel dingen in de wereld.”

Huis in ’t Veld wijst op nóg een probleem, veroorzaakt door de beursgangen van bedrijven met zeer hoge waarderingen als Uber en Lyft, en de afgeblazen beursgang van WeWork. „Je ziet dat jonge bedrijven die nog nooit winst hebben gemaakt en niet veel bezit op de balans hebben, naar de beurs zijn gegaan tegen een hoge prijs. Je moet toekomstige aandeelhouders wel opwaarts potentieel bieden.”

Vorig jaar vertrokken zes bedrijven van de Amsterdamse beurs. Zo werd Wessanen opgekocht door een private-equitybedrijf met veel geld. Ziet u dit soort investeerders als bedreiging?

„Private equity levert ons juist ook beursgangen aan, dus we zien het zeker niet als concurrentie. Een private-equityinvestering heeft altijd een kop en een staart, omdat de investeerder het bedrijf na verloop van tijd weer wil verkopen. Voor zo’n onderneming is het dan logisch om naar de beurs te gaan.”

Hoe concurreert u met beurzen in andere landen? Prosus had de beurzen voor het uitzoeken.

„Wij communiceren over de kracht van Amsterdam. Een van onze sterke punten is dat wij een heel internationale beurs zijn: 90 procent van de investeerders komt uit het buitenland. Je valt hier sneller op. Topman Bob van Dijk van Prosus trok vorig jaar de vergelijking met Nasdaq; daar heb je honderd internetbedrijven van zo’n omvang. Hier ben je een van de weinige. In Amsterdam is het makkelijker op te vallen en bekend te blijven.”

U wilt meer particulieren aan het beleggen krijgen. Waarom?

„We merken dat beleggen in aandelen bij particulieren een beetje op de achtergrond is geraakt. Onbekend maakt onbemind. Actieve particuliere beleggers zijn goed voor zo’n 5 procent van het dagelijkse handelsvolume. Met verschillende partijen – zoals banken en brokers – willen we dat percentage omhoog krijgen door een educatiecampagne. Met de lage rente kan beleggen een enorm interessant alternatief zijn.”

Hét onderwerp in de financiële sector is duurzaamheid en klimaatverandering. Larry Fink, de baas van ’s werelds grootste belegger BlackRock, had het deze maand over een fundamentele heroriëntering van de financiële wereld. Welke rol speelt Euronext daarin?

„Wij hebben daar als centrale marktpartij zeker een rol in. Duurzaamheid is echt een belangrijk onderdeel van onze strategie. Zo’n 10 procent van de genoteerde obligaties is bijvoorbeeld groen, we adviseren bedrijven hoe ze aan duurzaamheidscriteria kunnen voldoen en we hebben zelf als doel de eerste plasticvrije beurs ter wereld te worden.”

Ziet u het voor zich dat Euronext bedrijven niet meer toelaat op de beurs als ze niet aan duurzaamheidscriteria voldoen?

„Je moet niet te ver voorop lopen. Iedereen heeft belang bij een transparante, centrale en gereguleerde marktplaats als Euronext. Bedrijven uitsluiten kan niet zomaar. Dat doet BlackRock ook niet; het kiest er niet voor bedrijven uit z’n beleggingsportefeuille te schoppen. Het wil ze tot de juiste beweging aanzetten door de discussie met ze aan te gaan.”