Recensie

Recensie Muziek

De Strijkkwartet Biënnale 2020: meer dan een museum van oude meesterwerken

Strijkkwartetfestival Afgelopen weekend ging de tweede editie van de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam van start. Het Artemis Quartett tekende voor een indrukwekkend openingsconcert.

‘Het Strijkkwartet Biënnale Amsterdam Openingsconcert’ met het Jerusalem, het Artemis, het Dudok en het Ragazze Quartet.
‘Het Strijkkwartet Biënnale Amsterdam Openingsconcert’ met het Jerusalem, het Artemis, het Dudok en het Ragazze Quartet. Foto Ben Bonouvrier

Het strijkkwartet geldt al zo’n driehonderd jaar als het paradepaardje onder de kamermuziekgenres. Haydn, Beethoven, Schubert, Bartók en Sjostakovitsj schreven (onder vele anderen) hun meest grensverleggende en persoonlijke noten voor de bezetting van twee violen, altviool en cello. Tot en met komend weekend is een keur aan klassieke meesters te beluisteren op de tweede editie van de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam. Naast een even grote keuze aan recente(re) meesters overigens, want de programmering is wat je noemt caleidoscopisch in haar diversiteit.

Met ruim vijftig concerten in acht dagen afficheert de Strijkkwartet Biënnale zich als het grootste strijkkwartetfestival ter wereld. De line-up telt meer dan 25 gezelschappen, van piepjonge tot wereldberoemde formaties. Neem het Duitse Artemis Quartett, waar sinds vorig jaar de Nederlandse Harriet Krijgh de cello strijkt. Zaterdag verzorgde het viertal het openingsconcert in een bomvol Muziekgebouw, met onder meer een verbluffende lezing van Bartóks Zesde strijkkwartet.

Innige dialoog

Het overige programma onderging op het laatste moment een wijziging. Wegens ziekte bleek het onmogelijk om Schnittkes Derde strijkkwartet en Mozarts Pruisische kwartet in F-groot optimaal in te studeren. Jammer, want een bijzondere combinatie. Maar wie maalde daar nog om na een ijzersterke uitvoering van Schuberts Vijftiende kwartet in G-groot?

Een van de vele Artemis-troeven is de kunst begeleidingsstemmen zo teer te spelen dat ze bijna lijken op te lossen. Melodische hoofdlijnen krijgen daardoor des te meer reliëf. Waarvan akte in de openingsmaten van het eerste deel: een innige dialoog tussen viool en cello, gevat in doorschijnende tremolofiguurtjes. Of in de gloedvol vertolkte cellolijn van het tweede deel (de kortstondig zwalkende intonatie vergeten we even). Dat fijnzinnigheid niet ten koste hoeft te gaan van dramatiek, liet het Artemis Quartett horen met intense climaxen (doorwerking eerste deel) en messcherpe accenten van viool en alt in een rap genomen finale.

Lees ook: De strijkkwartetten top-10 van Jean Paul Ditmarsch

Labyrintische thriller

De Strijkkwartet Biënnale 2020 is ook: informele coffee talks, een workshop strijkstokken bouwen, of luisteren naar bijzondere vinyl-opnamen bij huis-dj Jean Paul Ditmarsch. Dat het festival meer wil zijn dan een museum van oude meesterwerken blijkt bovendien uit een project als Lyric Suite. Samen met audiovisueel productiecollectief Bleu Danube maakte het Catalaanse Quartet Gerhard een „arthouse videoclip” bij Alban Bergs gelijknamige werk. Je zou het resultaat een labyrintische thriller kunnen noemen die nauw aansluit bij de expressionistische ondertonen van Bergs partituur. Met een hoofdrol voor een griezel die het midden houdt tussen Walking Dead-zombie en verwrongen Schiele-portret.

Ontdekking van de zondagmiddag was het jonge Duitse Goldmund Quartett. Na onder meer een dampende finale uit Mendelssohns Strijkkwartet nr. 6 nam het viertal een van de premières op het Biënnaleprogramma voor z’n rekening. Balderdash van de Australische Holly Harrison bleek een vuig groovende mix van scherpe dissonanten en scheurende soli, waarin de cello dienst deed als drumstel, de altviool als gitaar.

Intense uitvoering

’s Avonds was het podium voor het Jerusalem Quartet dat Haydn van katoen gaf met een intense uitvoering van diens Kwintenkwartet. Geestdriftig opgepookte Sturm und Drang in het Allegro, een aards en knoestig menuet, een vitaal-gespierde finale. Muziek op het scherp van de snede, al ging bravoure soms ten koste van klankvorming en kun je je afvragen wie er nou precies op de voorgrond stond: Haydn of het Jerusalem Quartet?

Dan bleken uitvoerenden en componist beter in balans in Bartóks ruwgebeitste Vierde strijkkwartet. Het Jerusalem Quartet drenkte de hoekdelen in vitriool, met een klank die striemen achterliet op het trommelvlies. Des te indrukwekkender was de verstilling van het Non troppo lento.