De keuze voor de Brexit werkte als rem op de Britse economie

Brexit Vlak voor de Brexit blijft de Britse economie het aardig doen. Een recessie, die werd voorspeld voor het referendum van 2016, bleef uit. Toch heeft de uitslag geleid tot minder economische groei, zeggen economen.

Achter een stalletje met ansichtkaarten is het Britse parlement te zien. Op 31 januari treedt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
Achter een stalletje met ansichtkaarten is het Britse parlement te zien. Op 31 januari treedt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Foto Andy Rain

Het bleek de voorbije jaren een krachtig argument om fans van een ‘Nexit’ mee om de oren te slaan: de chaos in het Verenigd Koninkrijk, na het Brexit-referendum van juni 2016. Premier Mark Rutte (VVD) schreef bijvoorbeeld eind 2018 in een open brief vlak voor de Provinciale Statenverkiezingen over de Britten: „nu zitten ze in de chaos”.

Dat ging altijd over de politieke chaos: de afgewezen Brexitdeals, de ruzies bij de regerende Tories. Economische chaos daarentegen is er tot dusver niet geweest. Neem de lage Britse werkloosheid. Die is sinds juni 2016 alleen maar verder gedaald, van 4,9 naar 3,8 procent.

Sommige economen hadden in de aanloop naar het referendum voorspeld dat alleen al het beslúít om de EU te verlaten veel ellende zou opleveren. Het Britse ministerie van Financiën bijvoorbeeld voorzag een vertrouwensschok bij een ‘leave’-uitslag. Door onzekerheid over de toekomstige relatie tussen VK en EU zouden huishoudens en bedrijven direct de hand op de knip houden. Dit zou leiden tot een recessie.

Geen rampspoed, geen groeifeest

Zo’n recessie is uitgebleven: het Britse bruto binnenlands product bleef groeien, met 1,8 procent in 2016 en 2017, met 1,4 procent in 2018 en met 1,2 procent in 2019, volgens de laatste raming van het Internationaal Monetair Fonds. Ter vergelijking: het bbp van de eurozone groeide in 2016 een fractie meer dan het Britse, in 2017 en in 2018 met zo’n half procentpunt meer. Maar in 2019 laat de Britse economie die van de eurozone juist nipt achter zich, denkt het IMF.

Geen economische rampspoed voor de Britten dus, maar evenmin een groeifeest. Wat was nu precies het economische effect van de Britse beslissing om de EU te verlaten?

Dat effect was er volgens economen wel degelijk. En het was negatief. Omgerekend 154 miljard euro, ofwel 3 procent van het bbp is het VK misgelopen tussen juni 2016 en eind 2019, zo berekende econoom Dan Hanson van financieel conglomeraat Bloomberg onlangs. Hij vergeleek de bbp-groei van het VK met die van de overige G7-landen. Historisch gezien is er een sterke correlatie, maar vanaf begin 2017 begon het Britse groeipad duidelijk naar beneden af te wijken.

Dubbelgangermethode

Ook andere onderzoekers hebben zo’n berekening gemaakt, bekend als de ‘dubbelganger’-methode. Je maakt een mandje met landen die samen historisch gezien (vrijwel) dezelfde groeicijfers vertonen als de Britse economie. Dat is de ‘dubbelganger’. Vervolgens kijk je of de Britse groei na 2016 is afgeweken van die van de dubbelganger. Kredietbeoordelaar S&P constateerde dat een dubbelganger met zeven landen, waaronder de VS, Japan en Hongarije, na het referendum duidelijk beter presteerde dan het VK. Het verlies voor het VK: tussen de 2,4 en 3,4 procent van het bbp tot eind 2018.

Wat is de waarde van dit soort berekeningen? Ook econoom John Springford van denktank Centre for European Reform in Londen, gebruikte de dubbelgangermethode. Maar hij is er ook weer mee gestopt, omdat het risico op fouten volgens hem toeneemt, nu het referendum langer geleden is. Springford liet een algoritme een mandje samenstellen van 22 hoogontwikkelde landen, waaronder de VS, Duitsland en Australië. Hij kwam uit op een verlies voor de Britse economie van 2,9 procent tot in juni 2019.

Lees ook: No Deal-Brexit zou Nederland hard raken

Maar, zo zegt Springford aan de telefoon, het maakt nogal wat uit welke landen er in het mandje zitten. „De groei in de VS ligt boven de trend, door de belastingverlaging en stimulering van Trump. Haal je de VS uit de dubbelganger, dan is het Britse verlies opeens een stuk lager: 2,2 procent. Hoe langer het referendum geleden is, hoe meer er gebeurt dat niets met Brexit te maken heeft.” Springford stopte daarom met de methode.

Niettemin denkt Springford dat al die dubbelgangeronderzoeken (er zijn er nog meer, van onderzoeksinstituut CEPR en van de bank Goldman Sachs) niet toevallig hetzelfde effect sorteren: het referendum werkte op de Britse economie als een rem.

Eigenlijk zie je dat al in de bbp-data van het IMF. In de jaren vóór het referendum presteerden de Britten beter dan de eurozone, daarna was dat andersom, althans tot vorig jaar, toen de Duitse industrie begon te lijden onder de wereldwijde handelsspanningen.

Zichtbaar effect

Hoe raakte het referendum precies de Britse groei? Springford wijst op twee dingen: door de onzekerheid over de handelsrelatie met de EU groeiden de bedrijfsinvesteringen niet meer, zoals inderdaad in gegevens van het Britse statistiekbureau te zien is. En Britse consumenten aarzelden om geld uit te geven.

Economen van ING en Rabobank onderschrijven dit. „Het effect van het referendum is goed zichtbaar”, zegt Bert Colijn, econoom bij ING. „Onzekerheid over de spelregels, zoals over het vrij verkeer van werknemers, heeft bij bedrijven een serieuze rol gespeeld in het uitstellen van investeringen”. Het Britse pond is de klap van het referendum nooit meer echt te boven gekomen. Het pond staat nu nog steeds zo’n 17 procent zwakker ten opzichte van de dollar dan voor 2016. Dat betekende voor het VK: duurdere import, hogere inflatie en lagere koopkracht voor Britse consumenten. Het zwakke pond zou de Britse export ten goede moeten zijn gekomen. Omdat het VK echter verregaand is gedeïndustrialiseerd, profiteert de export amper van het zwakke pond, aldus Colijn.

Verdere onzekerheid

Stefan Koopman, econoom bij Rabobank, merkt op dat de groei van de Britse detailhandel „vrijwel is stilgevallen”. Hij wijt dat vooral aan de politieke onzekerheid over de Brexit. „Consumenten dachten: wat gaat er gebeuren? Wie gaat de verkiezingen winnen?”. Inmiddels is er meer duidelijkheid: De Brexit komt er, vrijdag om middernacht. En Boris Johnson won de verkiezingen. Zullen de Britse consumptie en de investeringen weer aantrekken?

Koopman is sceptisch: „De Brexit-onzekerheid is zeker niet voorbij”. Eerst begint een transitieperiode, die tot eind dit jaar duurt. Daarin blijft de economische relatie tussen EU en VK hetzelfde. In februari of maart beginnen de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen EU en VK. Dat moet eind dit jaar al klaar zijn. „Die gesprekken zullen waarschijnlijk niet van een leien dakje gaan. Dan krijg je weer dramatische krantenkoppen, die het vertrouwen zó weer een knauw geven.”