Reportage

De keerzijde van Japans 24-uurseconomie

Konbinis Voor Japanners zijn tienduizenden buurtsupers dag en nacht open. Klanten zijn aan die luxe gewend. Winkeliers zijn er klaar mee.

Japan telt zo’n 65.000 konbinis: kleine, lokale winkels met een gevarieerd assortiment, die dag en nacht geopend zijn.
Japan telt zo’n 65.000 konbinis: kleine, lokale winkels met een gevarieerd assortiment, die dag en nacht geopend zijn. Foto Tanja Houwerzijl

Iedere nacht moet Woo (24) wel een aantal klanten teleurstellen, vertelt de Chinees vanachter de toonbank van buurtsuper 7-Eleven in Tokio. „Soms komt er een dronken klant binnen. Die willen meestal warm eten, maar juist dat hebben we niet rond dit tijdstip”, zegt Woo. Hij heeft nachtdienst, het is nu 4 uur en het is muisstil op straat.

In dezelfde straat zijn nog zo’n tien andere buurtsupermarkten open, in Japan beter bekend als konbinis. Vrachtwagenchauffeur Iwakuchi Yoshiaki (63) vult in een ervan zijn mandje: gefermenteerde sojabonen (natto), yoghurt, crackers en manju, een gebakje.

„Ik ben blij met de winkel, ik kan nu lekker ontbijten in mijn auto. Het is alleen niet nodig dat ze allemaal tegelijk open zijn”, vindt Yoshiaki. Maar, zegt hij er snel achteraan, toen Tokio afgelopen zomer werd getroffen door orkaan Hagibis, bleken de buurtwinkels cruciaal om mensen van levensmiddelen te voorzien in getroffen gebieden, ook in zijn buurt.

Met name nadat de Tohoku-kust in 2011 was getroffen door een tsunami, bleek hoe belangrijk konbinis waren voor lokale gemeenschappen die niet bereikbaar waren voor hulpdiensten. Sindsdien werken lokale overheden steeds vaker samen met buurtsupers bij de opstelling van rampenplannen.

Dag en nacht open

De buurtsuper heeft de voorbije decennia een enorme groei doorgemaakt: hun aantal nam tussen 1981 en 1991 toe van 23.235 naar 41.847, bleek uit onderzoek van het ministerie van Economie, Handel en Industrie. Inmiddels zijn er verspreid over Japan zo’n 65.000. Het Amerikaans-Japanse 7-Eleven heeft er met bijna 21.000 vestigingen het meest. Een goede tweede is Family Mart, dat 16.556 winkels in Japan heeft. Derde is Lawson met zo’n 14.691 winkels.

Lees ook Waarom ruim een miljoen Japanners kluizenaar zijn

De buurtsupers zijn voor velen het symbool van de 24-uurseconomie. 7-Eleven besloot als eerste de deuren dag en nacht open te houden, al in 1975. Dat besluit kan niet los worden gezien van de economische groei die het land toen doormaakte. Hardwerkende Japanners konden plotseling op ieder moment van de dag hun rijstballen, maar ook overhemden, ondergoed en sokken bij de lokale buurtsuper halen.

Maar sommige winkeliers – de meeste buurtsupers worden gerund door franchisenemers – willen hun winkel ook wel eens korter openhouden. Lang hielden de grote franchisegevers dit tegen, maar in oktober deed 7-Eleven een concessie: het begon met een proef waarbij zo’n tweehonderd winkels op bepaalde momenten van de dag mochten sluiten.

Winkeleigenaren betalen de prijs voor de onbeperkte openingstijden, vindt Takanori Sakai (60), eigenaar van een Family Mart in de stad Himeji en voorzitter van de bond voor buurtsupers. Hij toog onlangs samen met vijf andere franchisenemers naar het parlement in Tokio om zijn zorgen te delen met politici.

Wat zit hen dwars? „De personeelskosten stijgen ieder jaar”, zegt Sakai. Japan kampt intussen met een krappe arbeidsmarkt – de werkloosheid is er 2,2 procent en per 157 vacatures zijn er 100 werkzoekenden – waardoor werknemers hogere lonen kunnen eisen en werkgevers steeds duurder uit zijn. Volgens Sakai is het voor de buurtsupers onmogelijk winst te maken. „En van onze licentiegevers krijgen wij geen enkele ondersteuning.”

De woede richt zich met name op de drie grote licentiegevers, te weten 7-Eleven, Family Mart en Lawson. Die laten standaard in contracten met franchisenemers opnemen dat de winkeliers 40 procent van hun omzet aan royalty’s betalen en dat ze de winkels niet mogen sluiten.

Impopulaire diensten

Winkeleigenaar Sakai vouwt zijn werkrooster uit, legt het op tafel en wijst naar de minst populaire dienst: die tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends. Hardop telt hij het aantal nachtdiensten dat hij eind vorig jaar draaide: veertien in één maand. „Die maand werkte ik zeven dagen per week, twaalf uur per dag. Dat is ongeveer 355 uur in een maand.”

Aan dezelfde tafel vertelt Suzuki Satomi (45) over haar man, die negentien jaar geleden eigenaar werd van een 7-Eleven-winkel in Kasukabe, niet zo ver van Tokio. Na zijn ontslag bij zijn laatste werkgever wilde hij een winkel beginnen, zodat hij niet nog een keer afhankelijk zou zijn van de grillen van de arbeidsmarkt. „We dachten op deze manier zekerheid in te bouwen voor onze toekomst.”

De minst populaire dienst is die tussen middernacht en de vroege ochtend, zegt winkeleigenaar Sakai. Foto Tanja Houwerzijl

Dat liep anders: de licentiegever had hun voorgespiegeld dat de omzet in de buurt waar zij de winkel wilden openen zo hoog zou zijn dat zij er goed van konden leven. „Maar in die regio krimpt de bevolking juist, de werkelijke omzet was veel lager.” Om op personeelskosten te besparen, ging Satomi’s man nachtdiensten draaien.

Hij raakte, drie jaar na de opening van de buurtsuper, in een depressie. Sindsdien werkt hij niet meer in de winkel en staat Satomi er alleen voor. Dat ging lang goed, vertelt Satomi, die de opvoeding van haar twee kinderen combineerde met het werk in de winkel. „De kinderen zaten overdag gewoon in de winkel te spelen.”

Maar na een tijdje ging het ook bij Satomi mis, vertelt ze. „Ik ben meerdere keren opgenomen in het ziekenhuis, er was iets met mijn baarmoeder. Dat bleek erfelijk, maar ik weet zeker dat de stress van de winkel mijn problemen verergerde. Ik zorg nu beter voor mijn lichaam en werk nog hoogstens zes tot acht uur per dag”, aldus Satomi. Het gevolg is wel dat zij nu meer parttimers inhuurt, wat weer ten koste gaat van de winst.

Lees ook Japanse werkende vrouw is betutteling beu

Het is nog niet bekend of 7-Eleven de proef met soepeler openingstijden gaat omzetten in beleid – of wat verder de uitkomsten zijn van het experiment. Maar franchisenemers hebben er sowieso weinig aan, vertelt Satomi. Zij wilde meedoen aan de proef, maar haar werd al gauw duidelijk dat alleen winkels zouden deelnemen die onder direct beheer staan van Seven & i Holdings. Franchisenemers kwamen dus niet in aanmerking.

En al zou Satomi haar winkel af en toe mogen sluiten, ze vreest voor de concurrentie. „Laatst nog opende een nieuwe vestiging in mijn buurt. Als ik mijn zaak sluit, dan verlies ik wellicht mijn klanten.”

Het is volgens Sakai van de bond voor buurtsupers een beproefde strategie van licentiegevers: door hun eigen franchisenemers met elkaar te laten concurreren in hetzelfde gebied willen ze hun winst vergroten. „De risico’s zijn voor de winkeliers.”