De angstdromen van de laatste levende Auschwitz-getuigen

Zap In de de EO-documentaire ‘Het geheugen van Auschwitz’ werken conservatoren aan de barakken van Auschwitz alsof het de restauratie van de Sixtijnse Kapel betreft.

Renovatiewerkzaamheden in ‘Het geheugen van Auschwitz’.
Renovatiewerkzaamheden in ‘Het geheugen van Auschwitz’. Beeld EO

Terecht opende het NOS Journaal zondag met de toespraak waarmee Mark Rutte die ochtend in het Wertheimpark in Amsterdam zijn excuses had gemaakt voor het tekortschieten van de Nederlandse overheid bij de bescherming van vervolgden tijdens de bezetting. Beter laat dan nooit, klonk het in de uitzending. Terecht, maar aan de andere kant: Ruttes woorden kwamen de premiers Balkenende, Kok, Lubbers, Van Agt, Den Uyl en al die anderen nooit over de lippen.

De premier noemde het Holocaustmonument in Amsterdam met nadruk een spiegelmonument: als wij ernaar kijken, zien we onszelf en worden we gedwongen ons te verhouden tot onze geschiedenis. Op een historiezwangere dag als zondag is ook de televisie als een spiegel: de Nationale Holocaustherdenking werd live uitgezonden én herhaald, Nieuwsuur had een item, er was ruimte voor twee documentaires.

De ogen die Auschwitz zagen (Omroep Max) vestigde onbedoeld de aandacht op de vertraging van de overheidsexcuses. Van de twee overlevenden van kamp Auschwitz die erin werden gevolgd, Lotty Veffer en Ernst Verduin, is de eerste inmiddels overleden. Ze heeft Rutte niet meer kunnen horen.

Veffer had na haar negentigste steeds vaker last van oude angstdromen en werd geplaagd door de vrees om plotseling alleen te sterven. In 2018 bezocht ze („anders zit ik maar alleen thuis”) voor het laatst de herdenking in Kamp Vught. Nu zagen we haar kinderen haar spullen uitzoeken, ook om te kijken welke niet alleen de herinnering aan hun moeder, maar ook die aan de Holocaust levend helpen houden.

De verschuiving van levende getuigen naar materieel erfgoed kwam nadrukkelijk naar voren in de opmerkelijkste uitzending van de avond, de EO-documentaire Het geheugen van Auschwitz. Die toonde ook enkele mensen die het kamp hadden overleefd, maar liet vooral het conservatie- en restauratiewerk zien waarmee het lieu de mémoire Auschwitz voor verval wordt behoed.

De barakken die nog overeind staan, zijn er niet goed aan toe, legt de directeur van het herinneringscentrum uit. „Ze zijn gebouwd door gevangenen die vooral niet geslagen wilden worden, de bouwkundige staat is slecht.” Intussen zijn de winters koud, de zomers heet, de tussengetijden nat en winderig. Het grondwater staat hoog en de fundering is belabberd.

Dus zien we hoe met uiterste omzichtigheid een injectienaald met lijm achter een verflaag wordt gestoken om te voorkomen dat deze verder afbladdert dan de afgelopen vijfenzeventig jaar al is gebeurd. De conservatoren werken uiterst precies, alsof het de restauratie van de Sixtijnse Kapel betreft, wat een onwerkelijk gevoel geeft. Technieken die zijn ontwikkeld om het allermooiste te redden dat de mens ooit heeft gemaakt, worden nu ingezet om iets te redden waarvan we zouden wensen dat het nooit had bestaan. Een symbool van het beschamendste waartoe de mens in staat is.

Door roest halfverteerde blikken waar Zyklon B in heeft gezeten worden met een pincet beroerd. Achter en onder de ruïnes van de vijfenzeventig jaar geleden door de nazi’s opgeblazen crematoria worden metalen stellages en betonnen damwanden aangebracht om te voorkomen dat de resten verzakken tot onherkenbare hopen steen.

Zo wordt de huidige staat van verval gefixeerd, zij het niet in alle gevallen. Het slijtagegevoelige prikkeldraad in Auschwitz wordt regelmatig vernieuwd.

Andere zaken laat men op zijn beloop. Er is veel haar van slachtoffers bewaard gebleven. „Met de haren doen we niets. We wachten.” Die mededeling komt toch het hardste aan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.