Woningcorporaties weten het zeker: geen loden leidingen

Volksgezondheid Behalve in Amsterdam maken woningcorporaties in de drie andere grote steden geen aanstalten om woningen door te lichten op loden leidingen.

Loden leiding in Amsterdam-Noord.
Loden leiding in Amsterdam-Noord. Foto Simon Lenskens

Bij de Rotterdamse woningcorporatie Woonstad zijn ze de afgelopen tijd toch maar even in hun huizenbestand gedoken. Bij 160 tot 200 woningen, zo concludeerden ze, is de kans op loden drinkwaterleidingen „zeker aanwezig”. Het gaat om „plukjes woningen” verspreid over de stad, zegt woordvoerder Eric Smulders. „Ze staan heel hoog op een lijst om aangepakt te worden.”

Na Amsterdam zijn nu ook Rotterdam en Utrecht wakker geworden: het stadsbestuur gaat scholen, crèches en gemeentelijk vastgoed laten testen op loden leidingen, zo werd vorige week bekend. In Amsterdam is al sinds eind vorig jaar een dergelijke operatie aan de gang. En de PO-Raad, de landelijke belangenorganisatie van basisschoolbesturen, heeft alle basisscholen opgeroepen hun drinkwater te laten testen op lood.

Lees ook ‘Het gevaar komt opeens uit de kraan. Hier, in Nederland’

Aanleiding is een te hoge concentratie lood die werd aangetroffen in huizen van woningcorporatie Ymere in Amsterdam-Noord. Die ontdekking leidde tot onrust onder bewoners, want lood is schadelijk voor pasgeborenen en jonge kinderen. Zij kunnen een tot vijf punten lager IQ ontwikkelen als ze er te veel van binnen krijgen, schrijft de Gezondheidsraad in een recent rapport. Ongeruste bewoners drinken alleen nog maar water uit de pomp of uit de supermarkt.

En dus speuren in Amsterdam behalve het stadsbestuur ook de zes grootste woningcorporaties actief naar loden leidingen in huizen. Ymere heeft al bij ongeveer 1.400 woningen watermonsters af laten nemen. Eind deze maand komen de corporaties met een gezamenlijk plan van aanpak.

‘Lichte twijfels’

In Rotterdam, Den Haag en Utrecht is dat niet het geval. Van de negen grote corporaties uit die drie steden die NRC sprak, heeft alleen Woonstad een werkgroep in het leven geroepen om risicowoningen te inventariseren. De rest maakt geen aanstalten om hun woningbestand door te lichten: ze weten vrijwel zeker dat ze nergens lood zullen aantreffen.

Woonbron, een andere corporatie uit Rotterdam, zegt alleen „lichte twijfels” te hebben over „enkele complexen” in de stad en de regio. Staedion uit Den Haag laat weten: „We zitten er al dicht op, sinds de jaren tachtig.” Het Utrechtse Portaal: „We kunnen met heel veel zekerheid zeggen dat we geen loden leidingen hebben.”

Die stelligheid is opmerkelijk. Hoewel loden leidingen sinds 1960 verboden zijn, denkt de Gezondheidsraad dat er in Nederland nog steeds 100.000 tot 200.000 woningen staan waar te veel lood uit de kraan komt. Deskundigen benadrukken dat de loden leidingen geen exclusief Amsterdams probleem zijn.

Woningcorporaties bezitten ongeveer eenderde van de Nederlandse woningvoorraad – en 20 procent daarvan dateert van vóór 1960. In de vier grote steden ligt dit aandeel nog hoger. Daar zouden dus nog duizenden sociale huurwoningen kunnen zijn met ongezond drinkwater.

Er bestaat geen wettelijke plicht om loden leidingen te vervangen, maar de koepel van woningcorporaties beloofde in 2001 dit overal in Nederland te doen. Of dit ook werkelijk gebeurd is, is onbekend. De Amsterdamse corporaties zeggen grote moeite te hebben om de renovatiegeschiedenis van al hun woningen te achterhalen: veel informatie is in de loop der jaren zoekgeraakt, of niet gedigitaliseerd. Dit komt overeen met wat corporaties in de andere drie grote steden zeggen: ze bezitten lang niet altijd informatie „op adresniveau” over hun woningen.

Venijn zit onder de vloer

En zelfs áls de corporaties al hun woningen loodvrij zouden hebben gemaakt, is dat nog geen garantie. In Amsterdam bleek het venijn niet in de woningen zelf te zitten, maar onder de vloer. In de tuindorpen in Amsterdam-Noord, waar het probleem aan het licht kwam, loopt er onder sommige huizen een verbindingsstuk, waarop meerdere woningen zijn aangesloten. Deze ‘toevoerleidingen’ zijn vaak nog van lood – en zijn bij eerdere renovaties over het hoofd gezien.

In Rotterdam, Den Haag en Utrecht staan wijken uit dezelfde periode als de Amsterdamse tuindorpen – wie weet liggen daar vergelijkbare constructies. „De toevoerleidingen zouden ook in andere steden een blinde vlek kunnen zijn”, zegt Fred Woudenberg, auteur van het rapport van de Gezondheidsraad en werkzaam bij de Amsterdamse GGD. De gemeente Utrecht zegt dat een extra inventarisatie „de verantwoordelijkheid van de corporaties zelf” is. Maar: „We gaan daar wel nogmaals met hun het gesprek over voeren.”

Het zou wel eens kwestie van tijd kunnen zijn voordat er ook lood gevonden wordt in vooroorlogse wijken buiten Amsterdam. „De enige manier om bij twijfel te achterhalen of er loden leidingen zijn”, zegt Woudenberg, „is door het water te controleren.”