Recensie

Recensie Theater

Naharins ‘Venezuela’ is hoogtepunt op Holland Dance Festival

Dans Het Holland Dance Festival begon met een zeer wisselend aanbod: van kleuterballet tot een verwarrende voorstelling waarvan de twee identieke delen pas achteraf op hun plaats vielen.

Dynamiek in ‘Venezuela’ van Batsheva Dance Company
Dynamiek in ‘Venezuela’ van Batsheva Dance Company Holland Dance Festival

In eigen land is hij een soort halfgod, de Israëliër Ohad Naharin. Al jaren resideert hij op de top van de choreografische Olympus, vanwaar hij vele discipelen de wereld heeft in gezonden. Ook aan het begin van het Holland Dance Festival torent hij voorlopig onaantastbaar boven de rest uit, zelfs met een voorstelling waarvan de ongrijpbaarheid wel erg groot is.

Zijn Venezuela bestaat uit twee delen, dat wil zeggen: deel een wordt integraal herhaald. We zien dus voor en na de cesuur hoe de verstilling van de groep oplost in energieke Latin paardansen. Ook het krachtige huppelen herhaalt zich, de prachtige, trage karavaan van danseressen op hun lastdieren en het vlagvertoon dat tot een uitbarsting van woede en energie leidt, en (meer dan) een slachtoffer eist. Belangrijkste verschil tussen deel een en deel twee zijn de belichting en, vooral, de muziek: voornamelijk spirituele Gregoriaanse zang in deel een, en – onder meer – opzwepende, keiharde metal (van Naharins alter ego Max Waratt) in deel twee.

Geen uitleg

De stoere dansers van de Batsheva Dance Company zijn fantastisch als altijd, zowel in de volle dynamiek of de miniemste subtiliteit. Maar waarom die herhaling? Naharin is normaal notoir weigerachtig in het geven van uitleg over zijn werk, geeft één vingerwijzing. ‘Ve’ (of ‘we’) is Hebreeuws voor ‘en’, en Naharin wilde een titel met ‘en’ erin, in de zin van nog eens. Dat werd Venezuela.

En nog eens, maar dan iets anders: de geschiedenis, het verleden, herhaalt zich in Naharins werk over – het is één van vele mogelijke interpretaties – het onvermogen tot harmonieus en vreedzaam co-existeren. Wie de tekst erbij pakt van de dubbelzinnige geweldsrap van Notorious B.I.G. (Dead Wrong) vindt bevestiging in de laatste zin: „We won’t stop, ‘cause we can’t stop.” En zo krijgt Venezuela met terugwerkende kracht een navrante urgentie, en niet alleen voor Naharins vaderland.

Pudding

Met Minus 21 trok Naharin het niveau van de officiële openingsvoorstelling van het Holland Dance Festival op het laatst omhoog. De Classy Classics van Gauthier Dance waren weliswaar ‘klassiek’, althans populair, maar classy? Marco Goecke’s solo Äffi en het (losgeknipte) duet Herman Schmerman van William Forsythe zijn dat als ze messcherp worden uitgevoerd, maar dit was pudding. Malasangre van Cayetano Soto blijft een handig niemendal en Eric Gauthiers ‘geinige’ Concert of Wolves is om te janken, puur kleuterballet en het festival onwaardig.

Bow van de Koreaanse Jeon Misook is artistiek wat prikkelender. Misook nam de buiging, de gangbare, respectvolle manier van begroeten in haar land, als onderwerp. Voor de westerling een exotisch gebruik (vandaar de man met westers masker aan het begin?), even exotisch als onze handdruk voor vele Aziaten. Als de tien dansers niet met, eveneens traditionele, waaiers manipuleren, neigen, buigen en knielen de tien dansers in alle mogelijke hellingsgraden. Langzaam mengt Misook de westerse manier van groeten erdoor: hand uitsteken, zwaaien, omhelzen. Die directheid ervan werkt bevrijdend, en de bewegingen worden losser, een tikje brutaal, alsof Misook met Bow commentaar levert op de verwesterde Koreaanse maatschappij. Indirect, en met een respectvolle buiging.