Recensie

Recensie Muziek

Magie is geen dagelijks brood, merkt ook Gergiev

Dirigent Valery Gergiev wijst zijn gehoor eerder een behaaglijke dan een spannende weg door Sjostakovitsj.

Gergiev dirigeerde het Rotterdams Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw in Amsterdam
Gergiev dirigeerde het Rotterdams Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw in Amsterdam Guido Pijper

Zo’n drie decennia kennen ze elkaar, hun ‘huwelijk’ duurde dertien jaar en nog immer koesteren eredirigent Valery Gergiev en het Rotterdams Philharmonisch een innige band. Het vijfentwintigste Gergiev Festival - straks in september - is daarvan een overtuigend bewijs. In de ZaterdagMatinee bleek andermaal dat ze met elkaar kunnen lezen en schrijven: de klank was helder en doorzichtig, ieder instrument was vrijwel woordelijk te verstaan.

En toch…

Rauwe kanten?

De muziek ontbeerde spanning. Sjostakovitsj brengt de luisteraar doorgaans naar de punt van de stoel, maar nu bestond er eerder de neiging behaaglijk achterover te leunen. Gergiev en zijn musici legden prachtig de architectuur van de stukken bloot, je kon door de klankmuren heen naar het glimmend opgepoetste meubilair in de kamers kijken. Alleen de trombones in Rossini’s Ouverture Guillaume Tell en hoornist David Fernández Alonso in Sjostakovitsj’ Eerste Celloconcert verrieden soms dat de werken ook rauwe kanten kennen.

De muziek greep thematisch mooi in elkaar: het beroemde galopritme uit Rossini’s Willem Tell keert gemankeerd maar onmiskenbaar terug in de Vijftiende Symfonie van Sjostakovitsj. Hiertussen soleerde cellist Gautier Capuçon in het Eerste Celloconcert, dat hij in het verleden al met Gergiev opnam. Ook de Fransman leek schoonheid boven betekenis te verkiezen. Alle noten zuiver en op hun plek, waardoor het geheel zeggingskracht verloor. Hm, mooi, knap, denk je. En dat is het dan wel. Beluister Rostropovitsj - de cellist voor wie Sjostakovitsj het schreef - en de noten gaan door merg en been.

Maar om dat gevoel op te wekken, moeten musici bereid zijn het gevaar te zoeken, moeten ze het publiek meenemen op een avontuur met een ongewisse afloop. Dat ontbrak. Gergiev leek voor het zekere pad te kiezen. Misschien ook niet zo vreemd voor een dirigent die aan de lopende band concerten leidt: in het afgelopen kalenderjaar liefst 319 stuks. En magie is nu eenmaal geen dagelijks brood.