Opinie

Een geniaal aangestuurd linkerbeen

Wilfried de Jong

Na de grensovergang Hazeldonk verandert het wegdek. De strepen op de snelweg worden iets breder, het asfalt – of zeg je daar macadam – ziet er grover uit en zit vol scheuren. We zijn in België. En vooral, we zijn niet meer in Nederland.

In zijn voetbalcarrière reed Rob Rensenbrink in 1971 zijn auto naar Brussel. De linksbuiten, voorheen linksbinnen, werd speler van Anderlecht en al snel publiekslieveling bij de paars-witten. In Nederland raakte hij enigszins uit beeld. Waren er in die tijd jongens op straat of bij hun club die Robbie Rensenbrink wilden zijn? Liever probeerde je Johan, Willem, Piet of Coen te imiteren.

Lees ook de necrologie van Rensenbrink: Voor altijd de man van de WK-bal tegen de paal

Natuurlijk wist ik destijds dat hij geweldig kon spelen in het Nederlands elftal, maar zijn triomfen in België gingen aan me voorbij.

Zelfs Hazeldonk was al een eind weg.

Zie hem op oude beelden spelen met de bal aan de voet, in het paars en in het oranje. Het shirt uit de broek fladderend achter zijn rug aan. Ietsje voorovergebogen, zonder dat het ten koste ging van het overzicht. Hij zag in een vingerknip wat anderen misschien nooit zouden zien.

Dit was voetballen naar je mogelijkheden, niet met beperkingen.

Een halve draai, het plotselinge stilstaan, wippertje, schijnbeweging, extreem grote pas, versnelling, bal onder de schoen, hard schot, effectvolle stiftjes. En als het kon, een slalom: drie, vier tegenstanders passeren, lang niet altijd in een rechte lijn.

Rensenbrink was vol overgave eenbenig. Zo links als maar kon. Er liep een razendsnelle verbinding van zijn hersenen naar dat linkerbeen. Ik heb de afgelopen dagen veel ‘vintage Rensenbrink’ op internet bekeken. Gênant, hoeveel acties ik níét van hem had gezien. Het geniaal aangestuurde linkerbeen maakte verdedigers horendol.

Rechts was om mee te lopen en vooral om links bij te benen.

Hij ging door het leven als een bescheiden man. Geldingsdrang buiten het veld was hem vreemd. Laat Cruijff maar praten, dacht hij, de wereldvoetballer met wie hij veel gemeen had: een Amsterdamse natuur, een grote gok en aanvallend voetbal hoog in het vaandel.

Na zijn carrière in België kwam hij weer terug naar Nederland. Brussel, Hazeldonk, Oostzaan; die route. Rensenbrink werd geen trainer omdat hij op de cursus les kreeg van een onbenul die hem wilde uitleggen hoe je een corner moest nemen. De stoelen in voetbalprogramma’s liet hij aan zich voorbijgaan.

Het sportleven zat erop.

Na zijn carrière ging Rensenbrink graag vissen. Zo’n uitje kon hem intens gelukkig maken. Met hengel en aas in een bootje stappen en stilleggen in Noord-Hollands natuurgebied. De ruisvoorn, de karper en de zeelt werden zijn onderwatervrienden.

Als ze beten, tenminste.

Een ernstige spierziekte zette dat ooit zo wendbare lijf steeds meer vast, tot het afgelopen vrijdag definitief stilviel. Nederlanders begonnen al snel over zijn bal tegen een Argentijnse paal. Net voorbij Hazeldonk sprak men over de beste linksvoor die ze ooit op hun voetbalvelden hadden zien razen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.