Reportage

De vooruitgang van migrantenkinderen is onvermijdelijk

Samenleving Na de publicatie van Paul Scheffers roemruchte essay ‘Het multiculturele drama’ in 2000 werd het migratiedebat lang beheerst door het thema falende integratie. Ondertussen beklommen migrantenkinderen de sociale ladder.

Demet Yilmaz-Bozkurt (28) is kickbokstrainer en eigenaar van E&N Sport in Rotterdam.
Demet Yilmaz-Bozkurt (28) is kickbokstrainer en eigenaar van E&N Sport in Rotterdam. Foto Sebiha Oztas

‘Over vijftig jaar gaan ze zich kapot lachen om dit interview, echt waar.” Khalid Akouzdame zit achter een cappuccino in zijn koffiezaak aan de West-Kruiskade – de meest multiculturele straat in Rotterdam. „Ze zullen denken: wáár hebben deze mensen het over? Hoezo was de multiculturele samenleving een probleem? Misschien dat de slimmeriken nog zullen zien dat wij de voorvechters waren, de voorlopers.” Het zou interessant zijn, zegt hij, om dit artikel over 30 jaar te laten lezen aan een willekeurig iemand en te vragen of het onderwerp nog leeft. „Als het dán nog steeds het geval is, dan is er iets echt goed misgegaan.”

„Ik denk dat we over een tijdje gaan lachen om de discussie waar die guy (Paul Scheffer, red.) twintig jaar geleden over schreef”, zegt ook studente Süeda Işık in de kantine van de Erasmus Universiteit. Als ze daar om zich heen kijkt, zegt ze, dan ziet ze steeds meer meisjes die op haar lijken.

In een Amsterdams café zegt psycholoog Malika Benhija: „Ik zou niet weten wat ik me zou moeten voelen, anders dan Nederlands. Ik vind mezelf een verrijking voor de Nederlandse maatschappij. Ja, sorry, waarom niet. Ik ben niemand tot last. Integendeel, ik draag mijn steentje bij.”

Twintig jaar geleden waarschuwde Paul Scheffer in zijn veelbesproken essay voor een „multicultureel drama”. De tweede generatie, de kinderen van de gastarbeiders die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland migreerden, zou tot een onderklasse gaan behoren. Terwijl het migratiedebat de twee decennia daarna beheerst werd door de problematiek rond migratie en bleef hangen bij falende integratie, beklommen migrantenkinderen de sociale ladder. De Marokkaans-Nederlandse Benhija (36) werkt bij een interculturele psychologenpraktijk. De Turks-Nederlandse Işık (22) is studente geschiedenis aan de Erasmus Universiteit. De Marokkaans-Nederlandse Akouzdame (30) is ondernemer, comedian, en doceert drama op een islamitische middelbare school. Wat betekent identiteit voor hen? En hoe kijken zij terug op twintig jaar integratiedebat?

Allemaal zien ze hun positie in de Nederlandse samenleving als vanzelfsprekend. Allemaal voelen ze zich ook verbonden met het land waar hun ouders zijn geboren. Dit is de generatie die zich bewust werd van de eigen identiteit in de jaren na 9/11, in de periode dat Nederland rouwde om Pim Fortuyn en later Theo van Gogh.

Dat Scheffer een multicultureel drama voorspelde, vindt Akouzdame, „niet eens zo gek”. „Laten we wel wezen, het is niet niks om Arabische, Berberse en Turkse volkeren diep in het Westen te laten wortelen. We zijn geen Finnen of Noren. Geografisch alleen al is het onvoorstelbaar, en dan komen verschillen in cultuur en religie er ook nog bij. Onze ouders waren geen stadsmensen maar, met alle respect, boeren en bergbewoners. En toen stond opa ineens op Utrecht Centraal. Dat was een tijdmachine.”

Opgroeien tussen twee culturen

Khalid Akouzdame is geboren en getogen in Oss. Tien jaar geleden begon hij met vrienden filmpjes te plaatsen op YouTube, waarin ze typetjes uit de Marokkaanse en Turkse gemeenschap nadoen – geïnspireerd door Jiskefet. Ze noemden zich de Borrelnootjez. „We dachten: we hebben helemaal geen tv-stations nodig, we kunnen gewoon op internet ons geluk beproeven.” Het slaat aan. In hun filmpjes parodiëren ze ook Brabantse PVV-stemmers. „Daar zijn we mee opgegroeid. We hebben vrienden die echt racistisch zijn, en toch kunnen we met elkaar omgaan. Dan zegt zo’n Brabander dat hij ons Marokkanen niet mag, omdat we allemaal dieven zijn. En dan zeg ik dat hij eerst maar eens moet gaan douchen omdat hij gewoon stinkt.”

Süeda Işık groeide op in Schiedam, in een gezin met twee oudere zussen en een broer. Haar ouders, zegt Işık, kregen nooit de kans om zich Nederlands te voelen. „Toen arbeidsmigranten naar Nederland kwamen, was het nog best verzuild. De gedachte was: migranten verdienen ook een eigen zuil. De overheid subsidieerde het leren van de Turkse taal door de tweede generatie. Tot zuilen ineens niet meer cool waren. Maar mensen werken niet zo, je kan niet verwachten dat iedereen meteen zijn zuil verlaat. Vooral niet van die Turkse boomers.” Işık ziet een groot verschil met haar ouders. „Ik ben volledig gevormd door de Nederlandse cultuur. Ik ben een westers meisje, met normen en waarden uit twee werelden.” Dat ze door ánderen wel als ‘anders’ werd gezien, realiseerde ze zich op de middelbare school. „Mijn roze bril ging af toen ik mijn hoofddoek om deed. Ik werd anders benaderd.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Het multiculturele drama dat zich wel/niet voltrok

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Dezelfde ervaring heeft ook Malika Benhija, die opgroeide in Almere, in een gezin met vijf kinderen. Ze behoorde tot de eerste lichting Marokkaanse meisjes uit de buurt die ging studeren aan de universiteit. „Op mijn achttiende ben ik mijn hoofddoek gaan dragen. Ineens behandelde de buitenwereld mij alsof mijn IQ met twintig punten was gedaald. Mensen waren minder spontaan, maakten minder snel contact. Dat is nog steeds zo.”

De verwachtingen die mensen van Işık hebben, komen overigens óók uit de Turkse maatschappij. Ze luistert graag naar metalmuziek: AC/DC, Black Sabbath. „Een outcast kun je me dus sowieso wel noemen.” Tijdens een concert van een Turkse metalband – ze laat trots een foto zien van een ontmoeting backstage met de band – wilde ze headbangen. „Er waren veel Turken in het publiek. Ik werd streng aangekeken door een Turkse moeder. Alsof ze wilde zeggen: dit is nog altijd een Turkse bijeenkomst, gedraag je. Terwijl ik bij een Iron Maiden-concert wél kon headbangen zonder dat iemand daar van opkeek.”

Opgroeien met twee culturen dwingt soms tot een keuze, zegt Işık. Tijdens de meest recente Turkse verkiezingen besloot ze niet te gaan stemmen. „Als je er niet woont, en je kent het alleen van de zomervakanties, dan is het toch niet eerlijk voor de mensen dáár als jij hier gaat stemmen?” Haar ouders wisten van niks. „Dat ik geen gebruik heb gemaakt van mijn stemrecht zien ze denk ik als verraad.”

NRC wil graag weten: wat vindt u van de multiculturele samenleving? Vul de enquête in

Optimistisch vooruitgangsdenken

Benhija heeft thuis een potje staan met zand uit het gebied waar haar vader geboren is. „Ik ruik er af en toe even aan. Het is mijn kern, mijn wortels liggen daar.” Ze vraagt zich af of haar kinderen dat ook zo zullen zien. „Die zijn hier geboren, dat geldt ook voor allebei hun ouders. Zij zijn dus autochtoon. Hoewel die term mij niet zoveel zegt. Het geeft een waarde aan hoe Nederlands je bent op basis van je geboorteplek. Maar hoe Nederlands je bent is een gevoel.” Haar vader, zegt Benhija, zingt alle liedjes van Lenny Kuhr uit zijn hoofd mee. Haar broer, hier geboren, luistert helemaal niet naar Nederlandstalige muziek. „Wie is er dan meer Nederlands?” Thuis sprak ze Nederlands met haar ouders, met haar kinderen doet ze dat ook. Maar na het wereldkampioenschap voetbal van 2018 - haar kinderen juichten voor Marokko - „voor Nederland was niet echt een optie he” - begonnen haar kinderen vragen te stellen. Hoe ziet Marokko eruit? En waarom spreken wij geen Marokkaans? Sindsdien zitten ze op taal- en cultuurles. Ze leren Arabisch spreken, krijgen Koranles en leren klassiekers uit de Marokkaanse popmuziek. „Zolang wij die binding met Marokko nog hebben, vormt het een deel van wie wij zijn. Het is toch waanzinnig mooi dat we de Nederlandse nuchterheid kunnen combineren met de Marokkaanse gastvrijheid? Het is een cadeautje. En later mogen ze zelf bepalen wat ze ermee doen.”

Akouzdame, die nog geen kinderen heeft: „Ik moest van mijn ouders Arabisch leren, zodat ik met mijn grootouders kon communiceren. Mijn kinderen hoeven dat niet, al vind ik het belangrijk dat ze die taal leren. En ik kan straks met mijn kinderen naar De Slimste mens kijken en een wedstrijdje houden. Dat kon ik met mijn ouders niet.”

Bij de tweede generatie migrantenkinderen is het optimistische vooruitgangsdenken bijna logisch. Hun ouders konden vaak nauwelijks lezen of schrijven, terwijl zij zelf naar school zijn geweest en steeds vaker ook hebben gestudeerd – vaak zonder begeleiding vanuit huis. Dus hun kinderen moeten het wel nóg beter krijgen. De onvermijdelijke vooruitgang.

Benhija: „De ouders van mijn generatie hadden de potentie, maar niet de mogelijkheden. Wij hebben die mogelijkheden gekregen en aangegrepen. Mijn kinderen krijgen het complete plaatje. Wij moesten onze weg nog vinden in de Nederlandse maatschappij, zij zíjn die maatschappij.” Benhija mocht zelf niet op balletles, haar dochter wel. „Ik merk dat mijn generatie, ook de hoogopgeleiden, weinig het theater bezoekt of naar musea gaat. Wij kregen dat vanuit huis niet mee. Die inhaalslag kunnen we niet maken, maar mijn kinderen wel.” Ze laat ze luisteren naar Bach, heeft een museumjaarkaart aangeschaft, bezoekt de schouwburg met ze.

Ook haar islamitische opvoeding is anders dan die zij van haar ouders kreeg. „Mijn ouders leerden ons dat iets halal of haram is, punt uit. Ik wil mijn kinderen leren door te vragen. Mijn generatie heeft zoveel meer kennis en informatie en wij nemen niet klakkeloos dingen over.” Benhija verwacht in de toekomst een Europese islam. „Die blijft wel bij de kern, maar wordt beïnvloed door de westerse cultuur.” Als voorbeeld noemt ze haar recente keuze om vegetarisch te worden. „Een ritueel geslachte plofkip is religieus gezien nog steeds niet halal.”

Akouzdame: „Ik denk dat er heel veel werk te doen is voor sociologen en antropologen. Wat er nu gebeurt is zeer het bestuderen waard. Dan kunnen we er over dertig jaar op terugkijken.” En tot die tijd ziet hij de multiculturele samenleving dagelijks in zijn koffiezaak aan zich voorbij trekken. ’s Ochtends zitten ze er schouder aan schouder aan het ontbijt: zakenlui, ambtenaren, huismoeders en „de dealers die de hele nacht hebben zitten hosselen”. En, zegt Akzoudame, misschien heeft de brave burger er ook wat aan. „Wie weet laat zo’n ambtenaar zich inspireren door een dealer, in kledingsmaak ofzo.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.