De man die Roger Federer (38) al twintig jaar op topniveau houdt

Australian Open Dat Roger Federer op zijn 38ste nog altijd speelt, komt voor een belangrijk deel door zijn fysieke trainer Pierre Paganini. „Zijn probleem was zijn onvoorstelbare talent.”

Roger Federer in Melbourne in zijn partij tegen de Hongaar Márton Fucsovics.
Roger Federer in Melbourne in zijn partij tegen de Hongaar Márton Fucsovics. Foto William West/AFP

Het is eind 2000. Roger Federer, dan 19 jaar, neemt meer de regie in zijn carrière, nadat hij in zijn jeugdjaren onder supervisie van de Zwitserse tennisbond stond. Federer geldt als een uitzonderlijk talent, stijgt snel op de wereldranglijst, maar hij ziet ook dat zijn Australische generatiegenoot Lleyton Hewitt op dat moment verder is. Mentaal, maar ook fysiek.

Federer breidt zijn begeleidingsteam daarom uit met een conditietrainer: Pierre Paganini. Die kent hij al sinds zijn veertiende, uit de periode dat Paganini werkte op het Zwitserse nationale trainingscentrum bij Lausanne. Paganini, een bescheiden man met een kleine bril en een kaal hoofd, speelde zelf nooit tennis maar specialiseerde zich in de sport en werkte eerder met de Zwitser Marc Rosset.

Met Federer – die zijn eerste ATP-toernooi dan nog moet winnen – krijgt hij een belofte in handen die nog veel kan verbeteren op conditioneel en fysiek gebied. „Qua atletisch vermogen had hij een serieuze achterstand”, zegt Paganini in de in 2019 verschenen biografie Federer, van de Zwitserse tennisjournalist René Stauffer.

Ruimte voor progressie

Met name qua „benenwerk en explosiviteit” is er nog „enorm” veel ruimte voor progressie, zegt Paganini. „Zijn probleem was zijn onvoorstelbare talent. Daarmee kon hij namelijk tekortkomingen op atletisch vlak verdoezelen.”

Ze stellen een driejarenplan op. Daarin krijgt Federer, geen liefhebber van conditietrainingen, de tijd om fysiek op topniveau te komen. Hij ziet zelf in dat er meer nodig is dan talent alleen. Paganini: „Hij blijft een kunstenaar, maar wel eentje die het belang van hard werken kent.” Binnen drie jaar wint Federer zijn eerste grand slam, Wimbledon 2003.

Federer in zijn partij tegen Fucsovics. Foto Lukas Coch/EPA

Paganini is nog altijd zijn fysieke trainer, ze zitten in hun twintigste seizoen. Federer noemde de samenwerking eerder als een van de belangrijkste redenen waarom hij op zijn 38ste nog altijd op dit niveau speelt.

Zijn lichaam kan lange, intense wedstrijden nog aan – al wordt het steeds moeizamer. Vrijdag ontsnapte hij in een thriller van meer dan vier uur in de derde ronde van de Australian Open tegen de Australiër John Millman, waarin hij liefst 82 onnodige fouten sloeg. „Zelfs als ik moe ben, heb ik twee uur goed tennis in mij. En dat is best veel”, zei hij tegen de Zwitserse pers.

De condities op de Australian Open zijn niet in zijn voordeel. Dit jaar ligt er een andere hardcourtbaan, het zogeheten Green-Set, die iets trager is dan de baan in voorgaande jaren. Bovendien wordt sinds vorig jaar met andere ballen, Dunlop in plaats van Wilson, gespeeld die eerder opzwellen, wat het tempo afremt.

Federer is met zijn aanvallende speltype en leeftijd juist gebaat bij snelle omstandigheden en korte punten, om zoveel mogelijk energie te besparen. Nu is het moeilijk veel snelheid te forceren, waardoor hij gedwongen wordt lange rally’s te spelen, zoals tegen Millman.

De oude maestro zwoegt

Zondag dreigt dat ook te gebeuren in de achtste finales tegen de Hongaar Márton Fucsovics, die Federer een set lang opjaagt. Je hoort de oude maestro zwoegen, laat op de avond in Melbourne, met een hoge luchtvochtigheid, wat het tempo van de bal ook niet helpt. Federer gromt en kreunt in de rally’s, een teken dat hij er hard voor moet werken.

Mede doordat het niveau bij Fucsovics zakt, wint hij eenvoudig: 4-6, 6-1, 6-2, 6-2. Dinsdag speelt Federer in de kwartfinale tegen de Amerikaan Tennys Sandgren. Bij een zege lonkt een clash in de halve finale met titelverdediger Novak Djokovic.

In drie dagen speelde Federer meer dan zes uur. Het komt in wedstrijden als deze nadrukkelijker aan op zijn fysieke vermogen. Het is interessant om te zien waar zijn limiet ligt. Met in het achterhoofd ook een vol seizoen dat wacht, met de Olympische Spelen in Tokio eind juli, naar verwachting in zeer warme omstandigheden.

Zijn profcarrière overlapt inmiddels vier verschillende decennia – hij begon in 1998. Gevraagd naar waarom hij het volhoudt, waar anderen stopten, zei Federer vorig jaar in The New York Times dat de planning van Paganini altijd gericht was op lange termijn. „De levensduur beschermen”, noemt Federer het, „door niet alle startgelden na te jagen en niet naar alle kleinere toernooien te gaan”.

Dit was al zijn „mindset” in 2004. „Ik heb die beslissing vroeg genomen en ik denk dat ik daarom nog speel. Ik ben mijn liefde voor de sport nooit verloren.”

Less is more

De basis voor zijn seizoen legt hij met Paganini altijd in december, in Dubai, met daarnaast nog een of meerdere trainingsblokken tijdens het seizoen. Zijn jaarplanning wordt bepaald in overleg met Paganini. Met de jaren zijn ze steeds meer volgens het less is more-principe gaan werken: minder toernooien, meer kwaliteit áls hij speelt. „Als je mij ziet krijg je altijd honderd procent”, zei Federer in 2018 in een interview met NRC.

Paganini leest het lichaam van Federer, heeft geen testen meer nodig om te weten hoe hij er fysiek voor staat. In 2017 zei hij tegen The New York Times dat Federer een „atletische leeftijd” heeft die lager ligt dan zijn biologische leeftijd. Federer – 85 kilo en 1 meter 85 lang – heeft een lichaamsbouw die ideaal is voor tennis. Hij is ook bijna nooit geblesseerd.

Federer schudt de handen met Márton Fucsovics na zijn zege. Foto Kim Hong-Ji/Reuters

De aanpak van Paganini, die ook Stan Wawrinka begeleidt, is gericht is op een combinatie van kracht, snelheid, coördinatie en uithoudingsvermogen. „Negen van de tien keer zit de snelheid in de eerste drie stappen, en dan sla je de bal. Je moet dus trainen om bijzonder sterk te zijn in de eerste drie stappen.” Het is die explosiviteit die het spel van Federer kenmerkt – ook op latere leeftijd.

Van belang in de fysieke trainingen met Federer is dat hij voor „afwisseling” zorgt, zegt Paganini in de biografie. „En hij moet zien dat een oefening iets oplevert. Als je hem kan motiveren is hij echt een trainingsbeest.”

Onvermijdelijk is de vraag: hoe lang gaat hij nog door? In augustus 2021 wordt hij 40 – het is niet ondenkbaar dat hij dan nog speelt. Maar houdt zijn lichaam het nog? „Als mijn citroen is uitgeperst, I’m gone”, zei hij in 2015 in gesprek met de Nederlandse pers.

„Als je me een paar jaar geleden had gevraagd of hij nog speelde in 2020, zou ik gezegd hebben: nee”, vertelde zijn coach Severin Lüthi afgelopen week in de Zwitserse krant Tages-Anzeiger. „We praten niet veel over dit onderwerp samen. Ik denk in ieder geval dat hij niet iemand is die zijn afscheid ruim van tevoren zal aankondigen.”