De huisarts die zijn broek liet zakken

Wie: Sebastiaan (50), huisarts

Kwestie: seks met patiënt

Waar: Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag

De Zitting

Het was een doktersvisite zoals huisartsen die elke dag afleggen. Een patiënte met een alcoholprobleem had gebeld. De huisarts – „noem me alsjeblieft niet bij mijn voornaam” – was bij haar thuis langsgegaan. Dat deed de arts op dringend verzoek, de vrouw kampte met een angststoornis en durfde niet naar de praktijk te komen.

De patiënte bonjourde haar hond de kamer uit. En toen de dokter op de bank zat, klaagde ze over pijn in de linkerborst. Zij deed haar trui omhoog en hij onderzocht de borst. Haar jeans gingen uit – wie het initiatief nam, blijft de vraag – de arts liet zijn broek zakken en ze hadden seks. Daarna schreef hij een recept uit en vertrok.

De huisarts, een morsig overhemd onder zijn beige colbert, zit onbewogen tegenover de rechters en collega-artsen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De ‘vaginale penetratie’ – de omschrijving komt van de tuchtrechter in Eindhoven – is in strijd met de richtlijnen van artsenfederatie KNMG, erkent de arts: „Dat mag niet, dat mag nooit. Dat kwam door werkdruk.”

Maar dat hij een dag later opnieuw bij de patiënte op doktersvisite ging – „om haar aan een nieuwe huisarts te helpen” – deed deze eenpitter uit de mijnstreek „in het kader van de continuïteit van de zorg”. Dat bestrijdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die de tuchtzaak aanhangig maakte. De patiënte had de wijkagent ingeschakeld, die informeerde de zedenpolitie, het Openbaar Ministerie op zijn beurt de inspectie.

Tegen advies van de zedenpolitie in, vertelt de jurist van de inspectie, ging de huisarts de dag na zijn grensoverschrijdend gedrag weer bij de patiënte langs. Zonder een neutrale derde mee te nemen. Daarmee handelde hij opnieuw in strijd met de KNMG-gedragsregels. De inspecteur: „Het moment en de plek waren allerminst zorgvuldig en noodzakelijk in het kader van de hulpverlening. Meneer mist professionele distantie, inlevingsvermogen en zelfinzicht.”

„Om herhaling te voorkomen” schorste het medisch tuchtcollege in Eindhoven de huisarts voor een jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De arts en zijn advocaat tekenden beroep aan in de hoop op een berisping en een proeftijd van twee in plaats van drie jaar. De strafrechter sprak de huisarts in eerste aanleg vrij – een hoger beroep loopt nog – en ook de psycholoog van de vakvereniging die de man begeleidde achtte herhaling niet aan de orde.

Als de arts nu inwendig onderzoek doet, vertelt hij, „bel ik de assistente en komt ze erbij staan”. De voorzitter van de huisartsenkring en sommige patiënten weten ervan. „Verschrikkelijk! Ik heb van menig patiënt op mijn donder gehad.” Mijn cliënt heeft een regionale mediastorm overleefd, vult de advocaat aan. „Als hij visite rijdt, gaat er iemand mee als dat nodig is.”

Maar de voorzitter is op zoek naar de oorzaak van het grensoverschrijdend gedrag van deze dokter. Hoe kon werkdruk leiden tot seks met een patiënt?

De arts strijkt over zijn strak achterovergekamde haar. Hij had zichzelf „een beetje laten leiden”, antwoordt hij. „Na een vervelende dissociatie met de maatschap” was zijn praktijk net verhuisd. „Ik was slaaf van mijn werk.” Boterhammen smeren, werken, kinderen instoppen, slapen. „Mijn wachtkamer zat elke ochtend voller dan het dorpscafé op zaterdagavond.”

Maar het tuchtcollege begrijpt nog steeds niet het verband tussen werkdruk en seks met een patiënt. Andere overwerkte artsen vervallen toch niet in zulk grenzeloos gedrag? In het forensisch rapport, opgesteld voor het strafproces, staat dat de beklaagde arts moeite heeft met afstand en nabijheid. Wat weerhoudt de dokter ervan een onafhankelijk psycholoog in te schakelen die hem helpt te achterhalen waardoor dit kwam?

De huisarts met gepijnigde blik: „Nou eh... Denk maar niet dat mijn zus zo vriendelijk is geweest tegen haar broer.” De arts valt stil. Zegt dan: „Dit doet me nogal veel.” Om daarna opnieuw zichzelf te beklagen: „Het was loodzwaar. Na mijn arrestatie heb ik zeventien dagen vastgezeten [...] ik moest mezelf in bescherming nemen toen gedetineerden doorkregen waarvoor ik zat.”

Zes weken later moet de arts zich alsnog op last van de hoogste tuchtrechter uitschrijven als huisarts. Voor een half jaar. De andere helft van het jaar wordt hij voorwaardelijk geschorst, met een proeftijd van twee jaar. Herhaling kan het college niet uitsluiten. „Voor het college staat niet vast dat genomen maatregelen ervoor zullen zorgen dat hetgeen is voorgevallen niet nog eens zal gebeuren. […] Ter zitting heeft hij niet overtuigend kunnen aangeven wat de oorzaak van zijn gedrag is geweest.”