Recensie

Recensie Muziek

Betoverend mooie ‘Orfeo’ blijft soms wat abstract

De Nederlandse Reisopera brengt Monteverdi’s ‘oer-opera’ in een fraaie designproductie. Het decorobject van Studio DRIFT oogt adembenemend, maar het drama blijft een beetje op afstand.

Orfeo’s ego is een bewegend designweb van Studio Drift boven zangers en dansers
Orfeo’s ego is een bewegend designweb van Studio Drift boven zangers en dansers Reisopera

Als „oer-opera” afficheert de Reisopera hem: Monteverdi’s L’Orfeo (1607), tijdloze fabel over liefde en rouw. Maar je zou Orfeo ook een revolutionair „ritueel in muziek” kunnen noemen - zeker in de hyper-esthetische productie waarmee de Nederlandse Reisopera deze maand door het land toert.

Vooropgesteld: deze Orfeo verdient maximale punten voor lef en samenwerkingszin. Monique Wagemakers, 37 jaar geleden als operaregisseur gedebuteerd, sloeg nieuwsgierig de handen inéén met kostuummaker Marlou Breuls, choreografe Nanine Linning en kunstenares Lonneke Gordijn van Studio DRIFT om samen één antwoord te vinden op de vraag waarom Orfeo’s verhaal zo iconisch is.

Veelkoppige artistieke samenwerkingsverbanden als deze zijn niet zonder risico, maar in deze Orfeo is van focusverlies totaal geen sprake: de vier vrouwen smeedden samen één Gesamtkunstwerk. Het idee om tien dansers en tien zangers (gecast op vocale én theatrale kwaliteit) als één kluwen tot kern van de handeling te maken, is indrukwekkend; dat de lenige dansformatie ook koor blijkt, werkt aanvankelijk zelfs betoverend. Datzelfde geldt voor de wijze waarop de tien prima, veelal jonge solisten zich als individuen losmaken uit het geheel. De formatie volgt Monteverdi’s muziek zo letterlijk op de voet.

Orfeo’s ego als Barbapapa-design

Het ego van Orfeo wordt verbeeld door een boven het speelvlak hangend object van Lonneke Gordijn: een driedimensionale rechthoek (balk) van zestien kilometer ragfijn geweven visdraad dat middels scheerlijnen met Barbapapa-achtige souplesse van gedaante/stemming wisselt; alsof het een levend organisme is. Waar de proloog overgaat in de handeling wordt ‘Ego’ als een stolp opgeheven (mooi!). Als Euridice dood blijkt, zakt ‘Ego’ als één zuchtende windbuil - geruisloos als het noodlot - over Orfeo heen: een treffend en simpel maar adembenemend goed beeld.

En toch begint er gaandeweg iets te wringen. Orfeo is een opera over hartstocht en verlies. Maar door de focus op het collectief en de abstrahering van Orfeo’s ego beleef je alles navenant abstract, hoe expressief ook de zang van bij voorbeeld Luciana Mancini (Musica) en de jonge bas Alex Rosen (Caronte). Tenor Samuel Boden is een intieme, overtuigende Orfeo, maar de scherpste kartels van rouw laat hij buiten beeld. Het explosieve draven en brullen waarmee Orfeo’s verlies voor de pauze dan toch stem krijgt contrasteert zozeer bij de verstilde context dat het effect onbedoeld komisch is.

Ingetogen

De Reisopera werkt voor deze productie samen met OPERA2DAY. Dirigent Hernán Schvartzman leidt La Sfera Armoniosa met gevoel voor subtiliteit: uit de bak klinken regelmatig fraaie details en gedurfd aangezette dissonanten. Maar overall houdt Schvartzman het ingetogen. Zo sluit de muzikale benadering aan op de theatrale benadering en is dit een Orfeo die het meer moet hebben van schoonheid en idee dan van rauwe onderbuikgevoelens.