Betogers Irak kwetsbaar na ‘verraad’ al-Sadr

Irak Het straatprotest in Irak gaat een onvoorspelbare nieuwe fase in nu de sjiitische leider al-Sadr de betogingen niet langer steunt.

Iraakse betogers ruimen puin nadat hun tentenkamp op en rond het Tahrir-plein door de politie in brand is gestoken.
Iraakse betogers ruimen puin nadat hun tentenkamp op en rond het Tahrir-plein door de politie in brand is gestoken. Foto MURTAJA LATEEF/EPA

De Iraakse oproerpolitie heeft zaterdag met grof geschut een eind proberen te maken aan de aanhoudend straatprotesten in Bagdad en elders. In de hoofdstad werden twee bruggen heroverd die de betogers sinds eind oktober bezet hielden.

De politieactie volgt op een massabetoging, vrijdag, tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak, en het intrekken van de steun voor het straatprotest door de sjiitische leider Moqtada al-Sadr.

Het protest in Irak begon op 1 oktober vorig jaar als een brede volksbeweging tegen de huidige politie klasse, en de corruptie en wanbestuur die haar worden verweten. Sindsdien zijn ruim vijfhonderd betogers gedood en duizenden verwond. Eind november nam premier Adil Abdul-Mahdi onder druk van het protest ontslag.

Maar het doden van de Iraanse generaal Qassem Soleimani door de VS, begin januari, heeft de situatie vertroebeld. Het protest had altijd de impliciete steun van Moqtada al-Sadr, een geestelijke leider en militieleider die grote steun geniet onder het sjiitische deel van de bevolking.

Al-Sadr staat bekend als een Iraaks nationalist die zowel tegen de Amerikaanse als de Iraanse invloed in Irak gekant is. De strijd tegen corruptie is al jaren zijn handelsmerk.

Maar een deel van de betogers verweet al-Sadr altijd dat hij van twee walletjes eet en de woede over de eliminatie van Soleimani lijkt hem opnieuw dieper in het Iraanse kamp te hebben geduwd. De anti-Amerikaanse betoging waartoe al-Sadr vrijdag had opgeroepen, bracht circa 200.000 tot 2 miljoen mensen op straat.

Diezelfde dag trok al-Sadr zijn steun in voor het straatprotest op en rond het Tahrir-plein. Vrijwel onmiddellijk daarna begonnen al-Sadrs aanhangers onder de betogers hun tenten af te breken. Dat was het teken voor de oproerpolitie om de overgebleven betogers aan te vallen: tenten werden in brand gestoken, en volgens het Franse persagentschap AFP werden zeker vijftien betogers in Bagdad en elders doodgeschoten.

Aan de basis van wat sommige betogers „al-Sadrs verraad” noemen, ligt blijkbaar een reeks beledigingen aan het adres van al-Sadr en zijn aanhangers op straat en op sociale media. Al-Sadrs woordvoerder Sheikh Saleh al-Obaidi, zei tegen The New York Times dat de beslissing een „berisping” was voor de betogers en de manier waarop sommigen van hen al-Sadr en zijn aanhangers hebben behandeld.

Het straatprotest in Irak wordt gedragen door brede lagen van de bevolking. Wat hen verbindt, is de woede tegen de politieke klasse, die er ondanks de olie-inkomsten niet in slaagt om de bevolking te voorzien van basisvoorzieningen als elektriciteit of drinkbaar water, of een fatsoenlijke baan.

Maar de aanhangers van al-Sadr, veelal arme jongeren uit de naar hem genoemde wijk Sadr-stad in Bagdad, zijn ook erg loyaal aan hun leider. Al-Sadrs beweging verstrekt in wijken medische en sociale voorzieningen die mensen van de staat niet krijgen.

Volgens AFP trokken de betogers zondag opnieuw massaal richting het Tahrir-plein in Bagdad, waaronder een grote betoging van universiteitsstudenten. Zonder de aanwezigheid van de aanhangers van al-Sadr zijn zij kwetsbaarder dan ooit.