Necrologie

Voor altijd de man van de WK-bal tegen de paal

Rob Rensenbrink 1947-2020 Hij was bijna de evenknie van Johan Cruijff, maar werd alleen beroemd in Nederland en België. Op een decimeter na bezorgde hij Oranje in 1978 de wereldtitel. „Ik moet altijd uitleggen dat het geen open kans was.”

Rob Rensenbrink in de WK-finale van 1978 tegen Argentinië. Rensenbrink schoot vlak voor tijd, bij de stand van 1-1 , de bal tegen de paal. Argentinië won in de verlenging met 3-1 en werd wereldkampioen.
Rob Rensenbrink in de WK-finale van 1978 tegen Argentinië. Rensenbrink schoot vlak voor tijd, bij de stand van 1-1 , de bal tegen de paal. Argentinië won in de verlenging met 3-1 en werd wereldkampioen. Foto ANP

„Rensenbrink… tegen de paal!” De woorden van commentator Theo Reitsma zijn voor eeuwig verbonden aan de WK-finale van 1978 in Argentinië. De topscorer van het Nederlands elftal had vlak voor tijd de winnende goal op zijn schoen, hij raakte de buitenkant van de paal. Zo werd het geen 2-1 voor Oranje, maar na verlenging 3-1 voor het gastland, dat uit handen van juntaleider Videla de wereldbeker in ontvangst nam.

Lees ook: Juichen na een doelpunt was Rensenbrink vreemd

Rob Rensenbrink, afgelopen vrijdag op 72-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oostzaan overleden aan een progressieve spierziekte, werd na zijn carrière nog bijna elke dag herinnerd aan de gemiste kans. „Ik moet alleen altijd uitleggen dat het geen open kans was”, blikte hij in 1997 terug in NRC. „Daar word ik wel eens moe van. Dan komen ze naar me toe en zeggen ze ‘godverdomme, waarom heb je ’m er in die laatste minuut niet ingeschoten?’. En dan moet ik me toch weer verdedigen: ‘Die bal was helemaal aan de zijlijn, ik kon ’m net halen en ik schoot ’m onder de keeper door en toen kwam ie tegen de paal aan’.”

Rensenbrink was veel meer dan de voetballer die de wereldtitel op een haar na misliep. Hij won met het Brusselse Anderlecht twee Europa Cups voor bekerwinnaars, hij werd in België voetballer van het jaar, en hij verloor met Oranje nog een WK-finale – die van 1974. In München werd hij tegen (alweer) het gastland in de rust gewisseld, nadat hij een blessure zou hebben verzwegen. „Ik was op tijd fit, maar heb in het veld misschien toch te veel aan die blessure gedacht”, verklaarde hij later zijn fletse spel tegen West-Duitsland.

Als een slang

Zijn bijnaam ‘slangenmens’ dankte hij aan een Hongaarse trainer die zijn club Ujpest in 1970 dolgedraaid zag worden door de dribbelaar van Club Brugge. Rensenbrink had de bal aan een touwtje, hij slalomde sierlijk door de vijandelijke verdediging, met zijn rechterarm omhoog, want hij deed alles met zijn linkervoet. Binnendoor, buitenom, of recht op het doel af. Als een slang, zei de Hongaarse trainer. ‘Slangenmens’, vertaalde voetbaljournalist Maarten de Vos in zijn wedstrijdverslag.

Oud-bondscoach Rinus Michels zei over zijn linksbuiten van 1974: „Je hebt spitsen en je hebt typische buitenspelers, maar hij is allebei tegelijk. Dat is in het voetbal een zeldzame combinatie.” Rensenbrink in een reactie in NRC: „Ze vergeleken me wel eens met Piet Keizer of Coen Moulijn, maar dat waren echte buitenspelers. Ik ben van origine nooit een linksbuiten geweest maar een linksbinnen.”

‘Slangenmens’ Rensenbrink had de bal aan een touwtje, hij slalomde sierlijk door de vijandelijke verdediging

De populariteit van Moulijn weerhield de Feyenoord-leiding ervan Rensenbrink over te nemen van de Amsterdamse profclub DWS. De geboren Jordanees koos destijds bewust niet voor Ajax. „DWS was een arbeidersclub, dat trok me wel. Bij Ajax zaten de jongens met kapsones. Dat speelde ook mee”, vertelde hij in NRC.

Zijn beste interland speelde hij in 1976 in het EK-kwalificatieduel (5-0) tegen België, toen hij uit de schaduw trad van Johan Cruijff, met wie hij op de fotoredacties van buitenlandse kranten nog wel eens werd verwisseld. Zo dook vier jaar geleden bij een Franse necrologie over Cruijff nog een foto van Rensenbrink op. De dienstdoende redacteur had blijkbaar geen oog voor het verschil tussen een rechts- en een linksbenige voetballer – en zag ook andere verschillen over het hoofd.

Prachtige balbehandeling

Maar ze leken zeker op elkaar, de drie maanden na elkaar geboren Amsterdammers. Sluik haar, ingevallen gezicht, prachtige balbehandeling. Hun karakters daarentegen verschilden weer enorm. Waar Cruijff binnen en buiten de lijnen alle aandacht opeiste, hield Rensenbrink zich letterlijk schuil aan de zijlijn.

En juichen deed hij ook niet of nauwelijks, na een van zijn honderden doelpunten. „Ik had vreselijk veel moeite met spelers die bij 1-0 al het hek ingingen. En dan verloor je met 4-1. Als ik een goal maakte, nou, handje omhoog en eh, eerst maar wachten tot die wedstrijd afgelopen was. Dan kon je altijd nog juichen.”

„Als ik een goal maakte, nou, handje omhoog en eh, eerst maar wachten tot die wedstrijd afgelopen was. Dan kon je altijd nog juichen”

Pas op het WK in 1978 kreeg hij – bij afwezigheid van Cruijff – een vrijere rol, zoals hij die in clubverband al een poosje bij Anderlecht vervulde. Maar ook in Argentinië klaagde hij over het gebrek aan ballen dat hij kreeg aangespeeld. „Er waren spelers die echt de andere kant opkeken.”

Rensenbrink ergerde zich vaak aan de „praatzieke” Cruijff, maar hun verstandhouding was prima. „Misschien omdat hij vond dat ik ook een goeie voetballer was. De mindere spelers hadden meer problemen met hem. Johnny Rep kreeg altijd op z’n sodemieter.”

Rob Rensenbrink, de bescheidenheid zelve, zou ook nooit een trainer met een grote mond in een grote regenjas worden. Hij voltooide na zijn actieve carrière de cursus Oefenmeester II, maar hield het daarna snel voor gezien. De gediplomeerde timmerman annex voetbalmiljonair ging liever vissen dan coachen. „Ik vond het niet leuk. Veel theorie natuurlijk. Een heel boek moest je doorwerken en overschrijven. Toen dacht ik: jezus mina, wat zit ik hier te doen.”