Opinie

Je stuk vast laten lezen en commentaar krijgen van de buren - hoe kan dat?

De ombudsman

Toch even schrikken, als verslaggever. Je bent op pad en in gesprek met een buurtbewoner, en je krijgt opeens luid commentaar van de overkant van de straat. Waar bemoeien die mensen zich mee?

Dat dacht zorgredacteur Frederiek Weeda een beetje, toen ze een artikel vóór publicatie ter inzage had gestuurd aan een instelling voor ouderenzorg – en onverwachts commentaar op de tekst kreeg van het lokale zorgkantoor van een verzekeraar, dat ook in het stuk voorkwam. Hoe kwamen die aan haar tekst?

Ja, de instelling voor ouderenzorg had het artikel ook even doorgestuurd aan de verzekeraar, waar Weeda geen afspraken over inzage mee had gemaakt. „Onhandig”, aldus de woordvoerder van de zorginstelling, die zich per app verontschuldigde.

Van zijn kant ook weer niet onbegrijpelijk. In dat artikel ging het om een delicaat proces, de overname van een aantal regionale verpleeghuizen, waarbij de instelling voor ouderenzorg en de verzekeraar samen optrekken. Maar ja, speel dan wel open kaart.

Artikelen vóór publicatie ter inzage geven (een gebruik dat verschilt per land en tussen Europa en de Angelsaksische wereld) is hier inmiddels wijd verbreid – en wordt vaak als voorwaarde gesteld door bronnen. Het voordeel: het kan misverstanden en fouten voorkomen en dus een beter stuk opleveren. Het risico: bronnen gaan zich beschouwen als co-auteurs en willen invloed op strekking en context. Reputatie is het nieuwe goud, tenslotte.

Voor journalisten doemt dan al gauw het beeld op van de eenzame verslaggever die zich te weer moet stellen tegen een industrie van woordvoerders, communicatieadviseurs en reputatiemanagers die de scherpe kantjes van een stuk afslijpen. Aan de andere kant, het is niet gek dat instellingen die meewerken aan een artikel willen weten wat daar in komt te staan. Zeker als het, zoals in het bankwezen, de sport of de zorgsector, om grote zakelijke en financiële belangen gaat.

Wat te doen?

Je kunt zeggen: die praktijk van stukken ter inzage geven is uit de hand gelopen. Dat heeft het effect dat bronnen en instellingen soms denken dat ze een stuk mogen ‘fiatteren’ of zelfs ‘autoriseren’.

Is dat nog terug te draaien?

Weeda heeft er in elk geval deze les uit getrokken en dat lijkt me hoe dan ook een urgente aanbeveling: maak glasheldere afspraken bij inzage, inclusief het verzoek de tekst niet verder te verspreiden. Voorkom dat gesprekspartners het idee krijgen dat ze co-auteur zijn van het artikel of menen vetorecht te hebben.

Het kan trouwens bonter.

NRC-correspondent Koen Greven, die schrijft over Spanje, Portugal en Marokko, keek twee jaar geleden vreemd op toen hij een ongepubliceerd artikel van zijn hand zowaar toch in druk zag: in een boek. De hele tekst, inclusief datum en aanhef „door onze correspondent” bleek opgenomen in het boek Wereld op een keerpunt (2018) van de macro-econoom Frits Bosch, abonnee én vaste criticus van het in zijn ogen „extreem linkse” NRC. Het stuk bleek toen ook al beland op de opiniesite De dagelijkse Standaard.

Dat stuk van Greven – over Marokkaanse jihadisten – was ook niet voor de aardigheid opgenomen, maar om NRC te hekelen. De krant had immers kennelijk niet het lef gehad dit artikel af te drukken want het was, aldus Bosch, „kritisch jegens de islam”.

Het stuk was door de redactie nog onvoldoende onderbouwd bevonden, was op de plank blijven liggen en daarna uit zicht verdwenen – zoals dat soms gaat, helaas. Jammer, ik vond er niet veel mis mee toen ik het in dat boek las, zij het – en dat was het bezwaar van de redactie – dat het nogal zwaar leunde op uitspraken van één uitgesproken opiniemaker. Dat was de oud-hoogleraar interculturele communicatie David Pinto, ooit oprichter van de politieke partij LEF. Greven had hem uitgebreid gesproken en had hem zijn concept-artikel ter inzage toegest...

U begrijpt de rest.

Via Pinto, teleurgesteld toen hij begreep dat het artikel de krant niet zou halen, belandde Grevens tekst bij Bosch, een kennis van de oud-hoogleraar. Die nam het op in zijn boek, als bewijs dat NRC niet kritisch over de islam durft te zijn. Wat je ook van die conclusie vindt (bij diverse salafistische organisaties zouden ze ervan opkijken), het punt is niet alleen dat het publiceren van een concept-stuk natuurlijk niet netjes is, maar vooral dat het een schending is van het auteursrecht van Greven, die freelance werkt.

Dus trok Greven aan de bel bij Bosch, die hem een bescheiden vergoeding betaalde, waarmee de zaak voor beiden dan maar was afgedaan. Pinto, die ik erover belde, zegt te hebben gedacht dat alleen zijn woorden in het boek zouden komen. Bosch mailt dat hij het stuk „met medeweten en goedkeuring” van Greven heeft geplaatst en er 250 euro voor heeft betaald, maar zich „de volgtijdelijkheid” van een en ander niet meer kan herinneren. Bij dezen dan: het artikel werd eerst in het boek afgedrukt en pas betaald toen Greven zich verbaasd meldde.

Oók een les: in de culturele oorlog die in Nederland woedt tegen de mainstream media kan álles van journalisten dienen als munitie om de media te beschieten, inclusief appjes, tweets, e-mails en blijkbaar ook stukken die beleefd ter inzage worden gestuurd.

Moeten journalisten, die immers zelf graag gebruikmaken van gelekte stukken, daar misschien niet over zeuren? Nou ja, er is een verschil tussen het in vrije nieuwsgaring opduiken van relevante documenten en het zonder medeweten of wederhoor publiceren van een stuk dat een ander ter inzage heeft gekregen. Dat is geen journalistiek, maar gewoon vals spel.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.