Opinie

Hoogste tijd dat ook de arbeidscontracten worden heruitgevonden

Commissie-Borstlap

Commentaar

Nederland heeft te maken met een nieuwe „sociale kwestie”. Aan grote woorden maar ook grote ambities geen gebrek in het deze week gepresenteerde rapport ‘In wat voor land willen wij werken’ van de commissie-Borstlap die de werking van de Nederlandse arbeidsmarkt onderzocht. Zoals dat hoort bij een rapport dat aandacht wil krijgen is het ‘vijf-voor-twaalfgehalte’ hoog. Maar dat is in dit geval volkomen terecht.

Lees ook: Met al dat flexwerk is Nederland uniek

Het verrichten van betaald werk is voor veel mensen een van de belangrijkste onderdelen van het leven. Een baan en alles wat hiermee samenhangt, daar gaat het allemaal om. Maar juist hier is veel mis, signaleert de commissie. Vaste dienst raakt steeds meer uit, het flexcontract rukt op. Tegenover 5,5 miljoen werknemers met een vast contract staan twee miljoen werkenden met een flexibel contract en ook nog eens een miljoen zzp’ers, bleek vorige maand uit cijfers van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66).

Als gevolg van deze ontwikkeling zijn volgens de commissie-Borstlap economische, sociale en maatschappelijke waarden van werk „in de knel” geraakt. Deze zullen nog verder onder spanning komen te staan als geen actie wordt ondernomen. Zodoende luidt de conclusie van hun rapport dat de tijd van „pleisters plakken” voorbij is. Er wordt om „fundamentele verandering” gevraagd waarbij „de bakens moeten worden verzet”. Een operatie die erop neerkomt dat de vaste baan in ruil voor minder zekerheid weer leidend wordt.

De belangenorganisaties waren in hun eerste reacties zoals gebruikelijk rolvast. Werkgevers vrezen dat zij straks als gevolg van de strengere regelgeving die de commissie-Borstlap bepleit te veel in hun handelen worden beperkt, de werknemersorganisaties zijn bang dat personeel met een vaste baan als gevolg van versoepeling van regels „vogelvrij” wordt. Tot zover niets nieuws dus. Stellingen betrekken past in het positiespel dat partijen in de polder spelen. Ondertussen wordt er wel degelijk bewogen, maar uiterst langzaam. Vandaar dat het aan de politiek is om richting te geven en lijnen uit te zetten.

Voor de politieke partijen die nu bezig zijn met het opstellen van hun programma’s met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 is het rapport dan ook van grote betekenis. De commissie doet tal van aanbevelingen voor wetsveranderingen om de trend van vast naar flexwerk om te buigen. De commissie zegt weliswaar niet met een „grand design” voor de inrichting van de arbeidsmarkt te komen maar de toon van het rapport en de bijgeleverde „richtinggevende bouwstenen” hebben er wel alle trekken van. Het kan ook moeilijk anders want de arbeidsmarkt en alles wat daarmee samenhangt, bijvoorbeeld scholing en sociale zekerheid, is een dermate ingewikkeld en met elkaar vervlochten bouwwerk dat er niet zomaar stenen uit kunnen worden gehaald.

De waarde van het rapport is dat het de politiek dwingt tot een brede kijk op het probleem waarbij dogma’s worden vermeden. Iedereen zal moeten bewegen. Het vraagstuk kan inzet worden van de verkiezingen waarna bij een kabinetsformatie concrete maatregelen kunnen worden gemaakt. Daarvoor is gelegitimeerd politiek draagvlak van het grootste belang. De noodzakelijke hervorming van de arbeidsmarkt is te lang gegijzeld geweest door bestuurlijke inertie.

Het vraagstuk dat de commissie-Borstlap met zijn soms apocalyptisch getoonzette rapport opwerpt is immers verre van nieuw. Het fenomeen van de ‘structurele tijdelijkheid’ van het flexibele arbeidscontract is al veel langer gaande. Niet voor niets stond in het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie uit 2017 ook al het voornemen om „de balans” op de arbeidsmarkt te herstellen. Daar is getuige de bevindingen in het rapport bitter weinig van terechtgekomen.

De tijd is rijp voor een nieuwe poging. Deze past in het bredere debat waarbij kritisch wordt gekeken naar de wijze waarop economieën in de westerse samenleving zich hebben ontwikkeld. De schaduwkanten van ongebreidelde marktwerking zijn zichtbaar geworden. Juist om te kunnen voortbestaan moet het kapitalisme zich heruitvinden, is de laatste tijd vaak te horen.

Dat heruitvinden geldt zeker ook voor de arbeidsmarkt waarbij de vraag aan de orde is of al die op vraag en aanbod gerichte losse arbeidscontracten nu altijd wel zo’n positief effect hebben voor het optimaal functioneren van bedrijven en instellingen.

Een nieuw evenwicht is nodig. De commissie-Borstlap geeft daarvoor een gedurfde en bruikbare aanzet. Het is te hopen dat de politieke partijen in hun programma’s dezelfde durf zullen tonen.