Opinie

Het beest eruit hangen

Tommy Wieringa

Het stabiele genie Thierry Baudet schreef vorige week in deze krant een in memoriam voor zijn leermeester Roger Scruton. Daarin werd ons een blik vergund op het verloren huis, het huis dat we volgens Scruton hebben leren verachten door de oikofobe tijdgeest: het is een boerderijtje op het Engelse platteland, met het bestaan dat daarbij hoort. Scruton had volgens Baudet een onrustig leven achter de rug, waarin hij „verschillende vriendinnen” had en zelfs flirtte met de islam, voordat hij „een landelijk bestaan met boerderij, kerk en gezin ontdekte als antwoord op het moderne, ontwortelde bestaan dat hij volop had geleefd, en volop in zichzelf ervoer; maar misschien juist daarom zo uitdrukkelijk verwierp”.

Niks bijzonders, zou je zeggen, eerst een tijdje het beest eruit hangen (zoals een leerling van A.L. Snijders het eens noemde) tot je er genoeg van hebt en het tijd is voor een huisje, een boompje, een beestje. Maar bij deze dwaalleraren krijgt zoiets het formaat van een schokkende ontdekking, iets wat de wereld in dreunende kanselredes moet worden meegedeeld.

Niet zijzelf zijn wat ontworteld geweest, de hele wereld is het. Hun pijn is van kosmische proporties, en hun verdriet is – hoe onbescheiden! – het verdriet van de hele wereld. Nadat ze zich te buiten zijn gegaan aan de geneugten van de wereld, willen ze zich erop wreken, op haar architectuur, haar kunst, haar moraal en, in het geval van Baudet, haar staatsinrichting. Hun knoet is een giftig-romantische zucht naar restauratie – de wereld zoals ze was toen zij er nog niet in waren, waarin de verhoudingen duidelijk waren, zowel die in de architectuur en de muziek als die tussen man en vrouw, wit en zwart, meester en knecht.

„Heel zijn werk”, schrijft Baudet, „ademt de pijn van afscheid en verlies; en alles wat hij schreef is in zekere zin een elegie – bedoeld om hetgeen dat verloren is zozeer te strelen dat het eventjes weer tot leven kan komen en kortstondig, al is het maar in de beleving van de lezer, kan wederopstaan. Aan die renaissance-fantasie heeft Roger Scruton geloofwaardigheid willen geven.”

Het strelen van een lijk, om een monster van Frankenstein tot leven te wekken. Dat is geen filosoferen, dat is voodoo. Fictie voor zombies.

En dan: heel zijn werk een elegie? Toch niet. Om zijn restauratieve verlangens te kunnen bekostigen, lees: zijn boerderij op te knappen, liet Scruton zich door een Japanse tabaksfirma betalen in ruil voor rokersvriendelijke propaganda-essays in Britse kranten. Restauratie is niet goedkoop, eer wel.

Baudets eigen verloren huis ziet er misschien niet uit als een boerderij in de heuvels van Wiltshire, maar – gezien zijn filippica’s tegen moderne architectuur in het algemeen en Rem Koolhaas in het bijzonder – als Batavia Stad in de vlakte van de Flevopolder, een 17de-eeuws fopstadje verdedigd met een fopkanon. Zo ziet het eruit als je een lijk tot leven streelt.

Ook wat vrouwenrechten betreft zou Baudet het liefst terugkeren naar de Gouden Eeuw. Zijn opstel over Michel Houellebecqs laatste roman Serotonine laat geen ruimte voor twijfel: de vrouw is een functie, geen individu. Ze moet seks en liefde schenken en kinderen baren. Al eerder schreef hij – in navolging van de versiercoaches die hij bewondert en als spreker uitnodigt op partijcongressen – dat het ‘nee’ van vrouwen gerust kan worden genegeerd. Hij eist ruimte voor de „brute, mannelijke natuur”: „De realiteit is dat vrouwen niet alleen maar met omzichtig ‘respect’ behandeld willen worden door hun sekspartner; dat ze helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.” (Dezer dagen staat in New York een man voor de rechter die zeker tachtig actrices heeft overrompeld en overheerst met zijn brute, mannelijke natuur.)

Abortus heet bij Baudet vernietiging en vrouwenemancipatie een vergissing: deze dingen staan een traditioneel gezinsleven in de weg, waarin de vrouw haar geluk en werkelijke vervulling vindt. Zulke bemoeienis is de eeuwige bemoeienis van moellahs en prelaten, en ook van een bepaald slag politicus: tot in de slaapkamer en de baarmoeder eisen ze zeggenschap over ons bestaan. Daarom moeten we ze bij de macht vandaan houden en de toegang tot de intimiteit van onze levens ontzeggen.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.