Opinie

Poetin en Duda strijden over hoofden slachtoffers heen

Het huidige Pools-Russische conflict is gevolg van een recent opgelaaid dispuut over het ‘duivelspact’ van Hitler en Stalin, weet Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Hoe langer het geleden is, des te politieker wordt de Tweede Wereldoorlog herdacht. Dit jubileumjaar heeft de politisering van de herinnering ook greep gekregen op de Shoah. Het World Holocaust Forum donderdag in Yad Vashem bij Jeruzalem is er door bezoedeld.

Hoofdpersonen zijn de presidenten Poetin van Rusland en Duda van Polen. Duda heeft in Israël verstek laten gaan omdat Poetin er wel op het hoofdpodium mocht spreken maar hij, notabene uit het land met relatief het hoogste aantal slachtoffers, niet. Omgekeerd zal Poetin niet aanwezig zijn bij een herdenking in Auschwitz-Birkenau, vernietigingskamp dat maandag driekwart eeuw geleden door Sovjetroepen werd bevrijd.

Dit Pools-Russische conflict is het gevolg van een recent opgelaaid dispuut over het begin van de oorlog: het ‘duivelspact’ waarmee Hitler en Stalin 80 jaar geleden Polen, West-Oekraïne en de Baltische landen onderling verdeelden.

Volgens Poetin was dit Molotov-Ribbentroppact onvermijdelijk, omdat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een jaar eerder de Sovjet-Unie in de steek hadden gelaten met hun appeasement jegens Nazi-Duitsland, maar vooral ook een koekje van eigen deeg voor Polen dat van München ’38 had geprofiteerd door wat Tsjechisch grondgebied in te pikken. Mochten de Polen hun „smerige muil” verder nog opentrekken , dan zou Rusland belastende archieven opengooien, dreigde Poetin vorige week. Eerder had hij de Poolse ambassadeur in Berlijn anno 1934-39 een „schoft en antisemitisch varken” genoemd. Zijn sub-tekst? Op de keper was Polen zelf schuldig aan de oorlog. En zo indirect ook aan de dood van zes miljoen burgers (drie miljoen Joden, drie miljoen etnische Polen).

„Historische leugens”, reageerde Duda tegenover de Financial Times . „Het is een ideologie, een soort post-stalinistisch revisionisme” om de eigen misdaden aan het oog te onttrekken. Zo’n zwarte bladzijde is Katyn, in Polen hét symbool voor de bezetting na het duivelspact. In de bossen bij Katyn en elders in de Sovjet-Unie werden in 1940 op bevel van Stalin zeker 22.000 krijgsgevangen Poolse officieren, ambtenaren en intellectuelen vermoord.

Hoewel Moskou in 1990 erkende dat de stalinistische geheime dienst de hand had in de massaslachting – en niet de nazi’s, zoals het tot dan had beweerd – is Katyn voor Poetin geen populair thema.

Beiden hebben niettemin de mond vol van „historische waarheid”. Poetin en Duda zoeken niet naar een gezamenlijke interpretatie van de geschiedenis, hoewel dat op grond van de feiten niet moeilijk is, hooguit pijnlijk. Ze bedrijven politiek. Volgens Ofer Aderet van de Israëlische krant Haaretz is de herdenking in Yad Vashem gekaapt. De Brits-Israëlische journalist Anshel Pfeffer voegde eraan toe: „En Israël volgt nu Poetins narrative door zijn gastheer te zijn.”

De kapingsactie is na de plechtigheid in Krakau maandag niet voorbij. Zelfs na de meidagen zal de gijzeling van de geschiedenis doorgaan. Waarom? Omdat het in deze politics of memory niet louter om de Tweede Wereldoorlog gaat, evenzeer om de Koude Oorlog. Om de vraag of de Polen (Balten en anderen Midden- en Oost-Europanen) mogen vinden dat ze in 1939 respectievelijk 1944/45 niet alleen zijn bevrijd van Hitler, tegelijkertijd zijn bezet door de Sovjets.

Rond die ambivalentie strijden Poetin en Duda hun strijd: over de hoofden van de slachtoffers en nabestaanden heen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.