Recensie

Recensie Boeken

Deze stellen roken, drinken en vrijen, maar kunnen niet over hun gevoel praten

Roberto Camurri In De menselijke maat van de bekroonde Italiaanse debutant Roberto Camurri (1982) volgen we de liefde tussen stellen in Noord-Italië. Ze roken, drinken en vrijen maar kunnen niet over hun gevoelens praten. (●●●●)

De debuutroman van de Italiaanse schrijver Roberto Camurri (1982), werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg, kwam op een bijzondere manier tot stand. Hij schreef elf verhalen over (zijn) vriendschappen van vroeger in zijn geboorteplaats Fabbrico in Emilia Romagna. Toen hij de verhalen liet lezen aan de uitgever was de reactie: je bent een roman aan het schrijven. De menselijke maat werd goed ontvangen en ontving twee literaire prijzen.

Hoofdpersonen Davide en Valerio zijn beste vrienden vanaf de lagere school, en Anela, die op een zomeravond ‘hoi’ zegt tegen Davide die op slag verliefd wordt, voelt zich een indringer. Maar niet alleen deze drie hoofdpersonen dragen de roman; er waren nog meer vrienden en vriendinnen en ook over die verhoudingen schrijft Camurri, die zelf vertrok uit het dorpje. Fabbrico bestaat uit enkele straten, een kerk, een piepklein pleintje met de bar van Bice en daaromheen uitgestrekte velden, wijnstokken en kiezelpaden die geasfalteerd werden.

De vierde roman van Paolo Giordano vertelt meeslepend over de tragisch verstrengelde levens van vier jongeren in Zuid-Italië. Lees ook: Een puberzomer vol jaloezie, erotiek en voyeurisme

Twee verhalen steken boven de andere uit: het verhaal ‘Sneeuw’, over de veteraan Giuseppe die als 15-jarige meegevochten heeft tegen de fascisten om Fabbrico te bevrijden en nu bij de herdenking als oudste oorlogsheld vooraan de optocht loopt. De dag verloopt anders omdat neo-fascisten de herdenking verstoren. Giuseppe prevelt: ‘Is het dan allemaal voor niets geweest’. Met veel liefde voor Giuseppe geschreven, gevolgd door de rauwe werkelijkheid van vandaag.

Vrijen

Het andere verhaal is ‘IJs’, dat tekenend is voor veel mannen uit het boek. Paolo, een heavy metal-artiest die het vroeger leuk vond om met zijn lange zwarte haren door de lucht te zwaaien zodat mensen op de eerste rij nat werden van zijn zweet. Totdat hij, zonder haar, ontdekte dat als je dat niet doet, je de gezichten van de toeschouwers kunt zien: ‘hij kon zien dat ze er voor hem waren en dat was iets wat hem deed zwellen. Elke keer op dat podium voelde hij zich heer en meester over de wereld’. Daarna appt hij zijn vriendinnetje of zij wil afspreken voor de nacht.

Een roman in elf bedrijven dus. De verhalen hebben wel een gemene deler: mannen kunnen niet over (hun) gevoel praten, vrouwen vergeten ernaar te vragen. Daar kunnen beiden aan onderdoor gaan. Zo volgen we de liefde tussen stellen en lijkt het nergens anders over te gaan dan over roken, drinken, zwijgen, vrijen, naar zee gaan en werken in de fabriek omdat het moet.

Camurri schrijft met veel gevoel over het ontbreken van gevoel; hoe graag je ook meer zou willen weten over Davide, Luigi en Giuseppe, het blijft gissen, waardoor je met een buitengesloten gevoel achterblijft. Camurri zegt dat je het zelf moet invullen – hij oordeelt niet, veroordeelt het gedrag van zijn romanvrienden niet, maar geeft genoeg stof tot nadenken. De stijl nodigt daartoe uit, want Camurri’s zinnen zijn eindeloos, zonder komma’s of punten, alsof hij zich ook daar van commentaar wil onthouden. Personages spreken niet in afgebakende citaten, maar als onderdeel van het narratief. Lees het zoals je wilt, lijkt Camurri te zeggen: ik help je op weg naar de menselijke maat, naar het gevoel van mijn personages die dat zelf niet kunnen uitdrukken.