Opinie

Nooit meer Auschwitz? Gedraag je ernaar

Holocaust Maandag wordt de bevrijding van concentratiekamp Auschwitz herdacht. Maar herdenken is geen aflaat die ons ontslaat van de plicht ontmenselijking te voorkomen, schrijft .
Het Mahnmal Gleis 17 (‘Spoor 17-gedenkteken’) bij station Berlin-Grunewald, van waaruit vanaf 1941 Berlijnse Joden werden gedeporteerd, eerst naar getto’s in Polen en Letland en later rechtstreeks naar de vernietigingskampen.
Het Mahnmal Gleis 17 (‘Spoor 17-gedenkteken’) bij station Berlin-Grunewald, van waaruit vanaf 1941 Berlijnse Joden werden gedeporteerd, eerst naar getto’s in Polen en Letland en later rechtstreeks naar de vernietigingskampen. Foto Fabrizio Bensch/Reuters

Eens per jaar probeer ik Primo Levi opnieuw te lezen. Is dit een mens? blijft voor mij de krachtigste getuigenis van de concentratiekampen en het vermogen om menselijkheid te vermorzelen. Ik lees het omdat ik me er soms op betrap over de wereld na te denken als een systeem van grote spelers, staten en rijken, zonder immer aandacht te schenken aan de menselijke verhalen, hun dromen, hun verlangens en hun angsten.

Internationale politiek wordt dan een abstracte machine met even abstracte wetmatigheden van vooruitgang en weerstand, van opkomst en verval. De diplomatie wordt ontkoppeld van empathie en dat is gevaarlijk.

Ik vraag me daarbij af of dit niet onontkoombaar is, de cyclus waarbij de mens een zoveelste keer bewijst tot wat voor onmenselijkheid hij in staat is, zich vervolgens geschokt afvraagt hoe dat in godsnaam heeft kunnen gebeuren, zweert de zonde nooit meer te begaan, maar binnen enkele generaties zo ver van de historie afdrijft dat de herdenking niet meer wordt dan een ritueel.

Rituelen worden op hun beurt eigenlijk niet meer dan een dunne dekmantel voor nieuwe roekeloosheid. De geschiedenis vormt op dat moment een dikke glazen wand. Je hoort in documentaires nog wel over de weeë geur van dood in de kampen, maar je ruikt die niet meer; je leest over de kreten uit de gaskamer, maar je hoort het niet meer.

Lees ook het gedicht ‘Hoeft een naam iets?’ van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja

Damnatio ad bestias!

Worden uiteindelijk niet alle gedenkstenen van menselijke wreedheid als het Colosseum, waar de in bloed gedrenkte spelen nu van ons gescheiden zijn door duizend jaar geschiedenis? De duizenden joodse gevangenen die er naar alle waarschijnlijkheid aan mee bouwden. De christenen die er volgens Tacitus en Tertullianus voor de leeuwen werden geworpen. Damnatio ad bestias! Voor de gelato lebberende en selfiestick zwaaiende meute is de geschiedenis van het Colosseum niet meer dan wat Hollywood er recent van maakte. In het Anne Frank Huis in Amsterdam is het al niet veel beter. Anne Frank als een sprookjespersonage.

Bestaat er een stramien? Eerst komt lichtzinnigheid, zo komt het mij voor: de commercialisering krijgt de bovenhand en het historische besef verdwijnt als temperende kracht. Het begint met foute mopjes en vooral veel onwetendheid, héél veel onwetendheid. Dan volgt de baldadigheid: grootschalige en respectloze minimalisering, mensen die elkaar het hoofd gek maken om daarin verder te gaan. De barbarij keert terug in het domein van het woord en het beeld. De alertheid voor de dreiging van nieuwe gruwel verdwijnt. Uiteindelijk keert ook de gewelddadigheid terug: steeds in een andere vorm.

Arnon Grunberg: Oorlog en kamp gaan altijd ook over ons

Randverschijnsel

Laten we gewoon kritisch kijken naar de herdenking van de bevrijding van Auschwitz deze week. Tal van enquêtes tonen aan dat jongeren amper weten wat er in de kampen gebeurde, laat staan hoe de Holocaust tot stand kwam. Ook in de scholen is historisch besef een randverschijnsel. Studenten moeten kritisch denken over de samenleving, klinkt het, maar kennen de geschiedenis niet.

Of wat te denken van de oorverdovende stilte ten aanzien van de wijze waarop specifieke bevolkingsgroepen nog steeds op een meedogenloos systematische wijze vervolgd worden en de ontmenselijking die daarop volgt. Neen, dit valt in de verste verte niet te vergelijken met de gruwel van de Holocaust, maar in welke richting evolueert de wereld waarin politici er geen graten in zien dat kinderen op grote schaal van hun ouders worden gescheiden, dat miljoenen mensen van een minderheidsgroep mentaal gebroken worden in heropvoedingskampen en dat de grootste democratie ter wereld van een religieuze minderheid tweederangsburgers neigt te maken. Dit is geen Holocaust, maar het doet mij er wel aan denken.

Zo schreef Primo Levi: „De plaag is weg, maar de infectie is er nog steeds. Het wegebben van menselijke solidariteit, de cynische onverschilligheid voor het lijden van anderen, de abdicatie van het verstand en de ethiek in de uitoefening van autoriteit.”

Column: De trompet als redding

Moreel aflaat

Of wat te denken van de hordes demagogische politici voor wie het bijwonen van een Holocaustherdenking vandaag lijkt te fungeren als een moreel aflaat, een kort moment van loutering, waarna ze in hun land verder gaan met het ophitsen van de ene meute tegen de andere en over vreemdelingen spreken als een kakkerlakkenplaag. Of de recuperatie van de Shoah door de Israëlische lobby ten bate van hedendaags machtspolitiek? Wat moet die mensen door de geest gaan als ze schouder aan schouder luisteren naar de laatste getuigen deze week?

Wellicht zien zij de extreme gruwel als een reden om hun eigen baldadigheid te minimaliseren. Men kan zich het verweer al voorstellen: „Hoe kun je dit vergelijken?” Werkelijk waardig is echter enkel hij die macht kan gebruiken zonder te haten. In de haat schuilt de kiem van het exces, overmoed en verval.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.