‘Niemand doet iets, tot Xi spreekt’

Coronavirus China De gezondheid van mensen staat voorop, zegt president Xi. Maar ambtenaren gaan vooral over tot actie om hun baas tevreden te stellen.

Graafmachines in Wuhan, vrijdag. In zes tot tien dagen moet hier een ziekenhuis komen voor corona-patiënten.
Graafmachines in Wuhan, vrijdag. In zes tot tien dagen moet hier een ziekenhuis komen voor corona-patiënten. Foto AFP

Het drastische besluit van de Chinese leiders deze week om het openbaar vervoer van en naar verschillende miljoenensteden plat te leggen om de verspreiding van het nieuwe coronavirus tegen te gaan, maakt een daadkrachtige indruk.

Dat is precies wat de machthebbers ermee beoogden, meent Steven Tsang, directeur van het China-instituut van de School of Oriental and African Studies (SOAS) in Londen. „Het gaat de leiders er meer om daadkracht te etaleren dan om effectief te zijn”, zegt hij via de telefoon. „De autoriteiten kunnen een stad als Wuhan met elf miljoen mensen natuurlijk niet helemaal afsluiten. Zelfs in China kan zoiets niet. Er gaat ook nog steeds verkeer in en uit.”

Een ander staaltje van daadkracht is de aankondiging donderdag dat er in Wuhan binnen zes tot tien dagen een nieuw ziekenhuis zou worden gebouwd voor de opvang van corona-patiënten. Ook de sluiting van befaamde attracties als de Verboden Stad in Beijing en delen van de Chinese Muur suggereren doortastendheid.

Chinees Nieuwjaar

Desondanks gaat de opmars van het virus door, geholpen door de exodus van honderden miljoenen Chinezen die familie elders in het land dezer dagen bezoeken voor het Chinese Nieuwjaar. De Nationale Gezondheidscommissie meldde vrijdag dat voorzover bekend achthonderd mensen zijn besmet, terwijl er sinds de uitbraak, begin december, 26 mensen zijn bezweken. Bij de SARS-epidemie van zeventien jaar geleden ging het in totaal om zo’n achtduizend gevallen en achthonderd doden.

De plotselinge daadkracht heeft volgens Tsang alles te maken met een opmerking van China’s opperste Chinese leider, president Xi Jinping, afgelopen maandag. Xi hield zijn ondergeschikten in het openbaar voor dat ze „de levens en de gezondheid van de mensen voorop” dienden te stellen. Zulke taal klinkt vertrouwd in Chinese oren. De oude wijsgeer Confucius prentte heersers 2500 jaar geleden al in de belangen van hun onderdanen altijd te laten prevaleren.

De werkelijkheid is anders, stelt Tsang. Ambtenaren ondernemen niet zozeer actie om de bevolking te beschermen als wel om hun baas tevreden te stellen. „De reden dat er geruime tijd niet veel gebeurde na de uitbraak van de ziekte, was dat elke ambtenaar naar zijn chef keek en die weer naar diens chef, tot het allerhoogste niveau van Xi zelf toe”, zegt Tsang. „Niemand durfde verantwoordelijkheid te nemen vóór de grote chef had gesproken.”

„Er is onder Xi een angstcultuur ontstaan”, bevestigt Henk Schulte Nordholt, die jarenlang in de financiële sector in China werkte en vier boeken over het land publiceerde. „Ambtenaren die fouten maken, worden bedreigd met straffen. Men is heel bang voor die man. Onder zijn voorgangers bestond er nog een cultuur van collectief leiderschap. Nu praat iedereen de grote leider naar de mond, dat maakt slagvaardig bestuur van het land bijna onmogelijk.”

Eigenlijk hadden de autoriteiten volgens Tsang veel eerder in actie moeten komen toen begin december de eerste gevallen van de besmetting met het coronavirus zich aandienden. Toen hadden de lokale autoriteiten meteen de waarschijnlijke besmettingshaard moeten opdoeken – een markt voor verse vis en andere, levende dieren – en alle bezoekers in quarantaine moeten plaatsen, zegt hij. „Als zoiets in Londen of Amsterdam was gebeurd, zou een burgemeester of hoge functionaris allang zo’n besluit hebben genomen, maar in China durfden functionarissen op dat niveau zo’n besluit niet aan.”

Lees ook: Zes vragen over het coronavirus. ‘Infectie nieuwe coronavirus lijkt minder ernstig dan SARS’

Les geleerd na SARS

Toch gaan de zaken in sommige opzichten beter dan destijds met het SARS-virus. Toen probeerden de ambtenaren en hun leiders de zaak aanvankelijk in de doofpot te stoppen. Het kwam de toenmalige leiders op kritiek te staan uit binnen- en buitenland. Nu is er meer transparantie. „De autoriteiten hebben die les geleerd”, zegt Frank Pieke, hoogleraar Moderne China-studies aan Universiteit Leiden. „Dat ze nu zo krachtig optreden, al was het maar om de bevolking gerust te stellen, heeft alles met de vrees voor een herhaling van die toestand met SARS te maken. Dat is op zichzelf een volkomen rationele overweging.”

Volgens Steven Tsang is er onder Xi een „verpersoonlijkt autoritair systeem” ontstaan. „Het systeem stelt de belangen van de bevolking niet voorop, zoals gebeurt in een democratie met gekozen functionarissen die willen worden herkozen. Het is er vooral op gericht partijfunctionarissen tevreden te stellen, bovenal Xi zelf.” Zo bezien legt de aanpak van het coronovirus, aldus Tsang, een fundamentele zwakte van China bloot.