Opinie

Libië is proef op de som voor Europa’s geopolitieke ambities

Wapenembargo

Commentaar

Het ultieme doel van de internationale topconferentie over Libië die zich zondag in Berlijn afspeelde, sprak tot de verbeelding: het voorkomen van „een tweede Syrië”. De al jaren woedende oorlog in het Noord-Afrikaanse land is de laatste maanden verder geïnternationaliseerd. Verschillende landen die via hun politieke of militaire steun aan de strijdende partijen in Libië tegenover elkaar staan, waren onder leiding van bondskanselier Angela Merkel en VN-chef António Guterres bijeen in een poging om tot daadwerkelijke naleving van het al in 2011 ingestelde wapenembargo te komen.

Dat vooral Europese initiatief valt te prijzen. Maar de bereikte afspraken zijn pas een allereerste begin van een oplossing voor een conflict dat door de vele vertakkingen en de strijd om olie, gas en regionale invloedssfeer, met Rusland en Turkije als hoofdrolspelers, daadwerkelijk zorgwekkende gelijkenissen met het Syrische kruitvat begint te vertonen. En het is de vraag of de naar een geopolitieke stem zoekende Europese Unie bereid is de volgende stap te zetten.

De officieel door de VN erkende regering van premier Fayez al-Sarraj in Tripoli ontvangt steun van onder andere Turkije en Qatar. Daar tegenover staan de troepen van de eigengereide generaal Khalifa Haftar, die een groot deel van het oosten en het zuiden van het land onder controle heeft. Hij wordt in ieder geval overeind gehouden door Egypte, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten. Minder officieel krijgt Haftar ook steun van Rusland, dat via het private bedrijf Wagner huurlingen op de grond heeft. En van Frankrijk, dat historisch banden met Haftar onderhoudt.

Al deze landen beloven nu het bestaande embargo te respecteren. Hoe dit gecontroleerd gaat worden, is minder duidelijk. En wezenlijker nog: een staakt-het-vuren kwam in Berlijn niet aan de orde. Al-Sarraj en Haftar waren weliswaar in de coulissen aanwezig, maar weigerden elkaar in één kamer te spreken. Eerder deze maand bleek zelfs de Russische president Vladimir Poetin, ook aanwezig in Berlijn, in Moskou ook al niet in staat de door hem gesteunde Haftar in het gareel te krijgen.

Het EU-belang is duidelijk. Libië ligt aan de Europese buitengrens en is een belangrijke vertrekplaats voor migranten die de andere kant van de Middellandse Zee willen bereiken. De vrees bestaat dat in de afgelopen jaren naar Syrië afgereisde jihadisten in een nog instabieler Libië een weg terug naar het Europese vasteland vinden, met alle veiligheidsrisico’s van dien. Terwijl de EU de laatste jaren steeds meer op een zijspoor is gekomen bij het internationale krachtenspel rond Iran en Syrië, lijkt de Libische kwestie een test voor een meer coherent Europees buitenlands beleid.

Vooral op aandringen van de Franse president Emmanuel Macron, die sinds zijn aantreden ‘Europese soevereiniteit’ en ‘strategische autonomie’ bepleit, laat de nieuwe commissie zich voorstaan op zijn geopolitieke ambities. De Libië-top in Berlijn was een niet te onderschatten symbolische stap om het initiatief naar Europa toe te trekken.

Maar toen de nieuwe EU-buitenlandcoördinator Josep Borrell de consequenties expliciteerde en in een interview hintte op Europese troepen die een eventueel staakt-het-vuren moeten handhaven, klonken in Duitsland de voorspelbare eerste bezwaren. De discussie daarover moet duidelijk maken of het nieuwe Europese strategische streven deze keer niet bij woorden alleen blijft. Vast staat dat Europa niet aan de zijlijn kan blijven staan.