Hoe spreken Friese kinderen hun ouders aan?

Taal In Friesland spreek je mensen die je respecteert en dichtbij je staan in de derde persoon aan.

Mokken met de Friese vlag.
Mokken met de Friese vlag. Foto Siese Veenstra/ANP

Spreek erover met een Fries en ineens wordt het vrij normaal: dat je tegen je ouders nooit ‘je’ (te brutaal) of ‘u’ (te afstandelijk) zegt, maar dat je hen altijd indirect aanspreekt. ‘Is moeder nog naar de winkel geweest?’ „Ik kwam niet op het idee om mijn ouders direct aan te spreken”, zegt Tet de Haas (60), die in Leeuwarden opgroeide. „Ik vond laatst een héél boos briefje aan mijn moeder, van toen ik een jaar of vijftien was. Ziedend was ik. Maar keurig in de derde persoon: ‘Altijd als ik geld vraag begint ma te zeuren.’ Aan mijn moeder zélf gericht dus.”

Het was Tet de Haas die deze kwestie op de tafel van de wetenschapsredactie legde. In december verscheen een ‘Durf te vragen’ over ouders die met hun kleine kinderen óók in de derde persoon spreken (omdat kleine kinderen nog niet het verschil tussen ‘ik’ en ‘jij’ kennen). In reactie daarop stuurde ze een mail over de indirecte rede uit haar jeugd. „En nog steeds is het een gewoonte in Friesland. Mensen die dichtbij je staan en die je respectvol benadert, je ouders, juf, buurvrouw, spreek je in de derde persoon aan. Nu soms wel gecombineerd met ‘jo’ of ‘do’, het Friese ‘u’ of ‘jij’.”

Unieke taaleigenschap

De niet-Friezen van de wetenschapsredactie verraste dit fenomeen zeer, hetgeen weer de Friezen elders op de NRC-redactie verbaasde. Zó normaal, toch? Het zou een unieke taaleigenschap van het Fries kunnen zijn, maar er blijkt nauwelijks onderzoek te bestaan.

Naast die reeds beschreven ‘kleine kinder-derde persoon’ is vrijwel alleen informatie te vinden over de ádellijke derde persoon: de reden dat koningen nog steeds ‘Uwe majesteit’ worden genoemd. Zo extreem kan dat worden toegepast dat tegen een man kan worden gezegd: ‘Uwe Edelheid… wil zij iets eten?”, want ‘edelheid’ is een vrouwelijk woord. Die vorm is in het Nederlands nog terug te horen als een ober vraagt: ‘Heeft het de heren gesmaakt?’ In het Zweeds werd de derde persoon zelfs algemeen als beleefdheidsvorm gebruikt, tot er eind jaren zestig vrij snel een einde aan kwam (de ‘Du-reformen), en de Zweden democratisch ging jij-en en jou-en. Het leeft ook nog voort in het Duitse ‘Sie’, dat in feite een derde-persoonsvorm is.

Naast die (extreme) beleefdheidsderdepersoonsvorm is er in allerlei talen ook nog wel een spottende variant, wanneer je tegen iemand zegt: ‘Meneer de betweter wil ook wat zeggen?’

Brutaal

Maar of er ergens anders zo’n intieme derdepersoons-aanspreekvorm als in het Fries bestaat? „Er is heel weinig van bekend”, zegt Gerbrich de Jong, lerarenopleider Nederlands en Fries aan de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Ze doceert ook Friese taalvaardigheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2014 publiceerde zij met Femke Swarte een van de weinige wetenschappelijke studies van het verschijnsel: ‘Wil Annemarie nog koffie?’, in Philologica Frisica Anno 2014. Daarin onderzocht ze onder meer of Friessprekers de vorm ook in het Nederlands gebruiken (antwoord: ja). „Friese studenten zeggen zelfs tegen mij: ‘Hat Gerbrich it tintamen al neisjoen?’ [Heeft Gerbrich het tentamen al nagekeken?] Gewoon omdat ze ‘u’ te formeel vinden en ‘jij’ te familiair. Niet brutaal, maar ook niet kruiperig.” Hoe die vorm ooit is ontstaan? De Jong: „Dat zou een mooi onderwerp voor nieuw onderzoek zijn.”

Correctie (25 januari 2020): In een eerdere versie leek het alsof ‘jij’ in het Fries vertaald werd met ‘jo’ en ‘u’ met ‘do’, maar het is andersom: ‘jo’ = ‘u’, ‘do’ = ‘jij’. Dat is verbeterd.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl