Het wemelt van de ratten in Amsterdam – met dank aan uw eten

Talk of the Town / Amsterdam Bewoners van de Oostelijke Eilanden kregen een brief over de vele ratten in hun buurt. Buurtmanagers gaan vertellen hoe je ze bestrijdt.

Foto’s iStock

Een rat sleept een moorkop van het terras van het Tropenmuseum de struiken in. Een andere rat doet zich tegoed aan achteloos weggegooide stukken pizza en verbergt die in zijn hol. Twee scènes uit twee films over wilde dieren in de stad. De eerste is uit Amsterdam Wildlife (2015) van voormalig stadsecoloog Martin Melchers en presentator Merel Westrik; de tweede uit De Wilde Stad (Mark Verkerk, 2019). De scènes bewijzen dat de rat een stadsbewoner is, een cultuurvolger: waar de mens is en etensafval weggooit, daar verschijnt de rat. Het zijn bewoners van het riolenstelsel, kruipruimtes onder huizen en struikgewas. Ze zorgen voor overlast, mensen zijn er bang voor, ze staan bekend als verspreiders van ziekten (zoals in vroeger tijden de pest) en als gevaarlijk voor de volksgezondheid – meer dan muizen. De beet van een rat kan zeer gevaarlijk zijn.

Deze maand ontvingen bewoners van de Oostelijke Eilanden een brief van de gemeente in samenwerking met de GGD over „aanhoudende overlast door ratten in uw buurt”. Tot eind februari komen buurtmanagers langs om „voorlichting over het tegengaan van ratten” te geven. De overlast geldt niet alleen voor de Eilanden: zo goed als in elke wijk wemelt het van de ratten.

‘Het zijn slimpies’

Als stadsecoloog heeft Martin Melchers zijn leven lang naar ratten gekeken, zowel in het buitengebied als in de stad. „Het zijn slimpies”, zegt hij. „Ik zette cameravallen om de populaties te meten, maar als er een in de val liep waren de anderen gewaarschuwd. Ze zijn nieuwsgierig. Ik vind ze superspannend.” Melchers heeft met grote regelmaat ratten in een hok gehouden, thuis. Daar gaf hij ze overgeschoten eten, bijvoorbeeld op oudejaarsavond. „Iedereen heeft het altijd over de patatrat, maar uit eigen onderzoek blijkt dat ze oliebollen en appelflappen prefereren. Ze poetsen zich de hele dag, nee, het zijn geen vieze beesten.” Hij erkent dat er „zeer veel ratten in de stad leven”.

Bioloog Jan Buijs, onderzoeker Leefomgeving Dierplaagbeheersing GGD Amsterdam, is rattenkenner. „Afval van etensresten, het strooien van brood in binnentuinen en langs sloten, afval van horeca in drukke restaurantstraatjes zijn de grootste oorzaken van rattenoverlast”, zegt Buijs.

Het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers, waar de stad steeds meer op inzet, ook op de Oostelijke Eilanden, geldt als een remedie: daarin is het voedsel afgesloten, ongedierte kan er niet bij. Maar Buijs en ook de gemeente zijn zich ervan bewust dat Amsterdammers niet echt meewerken aan het op de juiste wijze deponeren van afval. Buijs: „Daar zijn allerlei programma’s voor opgesteld, zoals Amsterdam Schoon! en goede voorlichting.” Wat volgens Buijs ook helpt is het weghalen van bosjes en struweel in de nabijheid van de containers: de ratten leven in de groene bosjes – die echter juist weer goed zijn voor mensen, vogels en andere dieren.

Lees ook: ‘De Amsterdamse scheggen moeten een landschapspark worden om de stad heen’

Over de aantallen kan Buijs geen exacte cijfers geven, wel van het aantal meldingen die mensen aan de GGD, afdeling Dierplaagbeheersing, doorgeven van ratten in en om rondom het huis. In 2017 waren dat er 2.700, in 2019 2.500 – een lichte afname.

De sleutel is: een schone buurt

Vroeger bestreed men ratten met gif, maar dat mag niet meer: dan gaan ook dieren die een verdelgde rat eten, bijvoorbeeld de bunzing of buizerd, dood. „Het is gemeentelijk beleid”, aldus Buijs, „om geen gif te gebruiken, alleen bij hoge uitzondering. De plaagbestrijders van nu werken met klemmen en vallen.” Het is veel beter de buurt schoon te houden en struikgewas te snoeien. „In wijken met veel moslims wordt brood naar buiten gegooid, want eten weggooien is niet toegestaan volgens hun religie. Daarom zijn we met moskeeën inzamelingsacties begonnen.”

Vroeger bestreed men de ratten met gif, maar dat mag niet meer: dan gaan ook de bunzingen en buizerds dood

Buijs ziet de rat als indicator in hoeverre er afval op straat wordt gegooid: „De sleutel tot bestrijding is een schone buurt. Maar het is een hele puzzel, want ook groenbeheer, verkeersveiligheid, algeheel afvalbeheer, wijkmanagers en stadsbeheer zijn betrokken bij het stadsrattenprobleem. En Amsterdam wil vooral een groene stad zijn, voor mens én dier. Maar juist bosjes en struweel vormen de woonplek voor ratten. Dat is het ingewikkelde eraan.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.