Analyse

Hervorming flexwerk nog lang niet in zicht

Commissie Borstlap De kans dat de arbeidsmarkt snel wordt hervormd na de commissie Borstlap, is klein. Toch hebben werkgevers, vakbonden én politieke partijen zelf belang bij een akkoord.

Rutger Groot Wassink, staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Hans Borstlap en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens de presentatie van de commissie Borstlap. Naar aanleiding van de conclusie dat er een scheefgroei is op de arbeidsmarkt tussen vaste werknemers en andere werkenden, onderzocht de commissie oplossingen.
Rutger Groot Wassink, staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Hans Borstlap en minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens de presentatie van de commissie Borstlap. Naar aanleiding van de conclusie dat er een scheefgroei is op de arbeidsmarkt tussen vaste werknemers en andere werkenden, onderzocht de commissie oplossingen. Foto Koen van Weel/ANP

Het leek een doorbraak: een commissie die, in opdracht van het kabinet, aandringt op de grootste hervorming van de arbeidsmarkt in honderd jaar én beschrijft hoe die eruit moet zien. Maar uit de reacties bleek al snel hoe lastig die hervorming wordt. Misschien zelfs onmogelijk.

Politici, werkgevers, vakbonden, zzp’ers: allemaal vielen ze een deel van de adviezen aan. De commissie-Borstlap wil flexcontracten veel te ver inperken, zei de werkgeverslobby. Vaste werknemers moeten te veel rechten inleveren, zeiden SP, PvdA, GroenLinks en vakbonden.

Lees ook: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Commissievoorzitter Hans Borstlap, oud-lid van de Raad van State, benadrukte donderdag juist hoe belangrijk de „samenhang” van zijn advies is. „Doorgeschoten flexwerk” moet worden teruggedrongen, maar bedrijven moeten ook flexibiliteit terugkrijgen, zoals soepele regels om vast personeel te ontslaan of hun werkweek in te korten.

Maar draagvlak voor deze plannen is ver weg. Vooral omdat de werkgeversorganisties het niet eens zijn met de analyse van Borstlap. Er is niets mis met flexwerk, zei Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland. Zolang deze mensen maar genoeg zekerheden krijgen en bijvoorbeeld een hypotheek kunnen afsluiten.

Die werkgeversreactie vindt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen (Tilburg University) merkwaardig. „Er zijn de afgelopen jaren zeker vijftien rapporten verschenen die dezelfde analyse maken als Borstlap.” Er is te veel flexwerk dat te weinig beschermd wordt. Toch snapt hij waarom werkgevers zo defensief reageren. Zij zijn gewend geraakt aan goedkoop flexwerk, zegt Wilthagen. En als je die privileges kwijtraakt, doet dat pijn.

Lees ook: Met al dat flexwerk is Nederland uniek

Voor sommige ondernemers is flexwerk cruciaal in hun verdienmodel. Nederland kent een grote industrie van uitzend-, payroll- en detacheringsbureaus. En sommige sectoren draaien vooral op flexkrachten: denk aan zzp’ers en uitzendkrachten in de landbouw, of oproepkrachten (vaak studenten) in de horeca.

Stroeve samenwerking

Hans Borstlap riep minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) op om alle aanbevelingen te laten uitwerken door een „brede maatschappelijke alliantie” van niet alleen werkgevers en vakbonden, maar bijvoorbeeld ook onderwijsinstellingen, zzp’ers en uitzendbureaus. Die route ligt voor de hand: er worden zoveel veranderingen voorgesteld, dat meerdere kabinetten hiermee te maken krijgen en draagvlak essentieel is.

Maar ook als er meer partijen aan tafel zitten, zullen werkgevers en vakbonden het eens moeten worden. Dat is niet alleen inhoudelijk moeilijk. De samenwerking tussen werkgevers en vakbonden verloopt de laatste jaren stroef, ziet Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.

Tijdens de kabinetsformatie in 2017 probeerden werkgevers en vakbonden ook al nieuwe regels te bedenken voor flexwerk en zzp’ers. Zo’n sociaal akkoord zou het uitgangspunt zijn voor het regeerakkoord van Rutte III, had informateur Gerrit Zalm gezegd. Maar het overleg mislukte, mede door onderling wantrouwen.

Lees hier de reconstructie uit 2017: Hoe de polder zonder woede toch mislukte

Het vorig jaar gesloten pensioenakkoord bracht weer vertrouwen in het Nederlandse poldermodel, maar was slechts een akkoord op hoofdlijnen. Er wordt nog gesproken over de uitwerking. De Beer hecht veel belang aan die onderhandelingen. „Als dit pensioenoverleg mislukt, zullen werkgevers en vakbonden elkaar verwijten gaan maken. Als het een succes wordt, verbetert hun vertrouwensbasis om ook de arbeidsmarkt te bespreken.”

‘Ouwe Haagse sluwe vos’

Toch hebben werkgevers en vakbonden er alle belang bij om een poging te wagen, omdat ze dan zelf de regie houden. Werkgevers zien aan dit rapport hoe de maatschappelijke discussie verschuift. De kans is groot dat een nieuw kabinet iets wil doen om flexwerk in te perken.

En de commissie heeft aan vakbonden duidelijk willen maken dat vaste werknemers bij zo’n hervorming niet kunnen vasthouden aan hun, in internationaal opzicht, uitgebreide bescherming.

Wat dat betreft was het rapport van oud-topambtenaar Borstlap – bij de presentatie door een mede-commissielid een „ouwe Haagse sluwe vos” genoemd – strategisch slim. Hij vraagt vooral de „richting” van zijn advies te volgen. Maar door toch zeer concrete maatregelen uit te werken, toont hij dat er pijnlijke keuzes nodig zijn. En als iets de ‘polder’ verenigt, is het de dreiging van pijnlijke keuzes.

Ook als de ‘brede maatschappelijke alliantie’ het niet eens kan worden, zullen de adviezen van Borstlap in ieder geval als inspiratie dienen voor de verkiezingsprogramma’s van 2021. Sommige punten kunnen nog deze kabinetsperiode in gang worden gezet. Zo heeft Koolmees vorig jaar al beloofd met een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen te komen. En de belastingvoordelen voor zzp’ers worden al afgebouwd – mogelijk wordt dat versneld.

Maar ook de politieke ‘middenpartijen’ hebben er direct belang bij om die grote hervorming van de arbeidsmarkt door te voeren, zegt Agnes Akkeman, hoogleraar arbeidsmarktinstituties en arbeidsrelaties in Nijmegen. „Mensen met een tijdelijk contract zwijgen vaker over problemen op het werk en onveilige situaties. Als ze toch hun mond open doen, voelen ze zich twee keer zo vaak genegeerd of bestraft. Bij die mensen zien we een grotere neiging om populistisch te stemmen en een grotere voorkeur voor autoritair leiderschap. Dat is een gevolg van flexwerk dat nog niet iedereen op het netvlies heeft.”

‘Ik hoor er niet helemaal bij, terwijl ik hetzelfde werk doe’

Naam: Ali Farissi (58)
Functie: Werkt in een fabriek van voedingsmiddelen in Rotterdam

Foto David van Dam

„Ik werk vanaf 1996 bij uitzendbureaus, sinds zestien jaar in dezelfde fabriek. Dat doe ik nu op een vast contract bij het uitzendbureau, voor veertig uur in de week. Onzeker is het werk daarom niet. Is er op de ene afdeling geen plek, dan word ik ergens anders neergezet. Maar ik vind het wel erg dat ik precies hetzelfde werk doe als mijn collega’s, die wél in vaste dienst zijn van de fabriek. We staan samen aan de lopende band, en toch verdienen zij zes, zeven euro per uur meer en bouwen ze meer pensioen op dan ik. Ik heb het laatst uitgerekend: met 400 euro per maand plus een AOW moet ik het straks doen. Toen schrok ik wel even. Ik zou graag in vaste dienst van de fabriek willen, maar ik krijg telkens te horen: ‘Je bent de volgende!’ En dan gebeurt er weer een jaar niets. Terwijl ik inmiddels alle afdelingen ken, elk product – ik werk zelfs nieuwe mensen in. Daarin verschil ik niets van mijn collega’s. En toch heb ik het gevoel dat ik er niet helemaal bij hoor, als zij aan het eind van het jaar een bonus en een kerstpakket krijgen. Dan sta ik er maar een beetje bij, voor mijn gevoel. Terwijl we er sámen hard voor hebben gewerkt. Wat de commissie-Borstlap nu adviseert, dat roep ik eigenlijk al jaren. Ik vind ook dat flexibel werk duurder moet worden, zodat werkgevers meer contracten gaan uitdelen. Want de fabriek heeft mij gewoon hard nodig, anders zou ik er niet al zestien jaar staan. Ik doe geen tijdelijk werk, het is niet dat ik eventjes voor iemand inval. Ik ben er vijf dagen in de week. Bovendien gaan er straks meer mensen zoals ik met pensioen. Wat als die allemaal veel te weinig pensioen hebben opgebouwd?”

‘Laat de échte zzp’ers niet dupe worden van aanpakken schijnzelfstandigen’

Naam: Murat Alkiliç (42)
Functie: Zelfstandig juridisch adviseur

Foto Merlin Daleman

„Na mijn studie Nederlands recht ben ik eerst twee jaar in dienst geweest bij een juridisch advieskantoor. Dat bedrijfje stopte ermee en daarna heb ik er bewust voor gekozen om door te gaan als zelfstandige, met mijn eigen kantoor, Cojura. Dat was in 2004, ik was toen 27 jaar. Ik wilde vrijheid, niet wachten tot iemand anders een dossier op je bureau neerlegt. Ik heb een Turkse achtergrond en er bleek in mijn netwerk behoefte te zijn aan juridisch advies op het gebied van Turks recht. Daar heb ik me in gespecialiseerd, naast privaatrecht. Waar je tegen moet kunnen als je zelfstandige bent, is dat je inkomsten schommelen. In het begin woonde ik nog bij mijn ouders, dus dan was het niet zo erg als ik een maand wat minder verdiende. Maar inmiddels heb ik een gezin en een hypotheek. Er zijn wel eens nachten geweest dat ik over geld lag te piekeren. Ik moet er niet aan denken om ook nog de financiële verantwoordelijkheid te dragen voor personeel. Tegen arbeidsongeschiktheid ben ik niet verzekerd. Als startende ondernemer was dat onbetaalbaar en inmiddels heb ik een chronische ziekte, dan is het moeilijk zo’n verzekering af te sluiten. Er zijn veel schijnzelfstandigen die eigenlijk goedkope werknemers zijn. Het is goed als daar iets tegen wordt gedaan, maar laat échte zelfstandigen daar niet de dupe van worden. De belastingvoordelen die de commissie-Borstlap wil afschaffen, zijn belangrijk voor mij. Van die financiële ruimte betaal ik mijn pensioenvoorziening.”

‘Als zzp’er in de zorg houd ik de regie over mijn eigen werkdagen’

Naam: Loes Korst (37)
Functie: Zelfstandig verpleegkundige uit Doorn

Foto Rien Zilvold

„Zeven jaar geleden ben ik voor mezelf begonnen als verpleegkundige. In vaste dienst bij zorginstellingen ben je altijd gebonden aan diensten op wisselende tijdstippen. Met drie jonge kinderen, waaronder een tweeling met autisme, vond ik dat steeds lastiger te combineren met mijn gezin. Mijn man werd destijds zzp’er in de financiële sector, samen hebben we de risico’s toen goed doorgelopen. Sindsdien heb ik nooit meer zonder werk gezeten. Ik werk in de thuiszorg en in verpleeghuizen, kom op verschillende plekken. Ik merk dat ik gemotiveerder ben sinds ik op deze manier werk. Ik voel me minder gebonden. Dat kan ook, want een groot deel van de zorginstellingen moet de gaten vullen die werknemers in de roosters laten vallen. Bovendien zijn er overal tekorten. Bij mijn opdrachtgevers geef ik altijd aan wat de tijden zijn waarop ik kan werken. De nood is hoog, laten we maar gewoon beginnen, is dan de reactie. Zo houd ik als zelfstandige de regie over mijn eigen werkdagen. Gemiddeld zijn dat er nu zo’n drie in de week. Toen minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) onlangs zei dat hij af wilde van de zzp’ers in de zorg, vond ik dat onterecht. Er moet al zóveel in deze sector. De oplossing is niet om de groep die kiest voor meer vrijheid nóg meer te verplichten, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ik heb altijd geprobeerd alles goed te regelen als zelfstandige. Ik denk wel dat er zzp’ers zijn die dat anders doen, maar toch zou ik de verantwoordelijkheid bij hen laten. Dat risico hoort erbij.”

‘Er moet een einde komen aan goedkope flexconstructies’

Naam: Herman Steunenberg (57)
Functie: Opleidingsfunctionaris op de HR-afdeling van een bandenfabriek

Foto Vincent Jannink

„Ik werk al bijna veertig jaar bij dezelfde werkgever, bandenfabriek Apollo Vredestein in Enschede. Toen ik in dienst trad was ik 17. Ik kreeg een vast contract en ben intern opgeklommen. Eerst stond ik achter de machines banden in elkaar te zetten, na zes jaar werd ik leidinggevende en inmiddels ben ik opleidingsfunctionaris binnen de HR-afdeling. Vroeger werd de vraag naar extra productie vooral door overwerk in de weekeinden opgevangen, met vaste medewerkers, maar we hadden ook wel uitzendkrachten. Sinds 2005 werken we in vijf in plaats van drie ploegendiensten, omdat de verkoop omhoog ging. Er werken nu ruim 1.200 mensen, onder wie 10 tot 15 procent uitzendkrachten, waardoor wij fluctuaties in de productie kunnen opvangen. Ik heb als vakbondslid in verschillende CAO-commissies gezeten. Daar heb ik gezien hoe de belangen van vaste werknemers en flexwerkers botsen. Ik vind het goed dat de commissie-Borstlap voorstellen doet om die verschillen te overbruggen. Er moet een einde worden gemaakt aan goedkope flexconstructies waarvan alleen werkgevers profiteren. Tegelijk weet ik uit ervaring dat bedrijven behoefte hebben aan flexibiliteit in hun personeelsbestand. Vanuit dat oogpunt begrijp ik de voorstellen over aanpassingen in de ontslagbescherming. Daarbij is het wel noodzakelijk dat werknemers beter worden voorbereid op de overstap van de ene baan naar de andere. Ik hoop dat het plan voor een levenslang opleidingsbudget doorgaat.”

Met medewerking van Claudia Kammer en Anne Corré.