Hele dagen op de kleinkinderen passen, wil je dat wel?

Opvoeding Veel grootouders passen hele dagen op de kleinkinderen en onderschatten hoe zwaar dat is. Bij coaches leren ze bij over opvoeding en hoe ze hun eigen grenzen moeten stellen.

Illustratie Lotte Dijkstra

Kristin van de Wyer (60) geniet van haar kleinkinderen. De een is 2 jaar oud, de ander 5 maanden. Ze is altijd bereid om op te passen. De relatie met haar dochter is bovendien sterker geworden nu ze het moederschap kunnen delen, vertelt ze. Maar: „Toch was er dat ene grote meningsverschil. Mijn dochter was heel boos toen ze hoorde dat ik de baby soms liet uithuilen totdat hij in slaap viel. Dat werd me verboden. Toen wist ik niet meer hoe ik het wel moest doen. Ik kan niet zomaar mijn opvoedstijl veranderen.”

Nu zitten moeder en dochter in de praktijk van opvoedcoach Nele Flamang. In het Belgische Bonheiden geeft Flamang (30) sinds een half jaar de workshop ‘Grootouders groeien mee’, waarin ze opa’s en oma’s nieuwe inzichten geeft over opvoeden. „Grootouders kunnen een steun zijn tijdens de opvoeding van de kleinkinderen, maar dat vraagt wel wat van hen”, zegt ze. Vandaag gaat Flamang in gesprek met zes grootmoeders én hun dochters. Door samen de cursus te volgen, hopen de grootouder-ouderduo’s meer op één lijn te komen zitten. „Vroeger ging het opvoeden vooral over straffen en belonen”, zegt Flamang. „De ouders van nu kijken meer naar de behoeftes en gevoelens van het kind.”

Maar ook de behoeftes van de grootouder komen aan bod. Flamang: „Het gezin heeft de hulp van de grootouders vaak hard nodig. Opa en oma moeten daarom kunnen aangeven wanneer het hun te veel wordt.”

Grootouders spelen een grote rol in het leven van kinderen en kleinkinderen. In 2017 maakte 52 procent van de ouders van baby’s en kleuters wekelijks gebruik van opvang door grootouders, voor gemiddeld 8 tot 12 uur per dag, blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. „Grootouders blijven steeds langer zorg geven”, zegt journalist Anneke Groen (72). Ze schreef samen met socioloog Herman Vuijsje het boek Eindeloos ouderschap: zorgen voor je kinderen houdt nooit meer op (2017). Vroeger waren ouders klaar met de opvoeding als de kinderen het huis uit gingen, zegt Groen. Tegenwoordig zorgen ze vaak nog voor hen als ze al volwassen zijn. En die zorg gaat ongemerkt over in die voor de kleinkinderen.

„Wij moesten er niet aan denken dat onze ouders zich nog met ons bemoeiden. Maar nu zijn de gezinnen kleiner en is het contact tussen kinderen en ouders vrijer en intensiever.” Kinderen doen nu eerder een beroep op hun ouders. Niet geheel onterecht, vindt ze. Vroeger bleven de meeste moeders thuis en was de ‘oppasoma’ niet nodig. „Tegenwoordig is oppassen een vast onderdeel van het grootouderschap.”

Helaas wordt deze verantwoordelijke grootouderrol door de kinderen soms als vanzelfsprekend beschouwd, zegt Groen. Naar de wensen van opa en oma wordt niet gevraagd. „Daarbij durven de meeste grootouders zelf geen grenzen te stellen. Ze zijn bang voor ruzie en zijn als de dood dat ze de kleinkinderen nooit meer mogen zien. Grootouders kunnen daardoor overbelast raken.”

Burn-out van al het oppassen

Anne Magnus (57) wilde lang geen vaste oppasdag. Maar nu neemt ze toch elke twee weken een hele dag voor haar rekening, vertelt ze bij de workshop van Flamang. „Ik ben na afloop dan wel bekaf.” Annita Peeters (57) uit Lommel heeft het helemaal zwaar. Zij past wel twee tot drie dagen in de week op . „In combinatie met mijn werk heb ik er zelfs een burn-out van gekregen.” Ze probeert nu wat vaker voor zichzelf te kiezen.

„Het oppassen is zo intensief, omdat je als grootouder véél voorzichtiger bent”, zegt Van de Wyer. Als er iets met je kind gebeurt, doe je jezelf en je kind iets aan. Als er iets met je kleinkind gebeurt, berokken je jezelf, je kind én je kleinkind schade, zegt ze. „Wij hebben een zwembad en mijn eigen kinderen konden daar altijd bij. Nu hebben we hele hekwerken in de tuin staan.”

Pittige kleinzoon

Nadat de grootouders hun hart hebben gelucht, is het tijd voor de opvoedtips. Peeters wil weten hoe zij haar „pittige kleinzoon” van 1,5 jaar oud aanpakt. Ze kan niets plannen op haar oppasdagen, omdat hij al haar aandacht vraagt. „Daarnaast moet ik elke keer alles opbergen wat kapot kan. Hij is vaak gefrustreerd en gooit met spullen. Als ik zeg dat dat niet mag, maakt hij er een spelletje van. Ik wil en kan niet boos worden, maar wat dan wel?”

Flamang raadt aan om „liefdevol” grenzen te stellen. Duidelijk ‘nee’ zeggen tegen je kleinkind mag, zolang je maar vertelt waarom en begrip toont. „Ga na welke behoeftes achter het stoute gedrag zitten. Misschien zoekt hij slechts verbinding en is een knuffel genoeg.”

Sommige grootouders vinden het heerlijk als hun kleinkinderen knutselen, kleien, bakken. Zo zijn mijn vrouw en ik dus niet

Jan Fokker (61)

Flamang leert de ouders en grootouders hoe ze met rollenspellen de band met hun (klein)kind kunnen versterken. Ze laat een filmpje zien van hoe zij en haar dochtertje een rollenspel doen. Haar dochter doet alsof ze een gevaarlijke slang is, terwijl Flamang een jong, bang meisje speelt. „Het machtomkeerspel geeft je kind zelfvertrouwen”, legt ze uit.

De dochters zijn enthousiast, maar Annita Peeters heeft haar bedenkingen. „Niet ieder kind is hetzelfde, ik moet nog maar zien of een rollenspel het gewenste effect heeft op mijn kleinzoon van nog geen twee jaar oud. Hij lacht me waarschijnlijk midden in mijn gezicht uit.”

Seniorencoach Marieke Schuurman (68) uit Utrecht, gespecialiseerd in individuele coaching van grootouders, ziet ook veel opa’s en oma’s worstelen met verschillende opvoedstijlen. Maar de problematiek gaat verder dan dat, zegt ze. Haar cliënten weten niet meer hoe ze hun aandacht moeten verdelen, vertelt ze. Sommige jonge grootouders hebben te maken met de zorg voor kleinkinderen, kinderen, zichzelf én nog een vader of moeder die mantelzorg nodig heeft. „Je zit tussen het beginnende en het aflopende leven in. Dat is fascinerend, maar emotioneel ook héél zwaar.”

Illustratie Lotte Dijkstra

‘Nee’ leren zeggen

Ook grootoudercoach Marja Bos (64) uit Houten benadrukt hoe overweldigend grootouderschap kan zijn. „Aankomende grootouders denken vaak dat ze met hun levenservaring geen cursus nodig hebben, maar je hebt geen idee wat er allemaal op je afkomt, zeker als je van plan bent mee te draaien als oppas.” In haar boek Meegroeien met je kleinkinderen (2017) bereidt ze grootouders hierop voor. „Ook al ben je nog kerngezond en zijn je kleinkinderen nog zo leuk, past al dat oppassen nog wel bij deze levensfase?”, vraagt ze aan grootouders.

Tijdens de trainingen leert Bos opa’s en oma’s weer ‘nee’ te zeggen. „Grootouders komen bij mij met de hulpvraag ‘waar blijf ík eigenlijk nog?’” Zo sprak ze een oma die ‘ja’ had gezegd tegen het oppassen op kleinkind nummer één en nu ook vastzat aan kleinkinderen twee en drie. „Dan denk ik: mens, je bent er toch zelf bij.” Grootouders geven soms hun eigen grenzen niet aan, zegt ze. „Ik stel ze de wedervraag: hoeveel ruimte wil je je kinderen en kleinkinderen geven in je leven? Zeg je je bioscoopplannen weer af als er een beroep op je wordt gedaan of maak je je eigen keuzes?”

Lees ook: Opa en oma nemen het oppassen over, ook als ze er 200 km voor moeten rijden

Maar het ligt niet altijd aan de verwachtingen van de kinderen. Sommige grootouders willen te graag hun stempel drukken op de opvoeding van de kleinkinderen, zegt Bos. „Het grootouderschap wordt dan gebruikt om de leegte op te vullen die ontstond toen de kinderen uit huis gingen.” Ook deze grootouders moeten zich gaan richten op hun eigen leven. „En leren hun kritiek op de opvoedstijl van hun kinderen in te slikken.”

Bos geeft grootouders inzicht in wat voor ‘type’ opa of oma ze zijn. „Ik leerde dat ik graag met de kleinkinderen speel, maar ook structuur nodig heb”, vertelt Jan Fokker (61) uit Houten. „Sommige grootouders vinden het heerlijk als hun kleinkinderen knutselen, kleien, bakken – en dus rotzooi maken. Zo zijn mijn vrouw en ik dus niet.” Je kan het grootouderschap op veel manieren vormgeven, zegt Bos, en elke manier is de juiste. „Zolang je je eigen grenzen maar bewaakt.”

Pannenkoeken

Anneke Groen waarschuwt grootouders: „Denk goed na voordat je overal mee instemt. Voor je het weet gaan de mooiste jaren van het pensioen op aan oppassen en ben je daarna te oud om jezelf nog te ontwikkelen.” Praat hier al over met je kinderen vóór het eerste kleinkind geboren is, adviseert ze.

Kristin van de Wyer heeft hier wel al over nagedacht. In de pauze van de workshop vertelt ze dat ze de vaste oppasdag nog een hele tijd wilt uitstellen. „Ik ben pas 60 jaar, er is nog zoveel wat ik wil doen. Ik wil nu nog niet gebonden zijn.” Wat bedoelt ze, vraagt haar dochter, die het gesprek opvangt en bij haar moeder komt staan. Van de Wyer valt even stil en zegt dan glimlachend: „Dat ik na mijn 70ste elke woensdag pannenkoeken kom bakken.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.