Eindelijk: het Stadionplein is áf

Stadsplein Na de Olympische Spelen van 1928 was het plein bij het stadion een desolate vlakte. Pas nu de twee Citroëngarages zijn verbouwd, is het Stadionplein eindelijk een stadsplein geworden. Een plein in de geest van Berlage.

In de noordelijke garage: de hellingbaan met flexplekken.
In de noordelijke garage: de hellingbaan met flexplekken.

Bijna een eeuw heeft het moeten duren voor het Stadionplein een echt stadsplein werd. Nu de twee voormalige Citroëngarages zijn gerestaureerd en verbouwd tot gebouwen die kantoren, cafés, restaurants en zelfs een soort museum herbergen, is het Stadionplein niet meer de onherbergzame rafelrand van Amsterdam-Zuid die het was sinds de Olympische Spelen van 1928. Eindelijk is de onbestemde restruimte, die twee jaar geleden bijna Johan Cruijffplein ging heten, een plein geworden dat past in het fameuze Plan-Zuid dat Berlage in 1915 maakte voor de zuidelijke stadsuitbreiding van Amsterdam.

Zijn dieptepunt bereikte het Stadionplein in de tweede helft van de jaren negentig. Weliswaar lag het er toen niet slechter bij dan in de voorgaande decennia, maar nadat Ajax in 1996 het nieuwe ArenA-stadion in Zuidoost in gebruik had genomen, stond het vervallen Olympisch Stadion er verlaten bij. Voorbij waren de mooie middagen en avonden die het Stadionplein lange tijd kende bij grote thuiswedstrijden van Ajax in het Olympisch Stadion. Vooral als die ’s avonds werden gespeeld, kreeg het plein zelfs iets magisch. Dan stroomden zo’n 60.000 Ajax-aanhangers, met hun vlaggen en toeters, van alle kanten over de stadswoestenij naar de helverlichte voetbaltempel.

Merkwaardig genoeg stond er ook in de barre jaren opmerkelijk goede architectuur op het Stadionplein. Sterker nog, geen architect in Nederland heeft zo’n mooi ensemble gebouwen bij elkaar gebouwd als Jan Wils (1891-1972) aan de rand van Berlages Zuid. Wils’ acht gebouwen laten zijn ontwikkeling als architect zien. De oudste gebouwen op het plein, het Olympisch Stadion, portierswoningen en twee kiosken, ontwierp de Hagenees Wils in de stijl van de Nieuwe Haagse School, de grote concurrent van de Amsterdamse School.

De zuidelijke garage van Jan Wils uit 1931, verbouwd door Bierman Henket architecten.

De eerste, zuidelijke garage die hij in 1931 voor Citroën bouwde, is al luchterig en lichter dan het massieve Olympisch Stadion. De tweede Citroëngarage van Wils uit 1962 is, met zijn grote glazen bandramen, ten slotte een onvervalst modernistische witte doos.

Nieuwbouwdeel zuidelijke garage, ontworpen door Bierman Henket architecten. Foto Dieuwertje Bravenboer

Hoe mooi ook, Wils’ ensemble bewees weer eens dat een aantal goede gebouwen bij elkaar niet vanzelf ook een goede stad maken. De Citroëngarages, die op dezelfde plekken kwamen waar tijdens de Olympische Spelen tijdelijke sportgebouwen stonden, vormden weliswaar een soort poort voor het stadion, maar ze bleven toch eilandjes die bijna ondergingen in een zee van ruimte waarlangs het verkeer op een vierbaansstraat de stad in- en uitreed.

Sloop stadion

Al in 1987 had het Amsterdamse gemeentebestuur aangekondigd dat het Olympisch Stadion zou worden gesloopt na de ingebruikname van de ArenA. Maar toen Ajax het stadion in 1996 voorgoed verliet, was het inmiddels rijksmonument geworden. Twee jaar later begon de restauratie van het stadion naar een ontwerp van André van Stigt, die eerder was betrokken bij de redding van de pakhuizen aan het Entrepotdok. Belangrijkste ingreep was de verwijdering van de tweede stadionring en de imposante betonnen trappen die in 1937 waren gebouwd om de capaciteit van het stadion te verhogen van 30.000 naar 60.000 toeschouwers. In het bakstenen stadion dat vanonder de vervallen grijs-betonnen ombouw te voorschijn kwam, werden ruimtes voor bedrijven en horeca gebouwd. Na de voltooiing van de restauratie werd het stadion weer in gebruik genomen voor atletiek- en schaatswedstrijden en, incidenteel, een concert.

De verbouwing van het Olympisch Stadion in 2000 was het begin van een metamorfose van het Stadionplein. Eerst werden op de plek waar eens de bijvelden van het stadion waren zes woningblokken gebouwd in min of meer traditionele stijl. Net als vrijwel alle bouwblokken in Berlages Amsterdam-Zuid zijn de nieuwbouwblokken niet alleen allemaal gesloten, maar ook kregen de architecten, onder wie Rudy Uytenhaak en Lafour en Wijk, de opdracht om aan te sluiten bij de vooroorlogse baksteenarchitectuur van Amsterdam-Zuid.

In de zuidelijke garage: de trap in Move Mobility Experience Center met tot bol gemaakte kever van kunstenaar Ichwan Noor. Foto Dieuwertje Bravenboer

Ook het stedenbouwkundige plan voor het eigenlijke Stadionplein van het Office for Metropolitan Architecture (OMA) uit 2007 is een ontwerp in de geest van Berlages traditionele Plan-Zuid. Dit plan voorzag, onder meer, in de bouw van een woningblok met winkels op de begane grond en een hotel met een groot restaurant.

Als tegemoetkoming aan de bezwaren van omwonenden die hun uitzicht zouden verliezen, bepaalde OMA dat de onderzijde van het hotel-restaurant gedeeltelijk open moest blijven. Dit resulteerde in een gewaagd gebouw waarin de Duitse architect Hans Kollhoff zijn zware, stevig in de grond verankerde neoklassieke bouwkunst op meesterlijke wijze heeft verzoend met een spectaculaire, zestien meter lange uitkraging aan de achterzijde.

Legendarische FEBO

Tussen de twee nieuwe gebouwen staan Wils’ kiosken uit 1928, waarvan een van 1972 tot 2013 ruimte bood aan een legendarische vestiging van de FEBO. Beide kiosken, die in de loop der jaren onherkenbaar waren geworden, zijn in oorspronkelijke, Olympische staat teruggebracht.

Net als de nieuwe gebouwen op het Stadionplein zijn de twee voorbeeldig gerenoveerde garages nu deels publiek toegankelijk. In The Olympic 1931, zoals de zuidelijke, door Bierman Henket architecten verbouwde en uitgebreide zuidelijke garage nu officieel heet, bevindt zich onder meer de Move Mobility Experience. Het hart van deze grote, interactieve permanente expositie over automobiliteit bevindt zich in een stralende hal met glazen plafond en een monumentale trap naar de tweede etage, waar onder meer toekomstige modellen van Porsche en Bentley staan.

In de noordelijke garage: de hellingbaan met flexplekken. Foto Dieuwertje Bravenboer

In The Olympic 1962, de noordelijke garage, is op de begane grond een grote vestiging van de internationale restaurantketen Neni gekomen. Maar de grootste attractie van deze voormalige garage is toch de brede inpandige hellingbaan waarover eens de golfplaten Citroënbestelwagens HY 1500 s reden. Naar een ontwerp van Rijnboutt architecten is de oplopende vloer verbouwd tot waarschijnlijk het enige kantoor van Nederland met een schuine vloer waar in kleine, halfglazen paviljoentjes kan worden gewerkt.