Recensie

Recensie Boeken

Een heerlijk boek over het menselijk lichaam (●●●●)

Het lichaam Bill Bryson ging op reis door het menselijk lichaam, van ooglens tot slokdarm. De verwondering spat van elke pagina: zoals over het feit dat er ook smaakreceptoren zitten in longen en testikels. Maar voor dat prachtige lichaam zorgen we bar slecht.

Illustratie Getty Images

Illustratie Getty Images

Als je iemand voor de titel grootmeester van de reisjournalistiek zou kunnen nomineren zou het Bill Bryson (1951) zijn. In 35 jaar doorkruiste hij meermaals niet alleen zijn geboorteland, de Verenigde Staten, en het land waar hij sinds de jaren zeventig woont, het Verenigd Koninkrijk, maar ook Europa en Australië, en deed hij in bijna twintig boeken smakelijk verslag van de geschiedenis, de taal, de inwoners en de eigenaardigheden van de streken die hij bezocht.

Grote bekendheid kreeg hij in 2003 door Een kleine geschiedenis van bijna alles, waarin hij zijn lezers meeneemt op een ontdekkingsreis door de geschiedenis van het leven op aarde, van de Big Bang tot de moderne deeltjesfysica. Bryson vertelt in zijn boeken alsof hij naast je zit in de kroeg en tegen je aan kletst over de markante figuren die hij sprak, en de wonderlijke ontdekkingen die hij deed.

In zijn nieuwste boek richt Bryson zijn zwerflust op het onontgonnen gebied pal onder zijn neus: het lichaam. Hij schreef een reisgids over de ‘warme homp vlees’ waarin we ons leven leiden, en dat we het grootste deel van de tijd gewoon voor lief nemen. Met humor en ontzag leidt hij de lezer rond door het lijf, van buiten en boven – de huid en het hoofd – naar binnen en onder – de darmen, het kruis, de bevruchting, en de onvermijdelijke dood.

Kokosolie gezond?

Verwondering spat van elke pagina. Bryson neemt de lezer mee in zijn fascinatie voor het lichaam, dat ‘universum van 37,2 biljoen cellen die voortdurend in min of meer volmaakte harmonie opereren’. Het lichaam is zoveel meer dan een machine, schrijft hij. ‘Het werkt vierentwintig uur per dag en dat tientallen jaren achtereen zonder (voor het grootste deel) regelmatig onderhoud of de installatie van reserveonderdelen. Het loopt op water en een paar organische mengsels, is zacht en ziet er mooi uit, is op handige wijze mobiel en plooibaar, plant zich met enthousiasme voort, maakt grappen, voelt genegenheid, waardeert een rode zonsondergang en een verkoelend briesje. Van hoeveel machines kun je dat zeggen?’

De tocht voert van ooglens tot slokdarm, van milt tot botten, en van observaties van de vrijetijdswinst die het koken van voedsel ons oplevert (andere primaten zijn 7 uur aan het kauwen) tot het rechtzetten van misverstanden, zoals dat we acht glazen water per dag zouden moeten drinken, of dat kokosolie gezond zou zijn.

Duitse wetenschappers probeerden te praten met een zojuist afgehakt hoofd

Door het hele boek strooit de lichaamsreiziger met grappige weetjes (we hebben 23 minuten per dag onze ogen dicht doordat we zo vaak knipperen), en hier en daar schudt hij de lezer wakker met een hilarische gruwelscène. Zo zijn er de Duitse wetenschappers die in 1803 wilden weten hoe lang het brein nog bewustzijn heeft als de bloedtoevoer stopt, en daartoe keken hoe lang er met een per guillotine afgehakt hoofd van een terechtgestelde misdadiger nog te praten viel.

Mysterieuze ziekte

Zelfs voor wie al een behoorlijke medische kennis heeft, staan er nieuwe of wonderbaarlijke dingen in. Welke arts weet nu dat er niet alleen smaakreceptoren zitten in de mond, maar ook in de maag, hart, longen en in de testikels?

Het boek bevat twee aparte katernen met oude zwart-witfoto’s van de wetenschappers, artsen of patiënten die beschreven worden, en met gravures en illustraties, zoals een tekening van Leonardo da Vinci, een van de eersten die het menselijk lichaam ontleedde.

Voor hypochonders kan het boek een enorme opluchting betekenen. Niet alleen is het geruststellend te weten hoe de boel er vanbinnen uit ziet en werkt, maar ook dat het afweersysteem zo veel krachtige wapens heeft, en dat pijn vaak niet betekent dat er iets vreselijk mis is. Nuchter zet Bryson op een rij hoe klein de kans is dat er iets fout gaat.

Lees ook: Het onbekende levensvocht: lymfe

Aan de andere kant kan het ook juist als brandstof dienen voor getob. Vanaf hoofdstuk 20, ‘Als het misgaat: ziekten’, overspoelt Bryson de lezer met onverklaarbare ziektes door mysterieuze ziektekiemen. Dan kan het effect optreden dat de meeste studenten geneeskunde op enig moment ervaren: dat je alle kwalen waarover je leest, ook bij jezelf meent te ontwaren. Wie niet hypochondrisch is aangelegd wordt dat daar wel.

Caloriemeting

De meanderende rondgang langs feiten en feitjes, excentrieke wetenschappers en enge ziektekiemen is over het algemeen zeer onderhoudend. Maar de stroom aan weetjes en cijfers wordt op een derde van het boek wat veel. Hier en daar lijken ze elkaar bijna lukraak op te volgen. De afmetingen van organen, de aantallen botten en spieren en pezen in diverse lichaamsdelen, de zoveelste wetenschapper die geïntroduceerd wordt als ‘de vader van de caloriemeting’, gevolgd door een beschrijving van kenmerkend gezichtshaar (‘een walrussnor’) – dan wordt de geanimeerde verteller meer een betweterige oom op een verjaardagsfeestje.

Over sommige zaken windt Bryson zich duidelijk op, want die komen vaker terug. De belangrijkste is de nonchalance waarmee we omgaan met dat prachtige lichaam van ons. Wij mensen sterven aan onze leefgewoonten, schrijft hij, en de generatie van onze kinderen zal eerder sterven dan onze generatie.

Ongezond

Dat punt wordt in de laatste hoofdstukken pas echt interessant. Dan trekt Bryson van leer tegen de manier waarop de gezondheidszorg in de VS geregeld is. Fijntjes wijst hij op het feit dat de levensverwachting van Amerikanen schrikbarend veel lager is dan die van mensen in andere ontwikkelde landen. Ondanks de hoge kwaliteit van de gezondheidszorg en ondanks het feit dat een vijfde van al het geld dat Amerikanen verdienen aan gezondheidszorg op gaat. Amerikanen leven ongezonder, de zorgkosten zijn schrikbarend veel hoger dan in andere landen, en daarnaast vallen er ruim drie keer zo veel verkeersdoden per jaar als in Groot-Brittannië. Het probleem in dat laatste land is dan weer dat het juist veel te weinig uitgeeft aan gezondheidszorg.

Lees ook: Vier uur, dus tijd voor een dropje? Zo pak je ongezonde eetgewoontes aan

Bryson doet rake observaties over de soms dubieuze reclame- en onderzoekspraktijken van de farmaceutische industrie, en het probleem van overbehandeling in de Amerikaanse gezondheidszorg, vanwege de grote kans op rechtszaken en door geldbejag.

De reisgids is een zeer onderhoudende en vooral ook accurate handleiding van het ingenieuze vehikel waarin we ons voortbewegen en de wereld om ons heen ervaren. Bovenal schreef Bryson een lofzang op ons lichaam. En een hartstochtelijk pleidooi om daar goed voor te zorgen. Ook al houdt je lichaam je, zelfs als je bijna alles verkeerd doet, gewoon in stand.