Een stille, eigengereide wegbereider

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Wim Couwenberg (1926 - 2019), hoogleraar en publicist, schreef en schreef tot kort voor zijn dood.

Wim Couwenberg begin jaren tachtig (boven) en als 17-jarige(links).
Wim Couwenberg begin jaren tachtig (boven) en als 17-jarige(links). Foto Vincent Mentzel en privécollectie

De erkenning kwam laat. Zeer laat. Pas in 2015 werd emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Couwenberg onderscheiden met een prijs die zijn maatschappelijke betekenis tot uitdrukking moest brengen. Toen kreeg hij de ‘Desiderius’, een eerbetoon in de vorm van een beeldje van Desiderius Erasmus, uitgereikt door de gelijknamige universiteit in Rotterdam. Volgens rector-magnificus Huib Pols had Couwenberg een halve eeuw lang een „uitzonderlijke bijdrage aan het publieke debat en de opinievorming in Nederland geleverd”.

Couwenberg was toen hij de prijs kreeg 89 jaar, en al twintig jaar met pensioen. Hoewel pensioen voor de op 15 december 2019 op 93-jarige leeftijd overleden Couwenberg een relatief begrip was. Hij ging gewoon door, wat in zijn geval betekende dat hij doorging met schrijven. Want zoals historicus Geerten Waling twee jaar geleden in een laudatio opmerkte, met een verwijzing naar stripfiguur Lucky Luke : „Couwenberg schrijft sneller dan zijn schaduw.”

Schrijven bleef hij doen tot een half jaar voor zijn dood, toen het als gevolg van een val niet meer mogelijk was. Allereerst in zijn maandblad: Civis Mundi, het door hem in 1971 opgerichte en grotendeels door hemzelf gefinancierde gratis tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur. Wim Couwenberg was Civis Mundi en Civis Mundi was Wim Couwenberg, heette het. En verder waren er nog de door hem geschreven boeken. Zoon Herman Jan weet niet hoeveel het er waren. Hij houdt het op „tientallen”. Een oeuvre dat in 1957 begon met zijn boek De vereenzaming van de moderne mens, kern van het huidige sociale vraagstuk en verder titels kent als Geschiedenis als noodlot; Fin de siècle, een tijdsbeeld op het breukvlak van twee eeuwen en In opdracht van de tijd, terugblik op veertig jaar intellectueel en maatschappelijk engagement. Als zijn magnum opus geldt het vierdelige Modern constitutioneel recht en emancipatie van de mens uit 1984.

Wim Couwenberg als 17-jarige. Foto privécollectie

Boeken en beschouwingen waarvan de titels al aangeven dat de lezer er voor moet gaan zitten. Interessant en relevant maar in de woorden van de Leidse hoogleraar rechtsgeleerdheid en filosoof Paul Cliteur ook „omslachtig” en „zwaar”. Als student filosofie debuteerde Cliteur in de jaren zeventig met een stuk in Civis Mundi. Het was het begin van een lange verbintenis met Couwenberg. Cliteur is nog altijd vicevoorzitter van de Stichting Civis Mundi. Niet dat die functie veel voorstelde want Couwenberg deed het liefst alles zelf. Cliteur: „Hij wilde graag met je praten, maar ging geheel zijn eigen richting en liet zich niet bijsturen.” Dat is ook de ervaring van emeritus hoogleraar politiek en parlementaire geschiedenis Joop van den Berg die Couwenberg „deskundig” noemt en tevens iemand die heel erg zijn eigen gang ging.

Dat zelfgekozen isolement maakte dat de ooit als parlementair redacteur bij de katholieke Maasbode begonnen veelschrijver Couwenberg – hij publiceerde naast zijn boeken en tijdschrift vanaf de jaren zeventig tot 2013 ook talloze bijdragen op onder andere de opiniepagina van NRC – moeilijk te plaatsen was. Dat leidde er weer toe dat hij volgens eigen zeggen ook vaak verkeerd werd begrepen. Zijn pleidooi voor het starten van een dialoog in Zuid-Afrika tussen de verschillende bevolkingsgroepen zette Couwenberg tot zijn teleurstelling in het gepolariseerde Nederland van de jaren tachtig in de verdachte hoek van verdedigers van de apartheidspolitiek.

Iets soortgelijks overkwam hem toen hij in dezelfde tijd kritische kanttekeningen plaatste bij het Nederlandse minderhedenbeleid zoals dat toen nog werd genoemd. Nederland moest meer voor de eigen (politieke) cultuur opkomen en mocht meer eisen stellen aan nieuwkomers, was zijn inmiddels breed gedragen stelling. Hij werd direct vergeleken met Hans Janmaat, de leider van de xenofobe Centrumpartij die toen net zijn entree in de Tweede Kamer had gemaakt. „De discussie over de minderheden wordt al jaren vertroebeld door insinuaties”, reageerde een teleurgestelde Couwenberg in 1982.

Eigenlijk was de kleine Rotterdamse hoogleraar met zijn kenmerkende snerpende stem een stille wegbereider. Als lid van de Katholieke Volkspartij (KVP) was hij midden jaren zestig één van de pleitbezorgers voor een grote middenpartij die open diende te staan voor niet-confessionelen. Iets dat het CDA nu pretendeert te zijn maar waarvoor Couwenberg met zijn actiegroep Democratisch Centrum Nederland toen nog maar weinig medestanders wist te krijgen. Het was de tragiek van Couwenberg. In de woorden van Joop van den Berg: „Hij werd voortdurend voor kennisgeving aangenomen.”

Op latere leeftijd ging Couwenberg zich steeds meer interesseren voor oosterse religies. Hij geloofde in reïncarnatie. In zijn laatste bijdrage voor Civis Mundi verwees hij naar de actrice Annemarie Prins die had gezegd dat het haar niet was gelukt voor het examen mens te slagen. Couwenberg: „Ik ben daar evenmin in geslaagd. De enige hoop die dan rest, is de mogelijkheid van een herkansing via zoiets als reïncarnatie, waarmee ook de dood zin en betekenis krijgt.”