Coalitie oneens over verhuizing kazerne

Politiek Staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) wilde af van de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen, maar moet nu eerst in gesprek met de Zeeuwen.

Foto Evert-Jan Daniels

En wéér is de beslissing uitgesteld. Het leek er deze week sterk op dat staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen zou afblazen. Maar door politieke onenigheid valt het besluit nu op zijn vroegst dit voorjaar.

Dat is wrang voor de Zeeuwen, die al jaren in vertwijfeling wachten op groen licht voor een project waarvan ze hopen dat het economische en sociale activiteit oplevert in een regio die krimpt. Voor de ongeveer 1.800 mariniers lijkt het goed nieuws, want de meesten van hen keerden zich nadrukkelijk tégen de verhuizing. Zij vinden het niet meer van deze tijd om van partners te verwachten dat ze alles opgeven en naar de andere kant van het land verhuizen.

De aangekondigde verplaatsing van de kazerne leidde zelfs tot een verhoogde uitstroom uit het marinekorps. En dat is voor de politieke leiding wel een zorg: defensie kampt al met grote personeelstekorten. „Die hoge uitstroom moet je serieus nemen”, zei Barbara Visser na afloop van de ministerraad. „Je haalt niet zomaar overal mariniers vandaan.”

Over de verhuizing werd al sinds 2012 gesproken. Oorspronkelijk zou de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne in Vlissingen al in 2017 in gebruik worden genomen, maar dit werd steeds uitgesteld. Daarbij speelde mee dat het terrein niet geschikt bleek voor de taken van de mariniers en dat de grond zeer vervuild was – waardoor de kosten flink opliepen.

Lees ook: Fuif op marineschip was voor niks

Stevig politiek conflict

Achter de onzekerheid over de toekomst van de kazerne speelt een stevig politiek conflict dat de broze verhoudingen in het kabinet-Rutte III aan de oppervlakte brengt.

Staatssecretaris Visser had het besluit om niet naar Zeeland te verhuizen vorige week al door de ministerraad willen loodsen, maar dat mislukte. Hierover doen in Den Haag verschillende verhalen de ronde.

Bij het CDA zeggen ze dat Visser vorige week in de Trêveszaal werd teruggefloten door Hugo de Jonge, vicepremier namens het CDA én Zeeuw. Hij zou hebben aangedrongen op een compensatie voor Zeeland, waarop Visser door de premier naar huis werd gestuurd om haar plan beter uit te werken. Visser zou haar collega’s tijdens de ministerraad hebben verrast. Dat is opmerkelijk en moeilijk voorstelbaar, aangezien de vier regeringspartijen er sinds het aantreden van Rutte III een zeer uitvoerig overlegsysteem op nahouden, waarbij alle besluiten, zeker de gevoelige, al op maandag in het coalitieoverleg worden besproken. Daarbij schuiven de fractievoorzitters van de regeringspartijen aan en de premier en de vicepremiers.

Bij de VVD wijzen ze op de rol van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA). Zij was op de hoogte van de plannen, maar zou haar CDA-collega’s niet hebben ingelicht. Ook in haar eigen partij klinkt dit verwijt aan Bijleveld. Naar eigen zeggen heeft ze de „meest betrokken CDA-ministers op de hoogte gebracht”.

Wat vaststaat, is dat de Defensiewoordvoerders van de coalitiepartijen de donderdagavond voor de ministerraad van 17 januari zijn bijgepraat. Bij die bijeenkomst waren staatssecretaris Visser én minister Bijleveld aanwezig. Er werd gesproken over compensatie, maar Visser wilde de beslissing eerst door de ministerraad krijgen, om daarna met steun van het hele kabinet met Zeeland in gesprek te gaan. Geen van de vier partijen zei die donderdagavond dat het besluit niet te verkroppen was.

Waarom Vissers plan een dag later toch mislukte? Mogelijk wilden andere ministers dat er wél meteen een compensatie tegenover stond. Bij het CDA speelt ook iets anders: het was voormalig Defensieminister Hans Hillen (CDA) die de verhuizing naar Vlissingen toezegde, in samenspraak met zijn partijgenoot Karla Peijs die toen Commissaris van de Koningin was in Zeeland. Het is, kortom, een belofte waarvoor het CDA zich verantwoordelijk voelt.

Dat de beslissing vrijdag formeel werd uitgesteld, toont dat Visser en de VVD dit politiek onhandig hebben aangepakt. En dat de coalitiepartijen elkaar steeds minder gunnen.