Altijd maar linksaf, wat doet dat met een schaatser?

Schaatsen Schaatsers denken er niet meer over na, maar ze rijden altijd tegen de klok in. Vooral shorttrackers maken eindeloos veel bochten naar links, zoals dit weekend bij de EK in Hongarije. Wat doet dat met een sporter?

Training van de Nederlandse shorttrackploeg voor de Olympische Spelen van Sotsji. Foto cover: shorttrackster Suzanne Schulting.
Training van de Nederlandse shorttrackploeg voor de Olympische Spelen van Sotsji. Foto cover: shorttrackster Suzanne Schulting. Foto Vincent Jannink/ANP

Handen op de rug, diep door de knieën, rug licht gebogen. Op het rechte stuk haalt een shorttracker zijn schaatsen bijna niet van het ijs. Ze glijden, maken met de ijzers haast slangachtige bewegingen en kijken zo nu en dan over hun schouder om eventuele inhaalacties te pareren. In de bocht vijf of zes passen pootje over, de vingertoppen van de linkerhand glijden voor extra grip over de 111,12 meter lange ovale baan. Dan de bocht weer uit.

Van bovenaf kijk je naar een wervelende orkaan van mensen. Steeds maar weer linksom, alsof er geen einde aan komt. Schaatsen, baanwielrennen, atletiek, paardenrennen; in bijna elke baansport gaan sporters linksom. Waarom? Wat staat er in de geschiedenisboeken? En wat doet het met het brein? Kunnen schaatsers ook rechtsom pootje over? Een zoektocht naar waarom we tegen de klok in bewegen.

Historie

We gaan terug naar de Olympische Spelen van 1896, in Athene. Op een foto vlak voor de start van de 100 meter sprint vallen twee dingen op: elke loper heeft een eigen startpositie én de atleten rennen met de klok mee, rechtsom dus. „Het mooie aan die foto is dat je ziet dat de sport nog niet was gestandaardiseerd”, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. „Er zijn nog geen internationale afspraken gemaakt, de moderne sport staat nog in de kinderschoenen. Terwijl cijfers en standaardisatie van wezenlijk belang zijn voor de sport. Een wereldrecord kan tenslotte alleen bestaan als de 100 meter van 2020 even lang is als die van 1920.”

De start van de 100 meter bij de Olympische Spelen van 1896 in Athene. Foto Getty Images

Die Spelen ontstaat ophef onder atleten over het rechtsom lopen. Ze vinden het maar niets, het voelt niet natuurlijk. Het leidt tot een belangrijke wijziging twaalf jaar later, op de Olympische Spelen van Londen. Dan wordt voor het eerst tegen de klok in gelopen. Vanaf dat moment is het nooit meer anders. Waarom weet Van de Vooren niet precies. „Wat ik wel weet, is dat er tijdens de Spelen van 1908 hevige ruzie is geweest tussen de Engelsen en Amerikanen. De landen beschuldigden elkaar continu van valsspelen en oplichterij. Toen bleek de noodzaak dat er onafhankelijke organisaties moesten komen die evenementen organiseren en controleren.” Linksaf rondes lopen werd vastgelegd in de regels.

De Winterspelen vinden voor het eerst plaats in Chamonix, Frankrijk, in 1924. Schaatsen volgde het voorbeeld van atletiek en ging ook linksom. „Het is dan allang de standaard om linksom te lopen en te schaatsen. Dat komt ook doordat vroeger werd geschaatst op atletiekbanen. Hoewel de afmetingen niet helemaal gelijk zijn, gebruikten ze wel dezelfde richting.”

Maar er is nog een andere reden waarom tegen de klok in een logische keuze was. De klachten van de atleten op de Spelen van 1896 waren niet geheel ongegrond, zo zegt sporthistoricus Marnix Koolhaas. „De meeste mensen zijn rechtshandig en rechtsbenig. Met het rechterbeen kan je meer kracht zetten dan met links, dat heb je zeker nodig in een bocht.” Oneerlijk voor de linksbenigen, zou je zeggen. „Ik heb wel een keer een discussie gevonden uit die tijd, waarin iemand voorstelde om de baan in een achtvorm te leggen. Dan heb je evenveel bochten naar rechts als naar links. Alleen heb je dan weer een kruispunt in het midden, ook niet handig.”

Het brein

Neuropsycholoog Erik Scherder ziet wel wat in die verklaring. Het rechterbeen is volgens hem bij de meeste mensen wat sterker en ook wat langer. „Dan loop je al snel met je rechterbeen aan de buitenkant en duw je als het ware je snelheid naar de linkerkant toe met dat krachtige rechterbeen.”

Dat rechterbeen wordt aangestuurd door de linkerhersenhelft. Je rechterhersenhelft stuurt de linkerkant van je lichaam aan en de linkerhersenhelft stuurt rechts aan. „De linkerkant van je hersenen is dominant voor de fijne motoriek, waardoor voor de meeste mensen het rechterbeen het voorkeursbeen is. Daardoor zullen de meeste mensen automatisch een voorkeur hebben om naar links te bewegen.”

Dan zijn er de kleine hersenen, die net onder de grote hersenen aan de achterkant van ons brein zitten. Anders dan bij de grote hersenen, stuurt de rechterkant van de kleine hersenen ook de rechterkant van het lichaam aan. De rechterkant van de kleine hersenen zorgt onder meer voor de balans van het lichaam, timing en rompstabiliteit. Bij shorttrackers is die rechterkant groter dan gemiddeld, bleek uit onderzoek in 2012. „De rechterkant van het cerebellum, de kleine hersenen, is getraind en verder ontwikkeld. Bij shorttrackers doet die kant enorm zijn best en krijgt daardoor een groter volume. Als je stopt met schaatsen, neemt dat volume ook gewoon weer af.”

De rechterhelft van de grote hersenen is daarnaast dominant voor visueel-ruimtelijke informatie, zegt Scherder. „Dat betekent dat je veel liever naar links kijkt dan naar rechts. Als je dan in de bochten komt, is het makkelijker om linksom te schaatsen. Het hele brein doet mee, alleen op verschillende manieren. Maar op al die manieren heeft tegen de klok in gaan de voorkeur.”

Medisch

In tegenstelling tot het brein, lijken er volgens medici en onderzoekers weinig gevolgen van linksom schaatsen voor het lichaam. Jos de Koning, bewegingswetenschapper en een van de grondleggers van de klapschaats, ziet bijvoorbeeld dat het niet zoveel doet. „Aan de buitenkant van het lichaam zie je er niets van”, mailt hij vanuit China. „Aangezien door schaatsers vaak wordt aangegeven dat het linkerbeen in de bochten zwaarder wordt belast, zou je verwachten dat dat been ook sterker zou zijn. Dat is in sommige gevallen ook waar, maar je ziet niet opvallend dikkere linker bovenbenen.” Of er op den duur structureel veranderingen optreden in de benen of in het neurale systeem, weet hij niet.

Ongeveer 60 procent van alle professionele schaatsers krijgt vroeg of laat rugklachten. Maar niemand durft zich eraan te branden of dat door de bochten komt. Aernout Snoek, sportarts bij schaatsploeg Jumbo-Visma, wil dat verband ook niet leggen. „Ik denk dat de blessures die ik zie niet worden veroorzaakt doordat we linksom gaan. Het klopt dat de krachten op het linkerbeen hoger zijn, maar ik zie niet dat het ene been gespierder is dan het andere. Er zit tussen schaatsers te veel individuele variatie om dat toe te schrijven aan de bochten.”

Topsportarts, oud-schaatscoach en -schaatsster Ingrid Paul voegt daaraan toe dat de bochten een asymmetrische belasting zijn op het lijf. „Je buik, rug en billen moeten heel sterk zijn om de rotatie van het bekken te beperken in de bochten. Met te veel rotatie krijg je last van je rug, heup of benen. Maar dat komt niet zoveel voor, omdat schaatsers vooral ook buiten de schaatsbaan trainen. Die belasting is symmetrisch.” Voor shorttrackers ligt het volgens haar weer net wat anders. „Die hebben meer asymmetrie dan langebaanschaatsers, doordat ze dat rechte stuk grotendeels kwijt zijn. Die komen uit een bocht en gaan de volgende alweer bijna in.”

De coach

Jeroen Otter is bondscoach van de Nederlandse shorttrackers en staat bekend om zijn andere manier van trainen. Zo liet hij in het Thialf van voor de verbouwing een vijf meter lange schommel bouwen om de timing van zijn atleten te verbeteren. Hoe beter je timing, hoe minder slagen je nodig hebt om de schommel horizontaal de lucht in te krijgen.

Suzanne Schulting in actie op de NK shorttrack. Foto Vincent Jannink / ANP

Nu is hij bezig met een bijzonder nieuw project: een paar shorttrackschaatsen ontwikkelen om rechtsom mee te kunnen rijden. „Met het materiaal dat we nu gebruiken kan dat niet. Alles is helemaal afgesteld op links”, zegt hij. „De messen staan iets meer aan de linkerkant onder de schoen, omdat we toch alleen maar linksom gaan en anders de schoen bij een scherpe bocht op het ijs zou kunnen komen.”

Door straks ook naar rechts rondjes te kunnen rijden, hoopt de bondscoach blessures bij zijn atleten te kunnen voorkomen. „Ik vind het belangrijk om verschillende prikkels te bieden. Het gaat om neuromusculaire adaptaties, dat betekent dat er meer zenuwuitlopers ontstaan op de spieren.” Het idee is dat de Nederlandse shorttrackers door rechtsom te trainen ook beter linksom kunnen schaatsen.

De sporter

Shorttracker Daan Breeuwsma rijdt al zijn hele schaatsleven linksaf. „Ik besef het niet eens, het is gewoon zo. Best gek, nu ik erover nadenk. Al onze trainingsvormen zijn erop afgestemd om naar links te gaan, van schaatstraining tot krachttraining.” Tijdens een ijstraining probeert hij soms rechtsom een rondje te rijden, maar dat is – zoals bondscoach Otter zegt – met het huidige materiaal helemaal niet mogelijk. „De ronding en kromming van je ijzers, het buigt allemaal af naar links.”

Heel af en toe komt het voor dat hij in het krachthonk ook specifiek zijn rechterkant traint. „Dan hangen we in elastieken en trainen we om rechts over te stappen. Dat voelt heel ongelukkig, alsof wat je doet helemaal niet klopt. Mijn hoofd lijkt het ook helemaal niet te kunnen verwerken. Mijn lichaam is niet ingesteld om naar rechts te gaan. Het ziet er ook écht niet uit, heel houterig.” Door die trainingen probeert hij enigszins symmetrisch te blijven, want in zijn lichaam bemerkt hij toch een bepaalde „kronkeling”. „Mijn rug zit in een gekke houding zodat ik balans heb in de bochten. Mijn bovenlichaam is daardoor niet meer symmetrisch.”