Als je met een pistool schiet, knalt het drie keer

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: Bij de Arnhemse villamoord hoorde een getuige geen knal van het wapen. Kan dat?

Foto Getty Images

Netflix is nergens voor nodig, ook in Nederland kunnen adembenemende documentaires worden gemaakt. De driedelige documentaire ‘De villamoord’ (2Doc, KRO-NCRV) doet niet onder voor de miniserie ‘When they see us’ die Netflix vorig jaar uitbracht. Ook bij 2Doc – waarschijnlijk – een onterechte veroordeling voor moord, gebaseerd op vooroordelen, een haperende getuigenverklaring, een valse bekentenis en minimaal gebruik van ‘technisch bewijs’. Negen mannen werden de dupe en zaten jarenlange straffen uit. Herziening hangt in de lucht.

In grote trekken gaat het in de documentaire om de moord, in Arnhem, op een alleenstaande 63-jarige vrouw. Ze werd in september 1998 in haar slaapkamer door een indringer met een pistool door het hoofd geschoten. Een aanwezige kennis die van de dader naast haar op bed had moeten gaan liggen kwam er met een lichte hoofdwond af. Zij is de enige getuige. Aan de betrouwbaarheid van haar verklaring wordt getwijfeld, enerzijds door rechtspsychologen en oud-rechercheurs die de zaak opnieuw bekeken, anderzijds door twee Nederlandse forensisch experts die inmiddels in de VS werken. Zij deden het technisch onderzoek dat eerder was uitgebleven. En met nieuwe conclusies: de kogel die het dodelijk slachtoffer doorboorde kwam mogelijk uit een andere hoek dan is aangenomen, de getuige werd misschien wel helemaal niet beschoten, en nog meer.

Eén van de geraadpleegde rechercheurs vond het opmerkelijk dat de getuige niet spontaan melding had gemaakt van het enorme lawaai dat de twee pistoolschoten in de slaapkamer teweeg brachten. „Dan spring je bijna letterlijk door het plafond. In ieder geval ben je voorlopig doof. Dat element miste ik in haar verklaring”. De forensisch experts in Colorado lieten zien dat het gebruikte pistool in de open lucht op een paar decimeter afstand een knal van 117,4 decibel produceerde. Zie de documentaire. Dance events halen wel 120 dB, en vuurwerk wel 140 dB, maar toch: 117 dB is veel.

Maar onverdraaglijk veel? De babyboomer die vroeger, in militaire dienst, geregeld op de schietbaan oefende met karabijn, Uzi en pistool bewaart geen enkele herinnering aan onverdraaglijk harde knallen terwijl toch het schot van karabijn en Uzi vlak naast zijn oor afging. Dat van het pistool maar weinig verder.

Het pistool dat in Arnhem werd gebruikt was een FN-Browning model 1922 met een kaliber van 7.56 mm. (Het kaliber is de diameter van de kogel.) Het handboek Jane’s Infantry Weapons geeft op dat de mondingssnelheid van de kogel 299 m/s is. Kortom: een lage snelheid en een bescheiden kaliber.

Je mag aannemen dat er een bepaalde evenredigheid is tussen de decibellen van de knal en het kaliber respectievelijk de mondingssnelheid. In ieder geval is er evenredigheid tussen het schotgeluid en de hoeveelheid ‘kruit’ die in de patroon is opgenomen.

De karabijn M1 (Winchester) had een kaliber van 7,62 mm en een mondingssnelheid van 607 m/s, de Uzi een kaliber van 9 mm en een snelheid van 400 m/s en het pistool Browning-FN dat rond 1970 in gebruik was had het kaliber 9 mm. Geloof het of niet maar de chef AW heeft het lawaai dat deze wapens produceerden toen hij er destijds, in een land hier ver vandaan, mee schoot op de band opgenomen en afgelopen week bleek dat de opnames nog onbeschadigd waren. Elk wapen heeft zijn eigen typische knal en die van de 9 mm-Browning was duidelijk het minst luid.

Zo rijst het vermoeden dat het lawaai in de Arnhemse slaapkamer wel mee viel, al kan de beslotenheid en weerkaatsing de zaak hebben verergerd. Er zit een intrigerende kant aan die mondingssnelheid van 299 m/s: het is minder dan de geluidssnelheid van 330 m/s. Karabijn en Uzi en de meeste moderne wapens komen veel hoger uit. Een supersone kogel draagt een ‘sonic boom’ met zich mee (hij ‘doorbreekt de geluidsbarrière’, zoals wij in Holland zeggen) en dat geluid komt bovenop de knal van het in de loop exploderende kruit en de eventuele inslag. Elk geweerschot op een nabij doel dat geraakt wordt, levert drie knallen op die min of meer samenvallen. Daar komt dan het harde geklik van bewegende delen binnen het wapen bij.

Destijds, in 1970, is een halfhartige poging gedaan om de knallen ‘uit elkaar te trekken’ en na te gaan hoe de bandrecorder de schoten vlakbij het doel registreerde. De Sony-o-Matic werd opgesteld onder een grote hoeveelheid lege bierflessen waarop vanaf zo’n 10 à 20 meter afstand werd geschoten met karabijnen, pistolen en Uzi’s. De meeste schoten waren treffers. Het geluid klonk – en klinkt nog steeds – heel anders, maar zeker niet minder hard. Dat het een samengesteld geluid is blijkt uit niets.

Toch moet het mogelijk zijn de drie knallen van elkaar te scheiden. Als de waarnemer maar ver genoeg van de schutter staat en als er helemaal geen inslag is dan moet de sonic boom naar voren komen. De literatuur beschrijft die als een ‘crack’ maar houdt zich verder op de vlakte. Meestal wordt het geluid van passerende kogels als sissen of fluiten beschreven.

Hoe klinkt een ‘crack’? Misschien wel als het knallen van de zwepen die doorgaans ‘bullwhip’ of ‘cracking whip’ worden genoemd. Het zijn zwepen van gevlochten leer met maar één uiteinde dat onder een bepaalde handigheid in zó felle beweging raakt dat de geluidssnelheid wordt doorbroken – het is in 1958 bewezen. De crack van de bullwhip valt op YouTube te beluisteren. Klinkt een supersone kogel zo? We weten het niet. We weten alleen dat in Arnhem geen crack heeft geklonken.