Opinie

Worstelen met geopolitiek: ‘begrip’ in plaats van ‘steun’

Bondgenootschap Sinds ‘Irak’ mag Den Haag geen steun uitspreken voor militaire actie zonder volkenrechtelijk mandaat; een blok aan het been van Rutte III, schrijft .
Poster van de gedode generaal Soleimani op een anti-Amerikaanse muurschildering in Teheran.
Poster van de gedode generaal Soleimani op een anti-Amerikaanse muurschildering in Teheran. Foto Nazanin Tabatabaee/WANA/Reuters

Nadat een Amerikaanse drone-aanval een einde maakte aan het leven van de Iraanse generaal Qassem Soleimani, toonde de Nederlandse regering bij monde van minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) „begrip”. Hoewel de Verenigde Staten volgens haar collega Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) „geen hele harde informatie” hadden gegeven over de aanleiding voor deze extraterritoriale liquidatie.

Zulke informatie is er ook niet; de Amerikaanse minister van Defensie, Mark Esper, heeft moeten toegeven dat er geen aanwijzingen waren dat Soleimani op het punt stond een aanval op vier Amerikaanse ambassades in de regio te (laten) plegen, zoals president Trump had gezegd.

De bondgenoten waren vooraf niet ingelicht, waarschijnlijk op Israël na. Waarom Bijleveld en Blok tot hun „begrip” kwamen, is niet meteen duidelijk; volgens Van Dale is het ‘de wil om te begrijpen’ en het lijkt in dit geval vooral een poging om het woord ‘steun’ te vermijden.

Toch is het geen eenmalig geval van verbale acrobatiek. Het woord toonde al eerder hoe een kleine bondgenoot worstelt met de ruwe realiteit van de geopolitiek.

‘Terroristen verjagen’

Toen Turkije in januari 2018 Noord-Syrië binnenviel om „terroristen” te verjagen – de Koerden die daar samen met Amerikaanse militairen Islamitische Staat hadden bestreden – sprak Ankara van zelfverdediging. Maar Nederland – en de NAVO – zeiden „begrip” te hebben „voor de legitieme veiligheidszorgen” van de lastige bondgenoot.

Toen Assad in april 2018 chloorgas tegen zijn eigen volk inzette, vergolden de Amerikanen, Fransen en Britten dat onmiddellijk met kruisraketten en bommen. Nederland zei „begrip” te hebben voor die vergeldingsactie.

De Nederlandse trouvaille is een erfenis van de commissie-Davids, die in 2010 oordeelde dat de politieke ‘steun’ van het kabinet-Balkenende aan de Amerikaans-Britse inval in Irak (2003) volkenrechtelijk onterecht was geweest. Weliswaar had de diplomaat Peter van Walsum als lid van de commissie-Davids een dissidente voetnoot in het rapport laten opnemen (kortgezegd: nood breekt wet), maar de conclusie was toch dat ‘steun’ in dergelijke situaties uit het vocabulaire moet worden geschrapt.

Toen Bijleveld kort na dat Syrische vergeldingsbombardement haar toenmalige ambtgenoot Mattis in de VS bezocht, kreeg ze te horen dat Nederland te weinig aan defensie uitgaf. De NAVO-norm – 2 procent van het bbp – is weliswaar onhaalbaar, maar Nederland geeft nu wel meer uit aan defensie, zei ze, wat gezien moet worden als „een eerste stap”. Bovendien gaat het niet om geld alleen, gezien de Nederlandse bijdrage aan missies in Mali, Afghanistan en Irak.

In feite zei ze: we gooien dit probleem over de schutting van een volgend kabinet. Met een verzoek van Mattis om ‘iets’ in Afghanistan te doen ging ze akkoord, en de Amerikaanse kritiek op Europa is sindsdien overigens bepaald niet minder geworden.

Lees ook: Bondgenoten van Trump worstelen met ‘Syrië’

‘Proportionaliteit’ als excuus

In Buitenhof gebruikte Bijleveld na haar bezoek aan het Pentagon tot drie keer toe het woord ‘begrip’. Ten eerste zei ze „begrip” te hebben voor het besluit tot een vergeldingsbombardement in Syrië en dat te „ondersteunen”, omdat het „waarschijnlijk” Assad was die de chemische aanval had uitgevoerd.

Ten tweede zei ze „begrip” te hebben voor de „afweging die zij [de VS, het VK en Frankrijk] uiteindelijk zelf gemaakt hebben”, waarmee ze het beginsel ondergroef dat Nederland sinds het Irak-debacle zélf een afgewogen oordeel velt. En ten slotte zei ze „begrip” te hebben dat de vergeldingsaanval „gericht” en „proportioneel” was geweest, „daar hebben we begrip voor”, alsof proportionaliteit een verzachtende omstandigheid is bij iets dat volkenrechtelijk niet door de beugel kan.

Zulke exegeses maken moedeloos, zij het niet zo moedeloos als de eindeloze veto’s waarmee Rusland (of China) de Veiligheidsraad verlammen, zelfs als het gaat om een veroordeling van de gifgasaanval. Er zijn ook realisten, die vinden dat we ons hiermee weer eens in een verkeerde kwestie vastbijten: niet de oorlog zelf, maar futiel discussiëren over het mandaat.

Voor een land als Nederland, dat zich een kampioen van recht noemt en onderdak biedt aan het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof, gaat dat argument echter niet op.

Lees ook: Haags ongemak over missie in Afghanistan

Traumatische vergissing

En nu dus weer ‘begrip’ voor de liquidatie van Soleimani. Maar of je nu spreekt van ‘begrip’ of van ‘steun’, het strenge standpunt van de commissie-Davids dat Nederland bevrijdde van een traumatische vergissing, is nu een blok aan het been van het kabinet-Rutte III.

In december 2018 zei minister Blok dat hij een groepje wijze personen wilde laten uitzoeken of je in noodgevallen wellicht toch politieke steun kunt geven aan een strafbombardement op een land zonder volkenrechtelijk mandaat. Met andere woorden: is er een geitenpaadje te vinden?

Voorzitter van die wijze mensen werd hoogleraar criminologie Cyriel Fijnaut. De commissie is een paar keer bijeen gekomen, maar heeft de toverformule nog niet gevonden. Zo blijft Nederland vooralsnog te klein voor ‘steun’, maar iets te groot voor ‘begrip’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.