Opinie

Wonderland

Ellen Deckwitz

Een goede vriendin houdt tegen alle verwachting in Dry January vol en voelt zich daardoor fit, fris en vooral enorm verveeld. „Vooral op feestjes,” zucht ze. „Plotseling zie je hoe dom iedereen lalt, maar meepraat om de conversatie gaande te houden.”

„Dat zie ik nuchtere mensen ook vaak genoeg ook doen hoor, dat kan je echt niet alleen aan de drank wijten.”

„Opeens besefte ik hoe saai de rest van de mensheid is. Ik vermoedde het altijd al wel hoor, maar met een borrel op kon ik tenminste nog doen alsof het niet zo was.”

Misschien dat het contrast haar deed schrikken. Zelf drink ik niet, maar ik snap de voordelen. Lekker met zijn allen in de roes, gewoon even niet moeilijk doen. Zo leuk is het leven nou ook weer niet, en het sociale verkeer valt met wat verdoving op heel wat beter te harden.

Ik zie in mijn eigen omgeving bovendien steeds meer mensen die alcohol inzetten als pantser. Laatst was ik op een verjaardag waar om half negen ’s avonds het gros al aardig teut was en daardoor ook behoorlijk openhartig, de ontboezemingen vlogen je om de oren. Eén had een tweeling in de peuterpuberteit, drie lagen er in scheiding, meerderen dwaalden van flexcontract naar flexcontract en één had net zijn moeder verloren. Per rondje werd er driftiger getoost.

„Gelukkig is er nog drank”, lalde er eentje die me net had verteld dat haar vader ongeneeslijk ziek is. De verleiding om na al die verdrietige verhalen ook een slok te nemen was groot, en ik besloot naar huis te gaan.

Toen ik mijn jas aantrok, besefte ik dat ik me als niet-drinker in zo’n beschonken gezelschap vaak Alice uit Wonderland voel, omringd door flacons met „drink me” erop waar het in Wonderland van wemelt. Het probleem met die flesjes is echter dat Alice nooit zeker weet wat er na het drinken gebeurt. De ene keer zwelt ze op tot reusachtige proporties, de andere keer wordt ze zo klein dat ze kan verdrinken in een traan.

Waarom drinkt Alice eigenlijk in Wonderland, dacht ik toen ik op de fiets stapte. Zij bevindt zich tenminste nog op een bijzondere plek vol magische katten, narcistische insecten en assertieve planten. Mijn feestgenoten van die avond zouden een moord hebben gedaan om met haar van plaats te ruilen, even weg te kunnen van waar het bestaan hen tot dusver had afgeleverd. Misschien dat ze daarom hun bewustzijn aanlengden met drank, om maar even niet stil te staan bij het besef dat dit Wonderland niet is, en wat we ook naar binnen gieten, dat het dat ook niet zal worden.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.