Vrij zijn is...samen mozaïeken

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

In zwarte en rode glasscherven portretteert Wilma Valkenburg (68, grijze krullen) haar echtgenoot aan het stuurwiel van zijn boot. „Maar ik maak van alles.” Op haar telefoon scrolt ze door het mapje ‘Art’. Van het ronde blad van een terrastafeltje tot De kus van Gustav Klimt: Valkenburg bouwde het op uit scherven.

Vandaag mozaïekt ze met medebewoners van het Schiedamse ‘senior smart living’-project Park Entree. Samengebracht door Valkenburg werken ze aan een kunstwerk voor in de gezamenlijke lounge. Handgesneden Venetiaans smaltiglas – slechts twee fabrieken produceren het – wordt met zwarte lijm in kronkelende banen opgebracht op een enorme bol op een sokkel.

Marian Weeda (60, twinkelende ogen) richt een knijplampje op het kunstwerk in aanbouw. Naast haar baan in de thuiszorg mozaïekt ze al jaren. Tien jaar geleden kon ze hartje Schiedam twee honderd vierkante meter ruimte als atelier betrekken. Met vereende krachten werden er een toilet en een keukentje van de sloop in gezet. Al snel kwamen er allerlei mensen. Toen de huur steeg, zette ze mozaïekvereniging Stukjes en beetjes op.

Voor 30 euro per maand kunnen de leden vier dagdelen per week komen en vrijelijk putten uit bakken met scherven (van gekleurde glasplaten tot zorgvuldig gesloopte serviezen van de kringloop), lijm en voeg. Verder: een euro voor koffie. Soms doet ze een oproepje in de appgroep: „Wie wil de ramen zemen?”

Weeda: „Hier komt van alles. Het is leuk te zien hoe mensen contact maken. Ook als ik denk: die types horen helemaal niet bij elkaar.” Hun werk verrast haar regelmatig, ze leren van elkaar en soms doen ze elkaar na: „We hadden een dienbladentijd en een vogelhuisjestijd.”

Ze mozaïekt met autisten en schrijft met haar compagnon een plan om dementerenden en mantelzorgers naar het atelier te halen.

Achter klinkt het geluid van brekend glas. „Scherven brengen geluk.” Weeda lacht. „Je kunt breken, knippen of snijden. Maar alles met beleid.”

Oudste lid Hannie Bokslag (83, rood jasje) komt drie keer in de week met de rollator. „Kwartiertje heen, kwartiertje terug. Heb ik ook weer bewogen.” Ze werkt aan een tableau in de stijl van Hundertwasser. Huizen in alle kleuren, met fantasiebomen die tot in de hemel reiken. „Ik begon hier op zondag. Dat vind ik een moeilijke dag. De mensen hier zijn aardig. Ze helpen elkaar.”

Haar buurvrouw links werkt aan een ‘randomspiegel’ met een rand van oranje en blauwe steentjes „voor in de badkamer”. Rechts maakt iemand een grote gele Minion. „Word ik vrolijk van.”

Een vrouw staat op, haar duim bloedt. Je snijden hoort erbij. Bokslag: „Bij het toilet staat de doos met pleisters.”