‘Tijdens de kerkdienst stak hij zijn vingers onder mijn rok en trui’

Jehova’s Getuigen Honderden kinderen werden seksueel misbruikt binnen de Jehova’s Getuigen. Het misbruik werd toegedekt. „Toont de ‘zondaar’ berouw, dan wordt de zaak gesloten.”

Het rapport over misbruik bij Jehova’s Getuigen mag openbaar worden, heeft de rechter donderdag besloten. Oud-Jehova’s getuigen Henri Dahlem (links) en Marianne de Voogd (rechts).
Het rapport over misbruik bij Jehova’s Getuigen mag openbaar worden, heeft de rechter donderdag besloten. Oud-Jehova’s getuigen Henri Dahlem (links) en Marianne de Voogd (rechts). Foto Olivier Middendorp

Het begon toen Marianne de Voogd elf jaar was. Ze zat met andere kinderen uit haar Jehovagemeente aan tafel bij de ouderling thuis. „We kwamen daar vaak na de kerkdienst”, vertelt ze. „Om te kletsen of jam te maken.” Hij zat naast haar tijdens de lunch. „We hielden elkaars handen vast om te bidden. Hij begon met zijn vinger de binnenkant van mijn hand te strelen. Ik weet nog dat ik dat heel gek vond. Niemand zag het, want tijdens het bidden hielden we onze ogen dicht.” Daarna ging de ouderling, een man van boven de vijftig, steeds een stukje verder. „Hij kwam vaak naast me zitten, achterin in de kerk. Tijdens de dienst wreef hij met zijn handen over mijn been en stak hij zijn vingers onder mijn rok en trui. Hij hield er een grote bijbel voor, zodat niemand iets zag.”

Haar verhaal is een van de honderden verhalen van seksueel misbruikte kinderen binnen Jehova’s Getuigen Nederland, een christelijke gemeenschap met ongeveer dertigduizend leden. Donderdag bepaalde de rechtbank in Utrecht dat een onderzoek naar dit misbruik gepubliceerd mag worden. Jehova’s Getuigen Nederland wilde publicatie met een kort geding voorkomen.

Het onderzoek van Kees van den Bos, hoogleraar sociale wetenschappen en psychologie aan de Universiteit Utrecht, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, volgde na publicaties in dagblad Trouw en een motie van de Tweede Kamer om het misbruik in kaart te brengen.

Misbruik achter de bosjes

Marianne de Voogd moest regelmatig met haar ouderling mee in de ‘velddienst’: langs de deuren, zieltjes winnen, vertelt ze in de rechtbank van Utrecht, waar het kort geding woensdag achter gesloten deuren plaatsvindt. „Hij zocht de buitengebieden uit, tussen de boerderijen. Onderweg trok hij me achter de bosjes en dan begon het. Tongzoenen, betasten, overal knijpen, overal voelen. Dat moest ik ook allemaal bij hem doen. Hij wilde me leren hoe ik later met jongens moest omgaan. Maar ik was een kind. Ik droeg nog niet eens een bh’tje.”

Lees ook: Het soort dat niet terugdeinst

Ze durfde niets te zeggen. Niet tegen hem. Niet tegen haar ouders. „Ik was versteend. Hij was de ouderling! Een man met aanzien in onze gemeente. Het was ondenkbaar dat ik daar tegenin durfde te gaan. Hij zei bovendien steeds: ‘niemand zal je geloven’ en ‘als je toch wat zegt, gaan er hele erge dingen met jou gebeuren’.”

De Voogd, inmiddels al jaren uit de kerk, was „derde generatie Jehova”. Haar grootouders waren al lid. De kerk heeft haar familie verscheurd, vertelt ze. Haar moeder en broer zijn nog actief lid en hebben moeite met haar openlijke strijd tegen het misbruik. „Mijn broer zegt: op de sportclub worden ook kinderen misbruikt. Ja, zeg ik dan, maar daar halen ze de politie erbij.”

God zal het wel oplossen

Dat is, zeggen de ex-Jehova’s getuigen woensdagmiddag in de rechtbank, misschien wel het ergste: niet het misbruik zelf, maar de manier waarop er mee wordt omgegaan binnen de muren van de kerk.

Lees ook: Onderzoek naar misbruik bij Jehovah’s moet inzicht geven in patroon

Bij de stichting Reclaimed Voices, meldpunt voor slachtoffers van misbruik bij Jehovah’s Getuigen, kwamen vorig jaar ruim driehonderd meldingen binnen. Die hebben veel overeenkomsten, zegt voorzitter Raymond Hintjes. „Eén: het slachtoffer wordt onder druk gezet om niet over het misbruik te praten. Twee: er wordt geen professionele hulp gezocht. En drie: het is het woord van het slachtoffer tegen dat van de dader. We leggen het in Jehova’s handen, zeggen de ouderlingen. Oftewel: God zal het wel oplossen.”

Áls er al een zaak naar buiten komt, wordt het bewust stilgehouden en intern afgehandeld op basis van eigen religieuze procedures, vult Aswin Suierveld aan. Zij is theoloog en bestuurslid van Reclaimed Voices. „Dat betekent in de praktijk dat er twee getuigen nodig zijn. En dat degene die het misbruikt pleegt, wordt gezien als een ‘zondaar’, niet als een misdadiger. Toont hij geen berouw, dan volgt uitsluiting en moet hij de kerk verlaten om de gemeente rein te houden. Toont hij wel berouw, dan is hij terug op het rechte pad en wordt de zaak gesloten.”

‘Marianne is slechte omgang’

Zo ging het ook toen het misbruik van Marianne de Voogd aan het licht kwam. „De ouderling toonde berouw en mocht gewoon blijven.” De Voogd bleef hem tegenkomen in de kerk tot ze als 17-jarige werd uitgezet, omdat ze seks zou hebben met haar vriendje. „Er kwam een oproep van het gerechtelijk comité. Ik moest komen en berouw tonen. Maar dat kón ik niet, na alles wat er was gebeurd. Bovendien had ik niet eens seks met mijn vriendje gehad.”

Bij de volgende bijeenkomst werd opgeroepen: „Marianne is slechte omgang”. De Voogd: „Ik moest weg.”

Suierveld was zelf twaalf jaar Jehova’s getuige. Ook zij liep vast in de kerk. „Ik hoorde steeds vaker verhalen over seksueel misbruik, maar er werd niets aan gedaan. Ik kon daar niet meer mee omgaan.”

Het onderzoek van Kees van den Bos is bedreigend voor de kerk, stelt Suierveld. „Strikt genomen past seksueel misbruik niet binnen de geloofswereld van Jehova's getuigen. Er is geen ruimte voor het kwaad. Dit is het ware religie-denken. Het onderzoek tornt aan die existentiële overtuiging. Daarom wilden ze publicatie tegenhouden.”

Jehova-pleeggezin

Henri Dahlem bestaat niet meer voor zijn familie. Hij zegt het met een lach op zijn gezicht, maar zijn ogen lachen niet mee. Dahlem brak tien jaar geleden met de Jehova’s. Zijn jeugd bestond uit geweld. Hij werd als baby uit huis geplaatst en kwam als 4-jarig jongetje bij een Jehova-pleeggezin terecht. „De kinderbescherming heeft zitten slapen”, zegt hij. „Die mensen hadden een reputatie. De ouderlingen zijn nog aan de deur geweest, hoorde ik jaren later. Zij zeiden tegen mijn pleegouders: ‘Jullie kunnen niet voor een kind zorgen’. Maar mijn pleegouders zeiden dat het een opdracht was van Jehova. En dat was dat.”

Dahlem werd stelselmatig mishandeld. „Stokslagen, vernederingen. Het ergste was dat iedereen binnen onze kerkgemeenschap het wist en niemand ingreep.” Om die reden is hij vandaag in de rechtbank. „We moeten voorkomen dat andere kinderen binnen de Jehova-gemeenschap hetzelfde gaan meemaken. We maken ons in Nederland druk over de islam en hun sharia, maar vergis je niet: de Jehova’s hebben net zo’n eigenrecht. Met eigen gerechtelijke comités en straffen. Daar moet een eind aan komen.”

Door het onderzoek en het kort geding komt alles weer naar boven bij Marianne de Voogd. „Ik droom er weer over. Het maakt me zó boos dat de kerk dit onderzoek wil tegenhouden. Ze hebben ons nooit beschermd en gooien ook nu de deur weer in ons gezicht.”

Dan, strijdlustig: „Maar ik leef nog en het gaat goed met me. En door dit onderzoek kunnen de Jehova’s nooit meer ontkennen wat er is gebeurd.”