Opinie

Minder jeugdhulp? Zorg voor een ontspannen samenleving

Ggz Spreek niet te snel van psychische problemen bij individuele jongeren, maar dring de prestatiemaatschappij terug, schrijven en .

De crisis in de geestelijke gezondheidszorg kan niemand zijn ontgaan. Voorafgaand aan het Tweede Kamerdebat van afgelopen woensdag legde hoogleraar en psychiater Jim van Os de vinger nog eens op de zere plek (Chronisch zieken worden te ingewikkeld gevonden, 22/1). Vijf tips had hij voor Tweede Kamerleden, „om de ggz vlot te trekken”. Behartenswaardige tips. Maar bij een van de tips bijt Van Os zich in de eigen staart. Van Os beveelt aan: „Stop met de medicalisering van alle leed; maak mensen weerbaar”. Deze tip veronderstelt dat de medicalisering komt doordat mensen niet weerbaar zijn. Of anders, als mensen meer weerbaar zouden zijn, dan zou er minder medicalisering zijn.

Maar dan ziet Van Os een belangrijk punt over het hoofd en juist dat zou voor politici een belangrijk onderwerp moeten zijn. Van Os stelt: „Stress, werkdruk, perfectionisme, de nadruk op succes en uiterlijk vertoon – maak kinderen en tieners weerbaar zodat ze met de eisen van deze tijd kunnen omgaan. Dat is echt een publieke taak.” Van Os maakt nu echter van het gebrek aan weerbaarheid een individueel probleem. Maar juist dat neerleggen bij het individu is een probleem, en daarmee hou je de ogen dicht voor de olifant in de kamer. Namelijk dat we zelf een samenleving hebben gecreëerd waarin concurrentie, stress en werkdruk worden gestimuleerd. Daaraan zouden Tweede Kamerleden iets moeten doen. Dát is een publieke taak.

Steeds meer kinderen krijgen jeugdhulp, de aantallen blijven maar stijgen. In sommige gemeenten krijgt maar liefst een op de acht kinderen te maken met een vorm van jeugdhulp en meer dan vierduizend kinderen zitten noodgedwongen thuis. We zien hier individualisering en medicalisering: problemen worden toegeschreven aan kinderen en jongeren, en de oplossing moet van geestelijke gezondheidszorg komen.

Gezien de stijging van het aantal kinderen dat jeugdhulp nodig heeft wordt kennelijk steeds vaker de vraag gesteld: ‘Wat mankeert dit kind?’ De vraag veronderstelt een biomedisch probleem. De oorzaak en oplossing van het probleem worden in het kind gezocht. Niet kunnen voldoen aan de overspannen verwachtingen wordt al gauw beleefd als een persoonlijk falen. De inzet van jeugdhulp en een diagnose biedt dan voor kinderen, ouders en leerkracht een uitweg. Het werkt ontschuldigend; zie je wel, het ligt niet aan mij.

Concurrentiedrift en prestatiedrang

Nu is Nederland de meest competitieve economie van Europa en wereldwijd van plek zes naar plek vier gestegen in de ranking voor economisch concurrentievermogen. Moeten we daar blij mee zijn? Over de schaduwkant van groei en concurrentiedrift voor milieu en mens is al veel geschreven. Maar ook in het onderwijs zien we een keerzijde. Het onderwijs is steeds meer een wedstrijd geworden. CITO-scores, tussentijdse toetsen, targets, opgeschroefde normen bij vervolgonderwijs, hogere verwachtingen van ouders, openbare prestatielijstjes van scholen – de voortdurende druk op kinderen en onderwijzers is enorm.

Lees ook: Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over deze tijd?

Is het niet eens tijd om de prestatiedruk temperen? Kunnen we de kracht van de markt en de targets dempen? Kunnen we een werkstijl ontwikkelen om ‘het eenvoudig te houden’? Dan kunnen we ophouden met de problemen bij individuele tieners neer te leggen, die weerbaar gemaakt moeten worden „zodat ze met de eisen van deze tijd kunnen omgaan”.

Minder prestatiedruk in klaslokaal en huiskamer

Wie goed kijkt ziet een wipwap met aan de ene kant een stijgende geldstroom richting de jeugdhulp en aan de andere kant een afnemende geldstroom richting sportclubs, bibliotheken, muziekscholen, toneel en andere culturele voorzieningen; het bindweefsel van de samenleving. De plekken waar kinderen zich in rust kunnen ontwikkelen en de wereld kunnen ontdekken. Hier gaat iets mis.

Als we het tij willen keren moeten we de prestatiemaatschappij tussen haakjes zetten: niet alleen in het klaslokaal en de huiskamer, maar zeker ook in de Tweede Kamer. Een mooie, zesde tip aan Kamerleden zou zijn: onderzoek hoe we zo snel mogelijk af komen van onze eerste plaats op de Europese ranglijst van concurrerende economieën.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.