Studenten aan de Universiteit van Amsterdam volgen college in de Oudemanhuispoort

Foto Robin Utrecht/ANP

Interview

Liever even whatsappen dan de studieboeken pakken

Lennart Visser Onderwijskundige Lennart Visser promoveert donderdag op studieontwijkend gedrag van studenten. „Er zijn nou eenmaal opdrachten en tentamens waarvan je niet weet waarom je ze moet doen.”

Je moet studeren. Je kruipt achter je bureau. Je ziet de stapel boeken. Help! Een rotgevoel. Liever ga je whatsappen, de keuken opruimen, je oma bellen – alles beter dan die boeken. Maar ’s avonds volgt paniek: wéér niks gedaan, het tentamen is overmorgen al. En zo worden de negatieve gevoelens steeds groter.

Op deze spiraal – uitstelgedrag – promoveert onderwijskundige Lennart Visser donderdag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Visser werkt aan de Driestar hogeschool in Gouda. Hij raakte geïnteresseerd in het onderwerp toen hij in 2003 studentbegeleider werd op de lerarenopleiding pabo. Bij de één lukte het studeren wel, bij de ander niet of nauwelijks, zag hij, ook al was de vooropleiding ongeveer gelijk. Ruim zes jaar onderzocht hij uitstelgedrag onder pabo-studenten.

Wat is de reden van uitstelgedrag?

„Een belangrijke verklaring ligt in motivatie. Bij ‘grote’ uitstellers vroeg ik me geregeld af of ze wel de goede studie deden. Bij een aantal was de motivatie basisschoolleraar te worden er gewoon niet. Dan is het heel lastig gedrag te vertonen dat bijdraagt aan je doel, omdat je dat doel niet wezenlijk onderschrijft.

„Maar er speelt meer mee. Hoe goed je jezelf kent bijvoorbeeld, en of je kunt omgaan met tegenslagen. Kun je jezelf oppeppen als het even niet lukt? Loop je weg voor negatieve gedachten of herken je ze als ze opspelen? En vooral: geloof je in je eigen kunnen?”

Wordt er meer uitgesteld nu de smartphone er is?

„In onderzoek naar uitgestelgedrag in de jaren negentig, toen er nog geen smartphones waren, zie je dezelfde percentages. Er zijn altijd leukere dingen te doen, ook zonder smartphone. Ik denk wel dat de drempel voor afleiding nu heel laag is. Ik hoor vaak dat studenten het enorm druk hebben, maar als ik dan vraag hoeveel tijd ze aan hun opleiding kwijt zijn, valt dat enorm mee. Zonder dat ze het doorhebben doen ze twintig dingen tegelijk, maar doelgericht werken, diep leren, vinden ze lastig. Het valt me ook op dat studenten er vaak wel fysiek zijn, maar niet echt aanwezig. Ze zijn niet mindfull, om het modern te zeggen.

Wie zijn grotere uitstellers, jongens of meisjes?

„Ik denk zelf, maar dat heb ik niet onderzocht, dat jongens gevoeliger zijn voor externe motivatie: een taak die heel leuk is of iemand die tegen ze zegt dat het belangrijk is. Terwijl meiden zich meer met intrinsieke motivatie kunnen verbinden: iets doen omdat je het zelf wil. Dat is de meest ideale vorm. Maar daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Je ziet ook geen verschillen tussen landen, uitstelgedrag is universeel.

„Noors-Duits onderzoek vond een verschil tussen studenten in sociale studies en in de bèta- en technische hoek. Die eerste groep bleek gevoeliger voor afleiding.”

Heeft uitstellen ook voordelen?

„Vanuit het perspectief van de opleiding heb je natuurlijk het liefst een student die doelgericht kan studeren. Maar er is meer dan alleen opleiding. Ik gun studenten ook een sociaal leven en af en toe iets leuks doen. In mijn onderzoek zijn het trouwens juist de studenten met weinig uitstelgedrag die heel goed weten waar ze naar toe willen en wie ze zijn. Bij de grotere uitstellers zag ik meer twijfel.”

Welke rol speelt schaamte bij uitstelgedrag?

„De correlatie is heel hoog. Je kan in een spiraal raken: je doet iets niet, daar schaam je je voor, je lijdt eronder. Dat legt psychologisch een grote druk op je. Het kan een patroon worden van weglopen voor de waarheid. Soms gaan studenten niet meer naar college of hun werkgroep.

„Het grappige is wel dat studenten groepsopdrachten altijd prioriteit geven. Uitstellen doen ze vooral bij individuele opdrachten. Anders lijdt een ander eronder.”

Geven studenten tegenwoordig sneller op?

„Als ouder van pubers vraag ik me ook af of studenten nog wel gewend zijn om om te gaan met momenten dat het wat minder gaat. Er zijn nou eenmaal opdrachten en tentamens waarvan je niet weet waarom je ze moet doen, of waar je gewoon niks mee hebt. Dan zou het mooi zijn als je kunt denken: ik maak dit in twee uur af.”

Is er iets tegen uitstelgedrag te doen?

„Met hoogleraar Fred Korthagen, een van mijn promotoren, heb ik een training ontwikkeld van vier dagdelen. Studenten dachten dat we ze zouden leren plannen, maar ons uitgangspunt was dat ze dat al in zich hebben. Ik zei tegen ze: jullie zijn allemaal op vakantie geweest. Jullie hebben je koffer gepakt en zijn op tijd op het vliegveld aangekomen. Aanpakken, langetermijndenken, organiseren – dat kunnen jullie dus al. Jullie hebben dus geen excuus om je daarachter te verschuilen.

„Vervolgens leerden we ze hoe ze met zichzelf kunnen omgaan. Soms zit er een vogeltje op je schouder die zegt dat je het niet kunt of dat je dom bent. Hoe kun je dat herkennen en contact maken met wat jij wilt? Er is een uitstel-ik en een regie-ik. Door bewustwording en zelfsturing voorkom je dat je een slaaf wordt van je uitstelgedrag.

„Ze vonden dat eerst echt heel soft en zweverig. Maar studenten die de training hadden gevolgd, kwamen eerder van hun uitstelgedrag af dan de controlegroep. Ik vind dat er in het onderwijs meer aandacht mag zijn voor hoe je jezelf kunt sturen. Leren hangt vaak samen met hoe je met jezelf omgaat.”

Correctie: In een eerdere versie stond de promotiedag van Lennart Visser verkeerd. Dat is hier gecorrigeerd.