Inheemse Zweedse rendierherders herwinnen jachtrecht na 27 jaar

Sami van Girjas Sameby spanden een rechtszaak aan tegen de Zweedse staat over de rechten op jacht en visserij in het noorden.
Een Sami man uit Vilhelmina Norra Sameby plaatst een label bij een rendierkalf in 2016.
Een Sami man uit Vilhelmina Norra Sameby plaatst een label bij een rendierkalf in 2016. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Een groep inheemse rendierherders heeft na 27 jaar de exclusieve rechten op de jacht en visserij herwonnen in een gebied in het noorden van Zweden. Het Zweedse hooggerechtshof oordeelde donderdag dat de jachtrechten die ze in 1993 verloren, hersteld moeten worden, zo meldt The Guardian. Het gaat om een landstrook van zo’n dertig kilometer breed in het Arctische gebied.

De rechten in een strook van zo’n dertig kilometer breed en honderden kilometers lang moeten terug naar het nomadendistrict Girjas Sameby, waar de Sami-bevolking rondtrekt met rendieren. „Het is een historische overwinning die onze rechten op onze historische gebieden versterkt”, zei de voorzitter van het district tegen de Britse krant. „Het is een klap voor de Zweedse staat, die hopelijk betekent dat ze de rechten van ons Sami gaan respecteren.” Girjas Sameby begon in 2009 de zaak tegen de staat.

Bekijk ook deze fotoserie: De rendierherders van Lapland

In 2003 gaf Zweden de jachtrechten aan de landeigenaren, waardoor er meer jagers kwamen. Dit was een bedreiging voor de rendierhouderij, betoogde de advocaat van de Sami. Het hooggerechtshof baseerde zijn oordeel op historisch bewijsmateriaal, waarin werd aangetoond dat de Sami halverwege de achttiende eeuw exclusieve jacht- en visrechten hadden in het gebied. „Deze rechten zijn overgedragen aan de hedendaagse leden van het Sami-district”, concludeert het hof volgens The Guardian.

De rendierhouderij van de Sami in het noorden van Scandinavië gaat duizenden jaren terug. De nomadische bevolking spreekt een taal gerelateerd aan het Fins. De bevolkingsgroep heeft herhaaldelijk te maken gehad met discriminatie. In de jaren dertig van vorige eeuw werden kinderen van de inheemse bevolking door de Zweedse autoriteiten bij hun ouders weggehaald, naar kostscholen gestuurd en werd hun verboden hun eigen taal te spreken.