Als de ski-klungel mee op wintersport gaat

Wintersport De sleeplift is een uitdaging en elke piste is te steil voor die ene skiër in de groep die het niet kan. Hoe gaat zo’n vakantie tóch goed?

Foto NRC

Ik ben pas twee dagen aan het skiën, maar de onderkant van mijn lichaam voelt aan alsof ik drie weken hurkend in een loopgraaf heb doorgebracht. Een paar ellendige bochtjes naar beneden op weer zo’n ellendige Oostenrijkse berg, wacht een vriendin. Zij heeft dienst vandaag. Zij mag ervoor zorgen dat ik, dit hoopje hoogmoed, veilig beneden kom, terwijl de rest van de groep er dan al tien minuten staat. Ze is babysitter en skileraar in één. Ik zucht diep en kijk het dal in, naar de Stube met het zonneterras. Het is nog geen half uur na het ontbijt en ik heb nu al zin in de lunch.

Misschien had ik twee maanden eerder te ondoordacht ja gezegd toen mijn vrienden vroegen of ik meeging. In de eerste plaats omdat een ruime week op elkaars lip zitten in een appartement wel wat anders is dan wekelijks samen een avondje sportwedstrijden kijken. Maar ook: wintersport is die zeldzame vakantie waarop je daadwerkelijk iets moet kúnnen. Ga je all-inclusive naar Gran Canaria, dan is het enige wat je moet beheersen de sterke neiging om elke dag bij het buffet je bord vol te laden met snacks. Ik had tien jaar geleden voor het laatst op een berg gestaan en besloot in mijn oneindige wijsheid mee te gaan met ervaren skiërs.

Ik was het buitenbeentje, voelde me het blok aan het been, ook al zouden mijn vrienden dat nooit tegen me zeggen.

Lees ook over wat klimaatverandering voor de wintersport betekent: ‘Zonder sneeuw gaan we ten onder.’

Het is een herkenbaar fenomeen, bleek uit een inventarisatie via Twitter. Ruim zestig reacties kwamen op de oproep van NRC binnen. Anekdotes over geklungel bij de sleepliften, huilen vanwege hoogtevrees en valpartijen die een vroegtijdig eind van de vakantie – voor iedereen – betekenden.

Hoe kom je in de positie van groepsklungel terecht, en hoe blijft de wintersportvakantie toch leuk?

Les van de buschauffeur

Het begint meestal met overmoed. „Het is een beetje als met een rijbewijs: iedereen kan dit, hoe moeilijk kan het zijn?”, zegt Karlijn Hermans (29) uit Amsterdam. Ze had nog nooit geskied, maar wilde vijf jaar geleden graag met haar studievereniging mee. „Het was heel sneu: ik was de enige die nog nooit op ski’s had gestaan. De eerste dag begonnen we speciaal voor mij allemaal op de babypiste. De gedachte was: dan doen we dat een dagje, daarna zou ik wel meekunnen met de groep. Maar ik durfde die babypiste nog niet eens af.” De groep had maar budget voor één skileraar en één snowboardleraar, en aangezien de rest ervarener was en meer wilde leren, moest zij het anders regelen. „Uiteindelijk kreeg ik les van de chauffeur van onze tourbus.” Met het skiën zou het die week niet goed komen. „Op de laatste dag ging ik mee met de rest en ging het helemaal mis. Ik verloor een ski en iemand moest me komen redden. Ik heb er een halve dag over gedaan.”

Onderschatting is fout nummer een, zegt Jasper Rotgans. Hij was zo’n tien jaar skileraar in Oostenrijk en is nu directeur van wintersportcentrum Outdoor Valley Wintersport in Bergschenhoek. Mensen weigeren les te nemen, omdat ze dan weg zijn uit hun groep, of omdat ze hun vakantie niet ook ‘werkend’ willen doorbrengen, vertelt hij. Of ze komen wel naar les, maar willen die het liefst afraffelen om maar weer met vrienden en familie van de berg te kunnen. „Iemand is er pas klaar voor als hij of zij op de piste kan zorgen voor de eigen veiligheid en die van anderen. Over het algemeen heb je best wat lesjes nodig als je op nul begint.”

Soms komen mensen in problemen niet doordat zijzelf onderschatten hoe moeilijk leren skiën kan zijn, maar doordat ervaren medereizigers denken dat zij een beginneling in de groep wel kunnen meetrekken. Maurits Kappetijn (20) uit Schoonhoven bijvoorbeeld ging vorig jaar met zijn (inmiddels ex-)schoonfamilie op wintersport. „Ik zei dat ik ervan uitging dat ik les zou nemen, maar nee, hadden ze gezegd: wij nemen je mee, wij helpen je. Prima, dacht ik, zij hadden al dertig keer geskied. We begonnen rustig. Maar later op de eerste dag gingen we meteen van een rode piste af. Dat werd een drama, ik viel twee keer onderweg naar beneden.”

Arm in het gips

„Het is voor mensen die goed kunnen skiën heel moeilijk zich te verplaatsen in iemand die dat niet kan”, zegt Rotgans. „Ze hebben de beste bedoelingen, maar in de praktijk werkt het averechts.” Hij herinnert zich een vrouw die na een dagje les met de rest van haar groep mee zou gaan. Hij had haar geadviseerd dat niet te doen. „Een dag later kwam ze de gondel uit met haar arm in het gips, omdat haar familie had gezegd dat ze de rode piste wel aankon, terwijl ze tot dan toe alleen op de oefenweide had gestaan. Je kunt beter te lang op de blauwe piste blijven skiën dan te vroeg naar de rode overstappen.”

Groepsdruk is een valkuil. En die zorgt er ook voor dat de buitenbeentjes op wintersport zich opgelaten en ongemakkelijk voelen. In het geval van Kappetijn was het ook nog eens een groep op wie hij indruk wilde maken. „Ik kende de schoonfamilie nog niet heel goed, en die moesten me meteen uit de sneeuw tillen. Ze gaven me niet het gevoel dat het erg was, maar tuurlijk: je ziet ze élke keer beneden wachten en begint dan zelf te merken dat het vervelend begint te worden. Maar ze zeggen het niet. Iedereen wilde zich op die vakantie van zijn beste kant laten zien.”

Ook bij Karlijn Hermans waren er in haar week vakantie geen spanningen, maar ze stond wel buiten de groep. „Tijdens de après-ski praatten ze over de dag, maar dan kon ik niet meepraten. Ze vonden het gelukkig wel leuk mijn verhalen over mijn geklungel te horen.”

Een wintersportvakantie is een interessante casus voor groepsdynamiek, zegt sociaal psycholoog Monique Bekker. Ze schreef een handboek over dat onderwerp voor het hoger onderwijs en is eigenaar van BOP Advies, waarvoor ze begeleiding biedt in groepsprocessen. „Het begint al bij de druk die mensen voelen überhaupt mee te gaan. Die ontstaat als je met elkaar hebt afgesproken dat je een heel hechte groep bent, of dat nu waar is of niet. Mensen willen constant die groep in stand houden en gaan dan moeilijke thema’s uit de weg, zoals het besluit iemand wel of niet mee te nemen op vakantie, als je verder doorgaans samen met elkaar bent.”

Lees ook: meer over de wintersport, in onze special uit 2017.

Verkeerde verwachtingen

Als je langere tijd met een groep gaat doorbrengen, is het belangrijk dat je vooraf de juiste verwachtingen hebt. „Je moet nagaan waar je ja tegen zegt”, zegt Bekker. „Zo spreken mensen bijvoorbeeld af een culturele reis te maken, maar liggen ze vervolgens alleen maar op het strand. Daarnaast realiseren mensen zich niet goed wat het betekent om een hele week met elkaar op pad te zijn.”

Problemen ontstaan vooral bij minder hechte groepen, zegt ze: is een groep al lang bij elkaar, dan is de groep goed ontwikkeld en verbonden en nemen ze botsende persoonlijkheden eerder op de koop toe.

Als mensen willen voorkomen dat ze een blok aan het been worden, staat of valt alles met duidelijkheid. „Buitenbeentjes zijn het gevolg van niet goed doordachte groepsnormen en afspraken”, zegt Bekker. Je moet volgens haar vooraf bespreken wat het doel van de groep is op de wintersportvakantie, en dan al bedenken of het slim is mee te gaan: is het belangrijker dat iedereen het leuk heeft met elkaar, of gaat het om goed skiën?

Ook op de bestemming worden er vaak kleine en grote oplossingen bedacht voor en door buitenbeentjes, blijkt uit de inventarisatie. Soms doet een ervaren skiër een afdaling twee keer, terwijl de beginneling die in dezelfde tijd één keer doet. Soms wordt afgesproken elkaar tijdens de lunch pas weer te zien. Of mensen compenseren hun mindere prestaties op de berg door de leuke plekjes om te eten en drinken uit te zoeken, of ze zijn de chauffeur voor de groep.

Sophie Huijskens (31) uit Amsterdam blijft elk jaar trouw meegaan op wintersport, ook al vindt ze het skiën nog steeds niet leuk. Eerst ging ze met studievriendinnen, inmiddels met haar hockeyteam. Frictie is er nooit geweest, want haar groep is hecht en iedereen past zich zonder problemen aan elkaar aan. Soms pakt ze een blauwe afdaling als de rest een rode of zwarte neemt. Soms zijn er wat snowboarders bij die ook niet zo snel blijken te zijn – het loopt allemaal wel los. Haar groep doet elke dag een route en gaat van plek naar plek, dus ze bekijkt het skiën inmiddels functioneel. „Een paar liften om het gebied in te komen, dan koffie, een aantal liften richting de lunch en dan nog een paar om weer thuis te komen.”