Eugene Ruge aan zijn bureau in Berlijn, januari 2020.

Foto: Gordon Welters

Interview

In een luxehotel in Moskou wachtten zijn grootouders op hun mogelijke dood

Eugen Ruge In een roman over zijn grootmoeder laat Eugen Ruge zien hoe een communiste de terreur van Stalin kon overleven. „Mijn grootmoeder had niemand verraden, ze was zélf verraden.”

De grootmoeder van de Duitse schrijver Eugen Ruge was een gelovige. Een communistische gelovige, wel te verstaan. En dat bleef ze. Ook nadat ze eind jaren dertig in Moskou ternauwernood de Stalin-terreur had overleefd – waarin honderdduizenden werden omgebracht. Ook overtuigde communisten, die misschien niet zuiver in de leer waren. Of omdat ze iemand gekénd hadden die misschien niet zuiver in de leer was. Of omdat iemand zeí dat ze iemand gekend hadden die misschien niet zuiver in de leer was.

Toen haar volwassen zoon na zeven jaar strafkamp en acht jaar verbanning eindelijk naar Duitsland mocht terugkeren, wilde hij haar vertellen over de ontberingen die hij had doorstaan. Maar ze wilde er niets van horen. Ook over wat zij zélf in Stalins Sovjet-Unie had doorgemaakt sprak ze nooit. Aan het eind van haar leven dacht ze dat ze die geschiedenis kon meenemen in haar graf. Maar 33 jaar na haar dood heeft haar kleinzoon er een beklemmend boek over geschreven.

Metropol is een op authentieke documenten gebaseerde roman, die pijnlijk geloofwaardig laat zien hoe hardnekkig mensen in iets kunnen blijven geloven – ook tegen beter weten in. Daarmee zegt dat boek over zijn grootmoeder tijdens ‘de grote zuivering’ in Moskou in de jaren 1936 tot 1938, ook iets algemeens over mensen. Zelfs over mensen in ónze, veel minder gruwelijke tijd. En het wonderlijke is: ondanks haar ideologische verblindheid is het niet moeilijk om mededogen, en zelfs een zekere sympathie te voelen voor Charlotte, zoals de grootmoeder in het boek heet.

Eugen Ruge (65) is een bekende schrijver in Duitsland, vooral dankzij zijn familieroman In tijden van afnemend licht, gebaseerd op vier generaties van zijn eigen familie in de nadagen van de DDR. Van het dramatische en bij vlagen hilarische boek zijn sinds 2011 zo’n 650.000 exemplaren verkocht. Het werd bekroond, vertaald in vele talen (waaronder het Nederlands).

Op voorstel van de schrijver hebben we afgesproken in Bar Gagarin, in de modieuze Oost-Berlijnse Prenzlauer Berg. De Sovjet-kosmonaut Joeri Gagarin, naar wie het café is vernoemd, is in socialistische heldenstijl meer dan levensgroot op de muur geschilderd. Naast het raam hangt een officieel ogend schildje dat de vriendschap eert tussen de Sovjet-Unie en de DDR, met daarop de vlaggen van de twee verdwenen communistische landen.

„Dit hele decor is natuurlijk ironisch”, zegt Ruge. „Ten tijde van de DDR bestond dit café niet. Voor anderen is dit allemaal geschiedenis, maar voor mij is het een deel van mijn jeugd. Zo staat 12 april 1961, de dag waarop Gagarin de eerste mens in de ruimte werd, in mijn geheugen gegrift.”

Ruge werd geboren in de Sovjet-Unie. Toen hij twee jaar oud was werd de ‘eeuwige verbanning’ van zijn Duitse vader naar de noordelijke Oeral opgeheven. Met zijn Russische vrouw en de kleine Eugen kon hij naar Duitsland terugkeren. Ze kozen voor de DDR, waar Ruge opgroeide in een milieu van trouwe communisten, wiskunde studeerde en in 1988 naar het westen vluchtte. Een jaar later viel de Muur.

Op welke leeftijd ontdekte u dat uw vader in de Sovjet-Unie in een strafkamp had gezeten omdat hij een Duitser was, zware dwangarbeid had moeten verrichten en jarenlang verbannen was?

„Zolang ik me kan herinneren. Mijn vader was daar tegenover mij heel open over. Dat was uitzonderlijk. Zijn broer, die vergelijkbare ervaringen had, vertelde het zijn dochter pas toen ze vijftien was. Voor haar was het een enorme schok dat zoiets in de Sovjet-Unie mogelijk was. Zij was honderd procent volgens de communistische partijlijn opgevoed.

„Bij mij was dat niet het geval. Mijn vader [de in de DDR hoog aangeschreven marxistische historicus Wolfgang Ruge, red.] raakte steeds meer teleurgesteld in het zogenaamde ‘reëel existerende socialisme’. In kleine familiekring spraken we daarover. Maar nooit als mijn grootouders erbij waren.”

Die waren in de jaren dertig uit Hitler-Duitsland naar de Sovjet-Unie gevlucht. „Mijn grootmoeder werkte voor de geheime dienst van de Komintern, de internationale organisatie van communistische partijen, net als mijn stiefgrootvader. Op een dag werd ze opeens geschorst. Ze bleek bevriend te zijn geweest met een man die bij het eerste grote showproces was veroordeeld en geëxecuteerd. En zo’n vriendschap, hoe oppervlakkig ook, was ten tijde van het stalinisme niet best. Met haar man werd mijn grootmoeder ingekwartierd in een luxueus hotel in Moskou, Hotel Metropol.”

Daar wachtten ze anderhalf jaar lang angstig af hoe er over hun lot zou worden beschikt. Eveneens geschorste collega’s, die ook in het hotel zaten, werden stuk voor stuk ’s nachts door de geheime politie opgehaald, vaak een wisse dood tegemoet.

Toen Charlotte voor het eerst las dat hun kennis terecht stond in een van de showprocessen, vond ze dat absurd. Net als zij was hij uit nazi-Duitsland gevlucht, waar hij behalve als communist ook als Jood voor zijn leven moest vrezen. En nu zou hij in Rusland aan het hoofd staan van een fascistische groep en aanslagen op Stalin hebben beraamd?

Maar later verontschuldigde ze zich nederig in een brief aan de autoriteiten, dat ze die ‘moordenaar’ niet doorzien had. Die pijnlijke brief, die Ruge terugvond in een Russisch archief, is in Metropol afgedrukt.

Geloofde ze echt dat die inmiddels geëxecuteerde kennis een misdadiger was?

„Later, na Stalins dood en tijdens de dooi onder Chroesjtsjov, moet ze hebben begrepen dat het niet waar was. Maar op het moment dat ze die brief schreef geloofde ze dat vermoedelijk echt.”

Kwam die overtuiging voort uit angst, of uit trouw aan de ideologie?

„Ik denk dat het vooral door de ideologie kwam. In mijn boek komt de succesvolle Duitse schrijver Lion Feuchtwanger voor, die destijds Moskou bezocht. Als wereldberoemde auteur hoefde hij heus niet bang te zijn om gearresteerd te worden. Hij had een veel sterkere positie dan mijn grootmoeder. Hij woonde showprocessen bij en hij kon zien dat ze niet deugden.

„En tóch keurde hij goed wat daar gebeurde en was hij overtuigd van de schuld van de aangeklaagden. Want hij geloofde in het communisme, een ideologie die mensen zou bevrijden. Voor de ongerijmdheden ervan sloten ze hun ogen.

„Dit boek gaat over gelovigen ín het communisme, maar de vraag waarom mensen in iets geloven is natuurlijk algemener. Waarom geloven mensen bijvoorbeeld dat klimaatverandering niet plaatsvindt? En ook de mensen die er wél in geloven, gelóven er alleen maar in, de wetenschappers daargelaten.

„U en ik hebben de klimaatmodellen niet nagerekend. Wij geloven dat de door mensen veroorzaakte klimaatverandering plausibel is. Maar we moeten ons ervan bewust zijn dat we dat gelóven. Hoe het in dertig of veertig jaar met het klimaat gesteld is wéten wij niet.

„Dat ergens in geloven ontstaat uit verschillende dingen. Zoals je ook je biografie in de loop van je leven meerdere malen aanpast, zo maak je ook je opvattingen over de wereld passend om erin te kunnen overleven. Je verdringt dingen en maakt ervaringen groter of juist kleiner, want je moet met jezelf verder kunnen leven. Zo is het ook met je wereldbeeld.”

Maar als je je eigen waarnemingen niet meer vertrouwt omdat ze niet in je wereldbeeld passen, verloochen je jezelf.

„Dat is het risico. Maar het is heel moeilijk jezelf kritische vragen te stellen en zo je zelfbeeld ter discussie te stellen. Voor de meeste mensen is dat een afgrond. De waarheid is een ravijn. Geconfronteerd worden met harde feiten, en die onder ogen zien, kan je in een diepe identiteitscrisis storten.”

Was u niet bang, toen u het Komintern-dossier over uw grootmoeder kon inzien, dat u zou ontdekken dat ze mensen verklikt had, zoals velen deden om hun hachje te redden?

„Ik ben niet zo angstig. Maar mijn vader was er bang voor, hij wilde het dossier niet inzien toen hij die mogelijkheid had. Maar wat bleek: mijn grootmoeder had niemand verraden, ze was zélf verraden.”

Bestond ook in de DDR zo’n heel sterk geloof in het communisme?

„In het begin wel, maar in de tijd die ik bewust heb meegemaakt geloofde bijna niemand er nog in. De staatsideologie werd door de mensen ontmaskerd.

„Maar nu zie je dat allerlei overtuigingen weer heel onkritisch worden aangehangen en zo tot ideologie worden. Extreem-rechtse figuren die de Holocaust ontkennen bijvoorbeeld. Maar ook intellectuelen die vinden dat bepaalde schilderijen uit musea verwijderd moeten worden omdat ze schadelijk voor het volk of kwetsend zouden zijn.

„Een schrijfster betoogde onlangs dat Duitsland een voorbeeld moet nemen aan de VS, omdat daar veel meer leidinggevende mannen na #metoo zonder vorm van proces hun baan zijn kwijtgeraakt. De #metoo-beweging heeft belangrijke verdiensten. Maar het opgeven van het beginsel dat iemand onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, een centraal punt in een democratie, is een typisch stalinistische opvatting van het recht.”

Is er in Duitsland genoeg bekend over de omgang met het stalinisme, en hoe dat doorwerkte in de DDR?

„Vergeleken met de aandacht voor het fascisme is het relatief weinig. We moeten het er meer over hebben. Maar dat is vooral nodig in Rusland. Niet dat het daar verboden is.

„Metropol wordt in het Russisch vertaald en verschijnt in het voorjaar. Geen mens doet daar moeilijk over. Geen censuur die het verbiedt. Het probleem is alleen”, zegt Ruge met een zuinig lachje, „dat vrijwel geen mens daar zich voor die tijd interesseert.”