Reportage

‘Je gaat toch geen speler kopen die alleen op zaterdag inzetbaar is?’

Bekervoetbal In de jaren ‘70 was Jaan de Graaf de ster van IJsselmeervogels, dat donderdagavond na een knotsgekke serie penalty’s verloor van GA Eagles. Grote clubs wilden hem. Er was één probleem: op zondag speelde hij niet.

Jaan de Graaf is tegenwoordig van alles bij IJsselmeervogels. Erelid, sponsor, en trainer van een G-team dat hij zelf oprichtte en voor wie hij een jaarlijks trainingskamp naar de Algarve organiseert.
Jaan de Graaf is tegenwoordig van alles bij IJsselmeervogels. Erelid, sponsor, en trainer van een G-team dat hij zelf oprichtte en voor wie hij een jaarlijks trainingskamp naar de Algarve organiseert. Foto Olaf Kraak

Jaan de Graaf verontschuldigt zich uitgebreid voor zijn verlate komst. Hij was afscheid wezen nemen bij de terminaal zieke echtgenote van een vriend. Daar loop je niet gehaast bij weg. Het was heftig; de oud-voetballer moet er nog even van bijkomen.

De warmte van de dorpeling ten voeten uit. Al heeft hij op hoog niveau gevoetbald, Jaan de Graaf is een man van de eenvoud, in uiterlijk en gedrag. In spijkerbroek, grijze wintertrui, doorsnee jas, hoog opgeknoopte ruiten sjaal en op sportschoenen is de beste voetballer die Spakenburg voortbracht één van de jongens in het clubhuis van IJsselmeervogels. Normaal doen, is de code. Jaan is Jaan, een plaatsgenoot die zich niets moet verbeelden.

Doet-ie ook niet, al golft hij vaak met oud-ploeggenoten als Wim van Hanegem en Henk ten Cate, het enige licht elitaire trekje dat Jaan de Graaf vertoont. Van Hanegem is een huisvriend, die frequent in Spakenburg een bakkie doet.

IJsselmeervogels, de club waaraan Jaan de Graaf bijna genetisch is verbonden – 393 wedstrijden en 199 doelpunten – verloor donderdag in de achtste finale van het KNVB-bekertoernooi pas na een knotsgekke penalty-serie tegen GA Eagles, naast AZ’67 één van de twee clubs waar de toenmalige Spakenburgse sterspeler als profvoetballer actief was. De nederlaag deed pijn, maar was draaglijk vanwege zijn verleden bij de tegenstander. In de skybox genoot hij van een kleine reünie, met Van Hanegem, zijn ouwe Deventer teammaat Dick (‘Knakkie’) Schneider en als speciale gast Donny van de Beek.

Atypische voetballer

De inmiddels 64-jarige Jaan de Graaf, die twee dagen voor de wedstrijd in het clubhuis van de Spakenburgse ‘Rooien’ herinneringen ophaalt, was een atypische profvoetballer, omdat hij uit geloofsovertuiging weigerde op zondag te spelen. Dat hij in 1978 desondanks een contract bij AZ’67 tekende, haalde zelfs het Journaal.

„Die overtuiging kwam uit mezelf”, zegt hij. „In het dorp ging het verhaal dat ik mijn streng gelovige oma, bij wie ik vanaf mijn twintigste woonde nadat mijn ouders waren gestorven, had beloofd niet op zondag te voetballen. Maar dat was pertinent niet zo. Ik had heel sterk het gevoel van: Jaan, dit moet je niet doen.”

In de jaren zeventig vingen veel topclubs bot, waaronder Ajax, Feyenoord en PSV. Zelfs de koffer met 100.000 gulden cash die voorzitter Jaap van Praag en penningmeester Henk Timman namens Ajax meenamen kon hem niet verleiden. Tot Cees Molenaar namens AZ’67 belde. Of Jaan naar zijn Larense villa wilde komen. Ze moesten praten.

Jij komt naar AZ’67, zei Molenaar, want je hoeft bij ons niet op zondag te spelen. „Maar ze hadden het idee: als-ie hier een jaar loopt, zwicht hij wel voor de zondag. Dat was hun intentie, dat voelde ik”, zegt Jaan de Graaf, die nooit is gebogen.

Zo zit hij niet in elkaar. Jaan de Graaf is een vriendelijke kerel, die het conflict bij voorkeur mijdt, maar standvastig is-ie zeker. En een gewiekste onderhandelaar, zoals de broers Molenaar bij AZ’67 ondervonden. De marktkoopman uit Spakenburg peurde er een riante som handgeld uit. Wel 100.000 gulden, wil het verhaal. „Alles bij elkaar kwam het in de buurt van een ton”, zegt Jaan de Graaf met een besmuikte lach.

Uitzonderingpositie

Aldus werd hij in het betaalde voetbal een speler met een uitzonderingspositie, een status die zijn teamgenoot Van Hanegem allerminst beviel. ‘Jaan, in wezen kan het niet’, zei de Kromme meermalen. En hij had gelijk, zegt Jaan de Graaf nu. „Je gaat toch geen speler kopen die alleen op zaterdag inzetbaar is en op zondag voor een uitwedstrijd tegen pakweg PSV niet beschikbaar is?”

Maar Jaan de Graaf was in meer opzichten atypisch. Wie combineert het voetballen met een florerend koekbakkersbedrijf? Hij, samen met zijn zwager. Die bakte de koeken en Jaan de Graaf bracht ze op weekmarkten aan de man. Zware dagen, begreep ook AZ’67, dat hem verbood op wedstrijddagen te werken. Deed hij stiekem toch, tot de clubvoorzitter eens op een markt voor zijn neus stond. „Neuh, neuh, hij was niet aan het werk”, stotterde de betrapte speler. „Ik kom een bakkie doen.”

De afstand naar Alkmaar en de files in combinatie met het marktleven braken hem op. Bob Maaskant, manager van GA Eagles, lokte hem naar Deventer. Was maar een half uurtje rijden. En hij hoefde niet in de ochtenduren te trainen. „Als ik eens belde om een training over te slaan, zei trainer Spitz Kohn met dat accent van hem: ‘Kein problem, Jungen’.”

Ach Deventer, de Adelaarshorst en de fijne spelersgroep, Jaan de Graaf mijmert er graag over. Hij was er maar één jaar. De aanvaller was graag gebleven als Maaskant een marktplaats in Deventer had kunnen regelen. Maar de gemeente was niet te vermurwen, helemaal niet nadat Maaskants gelobby in de pers was verschenen en de marktkooplieden in opstand kwamen. Jaan de Graaf begreep het, maar was zakelijk teleurgesteld.

Genieten van het dorpsleven

Terug in de schoot van IJsselmeervogels, zijn club, waar hij van alles, maar vooral erelid, sponsor en invloedrijk is, geniet hij van het dorpsleven. In de ‘rooie’ sector, welteverstaan, want de ‘Blauwen’ van SV Spakenburg zijn de antagonisten, die woensdag keurig door Ajax met 7-0 op hun nummer zijn gezet. Zo voelt een ‘rood’ hart dat .

Welke rol hij bij IJsselmeervogels speelt? Hij zit eigenlijk overal een beetje in, maar vooral in de sponsorcommissie. Hij is zelf ook sponsor. Kan-ie goed, geld binnenhalen. Het hoofdveld is omzoomd door een woud aan reclameborden.

En Jaan de Graaf is trainer, van het G-team, dat hij zelf heeft opgericht. Al vijftien jaar traint hij elke woensdagavond een groep van zo’n 25 jongens en meisjes met een geestelijke beperking, voor wie hij ook een jaarlijks trainingskamp aan de Portugese Algarve regelt. Hij zoekt er zelf sponsors voor. En het geld stroomt binnen. Lachend: „Omdat ik zeg: als je niet betaalt, zet ik dat in de krant.”