De niet-bestaande ‘Nederlander’ krijgt er procenten bij

Koopkracht Volgens Nibuds jaarlijkse koopkrachtberekeningen gaat iedereen erop vooruit. Maar niemand past precies in ‘een koopkrachtplaatje’.

Beeld iStock, Bewerking NRC

De plannen en politieke beloftes voor 2020 lagen er al sinds Prinsjesdag. Nu kan iedereen zien of ze ook kloppen. Vooruitlopend op de eerste loonstrookjes van het nieuwe decennium, bracht budgetvoorlichter Nibud het jaarlijkse koopkrachtonderzoek uit.

De conclusie is simpel. De belofte van Rutte komt uit: iedereen gaat er op vooruit. Werkende tweeverdieners met kinderen het meest (sommigen 3,5 tot 4,5 procent), niet-werkenden (uitkeringsgerechtigden, gepensioneerden) het minst. Vooral bijstandsgerechtigden en gepensioneerden met een klein aanvullend pensioen zien nauwelijks verbetering, zij gaan er minder dan 1 procent op vooruit.

De koopkrachtcijfers van het Nibud zijn een resultante van het pakket aan maatregelen dat het kabinet voor dit jaar klaarzette, plus zaken als contractloonstijgingen en inflatie. Dat levert een reeks aan plussen en minnen op voor alle huishoudens.

Het ingezette kabinetsbeleid heeft forse invloed op de koopkracht. Een doorrekening van het beleid op 100 voorbeeldhuishoudens laat zien dat die er 0,1 tot 5,2 procent op vooruitgaan. Grote wijzigingen met veel invloed zijn onder meer de versnelde invoering van een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting (vervangt het vierschijvenstelsel), dat gepaard gaat met een verlaging van de loonbelasting in de drie hoogste schijven. Ook de verruiming van de regels voor de huurtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderbijslag tikken in positieve zin aan, net als de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.

Hypotheekrenteaftrek

Aan de negatieve kant is de verdere verlaging van de hypotheekrenteaftrek een factor. Die daalde van 49 naar 46 procent. Dat geldt ook voor andere aftrekposten als zorg- en ondernemersaftrek. De zelfstandigenaftrek wordt met 250 euro verlaagd.

Naast de beleidsmatige sturing van de koopkracht, zijn er ook nog de inflatie en de lonen. De inflatie, die in 2019 hoog was (2,6 procent) door onder meer een btw-verhoging en hogere energiebelastingen, daalt dit jaar naar 1,6 procent.

Voor de lonen houdt het Nibud op gezag van het CPB rekening met een gemiddelde contractloonstijging van 2,8 procent. Dat geldt niet voor werkenden zonder cao of zelfstandigen. De invloed van de lonen op de koopkracht varieert: 0,1 tot 4,9 procent.

Om een positief verhaal te kunnen brengen op Prinsjesdag, moet iedereen erop vooruitgaan. Lees hier meer over de lokroep van de koopkrachtplaatjes.

Vorig jaar leidde de koopkrachtvoorspelling van het Nibud tot kritiek. Veel mensen herkenden zich niet in de cijfers, en vonden ze te positief. Het Nibud heeft daarom de presentatie van de cijfers aangepast en meer details opgenomen in de Koopkrachtberekenaar, zoals doorrekeningen voor zelfstandigen. Tegelijk beseft het instituut dat de perceptie van koopkracht iets anders is dan de werkelijkheid: voorbeeldhuishoudens zijn nooit echte huishoudens.

Directeur Arjan Vliegenthart van het Nibud benadrukt dan ook dat „mensen niet in een koopkrachtplaatje wonen”. Ieder huishouden ondergaat veranderingen, ten goede en ten kwade. Wie van baan verandert, een kind krijgt, werkloos wordt, gaat scheiden, of verhuist, krijgt te maken met gigantische schommelingen in koopkracht die niet in modellen passen. Daar kan geen doorrekening van beleid of loon tegenop.