China versus Zweden: de diplomatie van het gebroken porselein

Mensenrechten De spanningen tussen China en Zweden lopen op. Zweden hecht aan mensenrechten en persvrijheid en de economische belangen zijn gering, dus de Chinezen durven.

De Chinese ambassadeur in Zweden Gui Congyou op 15 november 2019 in Stockholm
De Chinese ambassadeur in Zweden Gui Congyou op 15 november 2019 in Stockholm Foto Jonas Ekströmer / AFP

Vorig weekend ontving de Chinese ambassadeur in Stockholm, Gui Congyou, een cameraploeg van de Zweedse tv. In een grote, gebloemde fauteuil klaagde hij over de weigerachtigheid van Zweedse media, onder meer, „vriendschap, aardigheid, solidariteit en samenwerking te verspreiden”.

Hij is razend omdat de Zweedse PEN-club in november een Chinese dissidente uitgever met Zweeds paspoort, gevangen in China, een mensenrechtenprijs gaf. Veel Zweedse berichtgeving erover deed de ambassadeur denken „aan een scenario waarbij een bokser van 48 kilo almaar een bokser van 86 kilo voor een gevecht blijft uitdagen”. Als de lichtgewicht alle pogingen van de zwaargewicht negeert om hem ervan af te brengen, en zelfs thuis inbreekt bij de zwaargewicht, „welke keus denkt u dan dat de zwaargewicht heeft?

Dinsdag riep de Zweedse BZ-minister Ann Linde de ambassadeur op het matje om deze „onaanvaardbare bedreiging” aan het adres van journalisten. Gui Congyou heeft zo vaak mot met de media en de regering, dat het vermoeden rijst dat het probleem niet alleen zit in diens werkwijze, maar dat China Zweden gebruikt om de rest van de wereld iets te vertellen. „Het signaal is: dit kan gebeuren als je je niet gedraagt,” zegt Jerker Hellström, China-expert bij het Zweedse Agentschap voor Defensieonderzoek.

Uitbranders tegen Zweedse pers

De campagne tegen de media begon begin 2018, kort na het aantreden van de ambassadeur. In anderhalf jaar voer hij op de site van de ambassade 57 keer uit tegen Zweedse journalisten. Van incidenten als een satirisch tv-programma en een schermutseling tussen drie Chinese toeristen en hotelpersoneel maakte hij een rel. Vaker ging het over de Chinees-Zweedse uitgever Gui Minhai, die in 2015 in Thailand spoorloos verdween en later opdook in Chinese gevangenschap. Hij werd in 2017 vrijgelaten, maar in 2018 door de politie uit een trein gehaald, in aanwezigheid van Zweedse diplomaten. Hij is Zweeds staatsburger, dus komt Stockholm voor hem op.

Lees ook:Waarom de westerse wereld toch weerbaar blijft

Van de acht grootste Zweedse redacties verklaarden er laatst zeven al twee jaar geregeld te worden benaderd door de Chinese ambassade. Sommigen hadden meermalen op hun donder gekregen.

Beijing steunt zijn ambassadeur. Zo ontving een Göteborgse krant een mail van het Chinese ministerie, waarin stond dat samenwerking tussen twee landen steunt op respect, en valse verklaringen over China het vertrouwen hebben geschaad. Gui Minhai woonde in Göteborg, de stad van Volvo, dat in Chinese handen is. Hier staan zakenbelangen op het spel. De uithalen van de ambassadeur zijn geen incidenten, maar beleid.

President Xi Jinping zei eens dat „China afgebeeld moet worden als beschaafd land met een rijke geschiedenis, etnische harmonie en culturele diversiteit, als een oosterse macht met goed bestuur”. Volgens een rapport van burgerrechten-watchdog Freedom House worden „Chinese gezanten agressiever in hun confrontaties” met buitenlandse pers. Zweden wordt als enige Europese voorbeeld genoemd.

Toen cultuurminister Amanda Lind uitgever Gui Minhai in november (bij verstek) de Tucholskyprijs toekende, haalde ambassadeur Gui weer hard uit. Twee Chinese handelsmissies werden afgezegd. Lind is niet meer welkom in China. De uitgever was „een leugenaar en roddelaar” en de „producenten van deze farce (…) zullen de consequenties van hun daden dragen”. Premier Löfven zei: „Op zo’n dreigement gaan wij niet in. Nooit. Wij hebben vrijheid van meningsuiting hier in Zweden.”

Klein en kritisch

Zweden, het eerste West-Europese land dat relaties aanknoopte met communistisch China, had ondanks klare taal over mensenrechten zelden aanvaringen met China. Denemarken was maanden uit de gratie toen premier Rasmussen in 2009 de Dalai Lama de hand schudde. China verbrak diplomatieke relaties met Noorwegen toen de activist Liu Xiaobo in 2010 de Nobelprijs kreeg. Beide landen moesten diep door het stof om normaal contact te herstellen. Nu is Zweden aan de beurt – weer een noordelijk land. Dat is geen toeval, zeggen insiders. Nordics hechten aan mensenrechten en persvrijheid. En ze zijn klein. China kan hen tackelen zonder grote belangen op het spel te zetten. Minister Linde ziet dit als een Europees probleem, en heeft steun gezocht bij EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell en Europese collega’s.

Intussen denkt, behalve Japan, geen land zo negatief over China als Zweden. Wat dat betreft lijkt de „diplomatie van het gebroken porselein”, zoals het Chinese beleid weleens wordt genoemd, nogal contraproductief.