Beelden van Amerika in crisistijd

Fotografie Wright Morris vertelde met zijn foto’s het verhaal van Amerika in crisistijd, zonder dat hij daar gezichten voor nodig had.

Eroded Soil (1940), gemaakt in Oxford, Mississippi.
Eroded Soil (1940), gemaakt in Oxford, Mississippi. Foto Wright Morris/Foam

Uncle Harry is de enige mens die we te zien krijgen in het hele fotografische oeuvre van de Amerikaan Wright Morris (1910-1998). En dan nog niet volledig: we zien Harry op de rug, of met de blik naar beneden waardoor zijn gezicht schuilgaat achter zijn pet. Maar in één oogopslag weet je al veel van hem: een taaie, tanige man die het zware en armoedige leven leidt van een keuterboer in de lege staat Nebraska.

Wright Morris werd geboren in de buurt van Lone Tree, een plaatsje in Nebraska dat zó klein is , dat het intussen is opgegaan in een plaats met de wat overtrokken naam Central City. Zijn eigen jeugd op zo’n dirt farm, en het leven dat alle Uncle Harrys daar leiden, en daarmee wat het betekent om in jaren van crisis en oorlog Amerikaan te zijn, zouden de leidraad van zijn fotografie worden. Die is vanaf morgen te zien in fotografiemuseum FOAM in Amsterdam, dat in samenwerking met de Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs de eerste tentoonstelling in Nederland (en Parijs) over hem organiseert.

Uncle Harry Entering Barn (1947), gemaakt in Norfolk, Nebraska. Foto Wright Morris/Foam

Morris fotografeerde tijdens de Depressie van de jaren dertig en tijdens de Tweede Wereldoorlog een land in crisis – zonder het larmoyante dat aan die woorden kleeft. Zijn werk was juist heel sec. Hij toont niet de mensen, maar hun sporen en hun omgeving. „Er stond mij een geheel voor ogen van gebouwen en artefacten die tezamen de natie als geheel zouden vertegenwoordigen”, wordt hij geciteerd op een van de teksten in het museum.

Net als in de ‘objectieve’ fotografie van het Duitse echtpaar Becher brengt hij gebouwen – een graanschuur, een kerk, een bouwvallig en dichtgetimmerd houten huis – frontaal en zonder opsmuk in beeld. Van de mensen zien we artefacten: een versleten denim jasje hangend aan een spijker, oude laarzen op een houten stoel, het duizendmaal gebruikte bestek in een keukenla. Soms zien we letterlijk hun sporen, zoals in de pantoffels die nog onder het bed van de overleden ‘Ed’ staan: die staan nog naar de vorm van zijn voeten. Het zijn als het ware metaforen voor de mensen van wie dit het schamele bezit is.

Wright Morris had graag gefotografeerd voor de Farm Security Administration, een programma dat de Amerikaanse overheid in de crisis van de jaren dertig oprichtte. Fotografen werden het land in gestuurd om te laten zien hoe Amerika eraan toe was. Daar zijn beroemde beelden uit voortgekomen. Van Walker Evans bijvoorbeeld, en de migrantenmoeder van Dorothea Lange. Morris werd afgewezen: er waren geen mensen op zijn foto’s te zien. Waar was de emotie?

Foto’s met tekst

Morris had nog een ander groot talent: als schrijver. Hij ontwikkelde een mengvorm die hij ‘photo-text’ noemde. De tentoonstelling in FOAM, ontwikkeld door curator Hinde Haest, laat deze innovatieve vorm zien door aan de foto’s audiofragmenten toe te voegen waarin Morris uit eigen werk voorleest. Ze zijn te beluisteren onder een sound shower, een speciaal geluidssysteem. Ook hangen er spreads uit zijn drie ‘photo-text’-boeken: The Inhabitants (1946), The Home Place (1948) en God’s Country and My People (1968).

The Inhabitants is een groots opgezette weerslag van een roadtrip van 8.000 mijl die Morris eind jaren dertig maakte, van Georgia naar zijn thuisstaat Nebraska en daarna door via Kansas en New Mexico naar Californië, Wyoming en uiteindelijk Illinois. Zijn ambitie: „een overzicht van de staat van de natie” maken. Hij draagt het boek op aan zijn landgenoten in die moeilijke tijden: ‘For The Inhabitants, who know what it is to be an American’.

Gano Grain Elevator (1940), gemaakt in Kinsley, Kansas.
Foto Wright Morris/Foam
Reflection in Oval Mirror (1947), gemaakt in Norfolk, Nebraska.
Foto Wright Morris/Foam
Links: Gano Grain Elevator (1940), gemaakt in Kinsley, Kansas.
Rechts: Reflection in Oval Mirror (1947), gemaakt in Norfolk, Nebraska.

Foto’s Wright Morris/Foam

The Home Place daarentegen is een lopend verhaal, veel persoonlijker, over de semi-fictieve Clyde Muncy en zijn gezin. Deze Muncy wordt door de gentrificatie (tóén al) uit New York verdreven en overweegt een huis in zijn geboorteplaats in Nebraska te kopen. Dat was het huis van ene ‘Ed’ die volgens het verhaal kort daarvoor is overleden. Muncy’s verhaal is een drager voor Morris’ onderzoek naar zijn gevoel over de plek waar hij vandaan komt. Dat gevoel houdt hij tegen het licht door zich af te vragen of hij er opnieuw zou kunnen wonen, nu als volwassene. ‘Ed’s place’ symboliseerde voor hem het verdwijnen van het landelijke Amerika uit zijn jeugd, en de leegloop naar de stad. „Van de boerderij naar het dorp, het dorp naar het stadje, het stadje naar de stad, de stad naar de gróte stad, en dan opnieuw – zoals ik het heb beleefd – terug naar de open weg, onweerstaanbaar naar het westen getrokken.”

Erkenning

God’s Country and My People was een nakomer: op aanraden van zijn uitgever was Morris al in 1952 opgehouden met zijn ‘photo-text’-experiment . Het wilde maar niet lukken het publiek er enthousiast voor te krijgen, evenmin als de Farm Security Administration. „Ik was boos, gekwetst, gevangen tussen wind en hoogwater”, zei hij daarover. Hij legde zich daarna toe op het schrijven, en ging doceren aan San Francisco State University en Princeton.

Aan erkenning heeft het Morris overigens niet ontbroken. In de jaren 40 en 50 kreeg hij liefst drie keer een prestigieuze Guggenheim Fellowship. Het MoMA in New York kocht werk van hem aan, en de beroemde curator Edward Steichen nam hem daar in 1948 op in een overzicht van hedendaagse fotografie. Morris schreef negentien romans, waarvan er twee met de National Book Award zijn bekroond. Maar toch. Het voelt als gerechtigheid dat gerenommeerde instellingen in Parijs en Amsterdam nu zijn fotografie onder de aandacht brengen. Je gaat je ook afvragen: zou in onze tijd de mengvorm van tekst en fotografie wel aanslaan?

Zag Morris in Uncle Harry de man die hij zelf was geworden, als hij niet tijdig ontsnapt was naar de grote stad? Nebraska bleef hem bezighouden, als plek, maar meer nog als een gevoel. De dirt farm was een landschap waar hij tastbare herinneringen had, maar die ook een denkbeeldige locatie was geworden, beladen met persoonlijke en nationale betekenissen. „Als ik mijn neus tegen het glas van de herinnering druk om die scherper te zien, wordt het beeld uit de herinnering steeds vluchtiger”, valt te lezen in de zaal. In het potente mengsel van feit, fictie en herinnering wordt Lone Tree zijn eigen poolster en die van een snel veranderend land.

Wright Morris, The Home Place. 24 januari t/m 5 april in FOAM, Amsterdam. foam.org

Correctie (23-1-2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de tentoonstelling te bezoeken is vanaf 24 februari. Dat moet zijn vanaf 24 januari. Dit is hierboven aangepast.