Afval scheiden moet, maar heel Nederland doet het anders

Recyclen Afval bestaat eigenlijk niet, maar is een grondstof voor een nieuw product. Doel is de hoeveelheid afval waar niemand iets mee kan naar beneden te brengen. Maar hoe?

Foto Jerry Lampen/ANP

Afval scheiden rekenen we doorgaans niet tot de meest glorieuze evenementen in ons leven. Het moet gebeuren. Toch is het niet van belang ontbloot: je doet het enkele keren per dag en bovendien sta je er regelmatig bij te twijfelen. Hoort een zak chips bij het plastic afval of bij het restafval? Kan een gebruikt theezakje bij het biologische groente-, fruit- en tuinafval? Wat doe je met een beschadigd drinkglas? Een overbodige plastic kleerhanger? Een piepschuim schaaltje voor vleeswaren? De folie eromheen?

Voor wie het niet wist: er worden wekelijks congressen georganiseerd over hoe we in Nederland het best vuilnis kunnen ophalen. Sinds enige jaren geldt als uitgangspunt: afval opnieuw gebruiken. We willen afval bij voorkeur niet verbranden en al helemaal niet meer op een vuilnisbelt storten. Afval is een grondstof voor een nieuw product. Afval bestaat eigenlijk niet. Zo groeien we naar een ‘circulaire’ samenleving. Zodat we ‘duurzaam’ bezig zijn en Moeder Aarde met een gerust hart kunnen overdragen aan ‘nieuwe generaties’. Je herkent het ideologisch idioom.

Doel is de hoeveelheid afval waar niemand iets mee kan terugbrengen van gemiddeld 250 kilo naar 100 kilo en over vijf jaar 30 kilo per Nederlander. Dit heet ‘restafval’, een beklagenswaardige categorie die valt buiten allerlei interessante afvalstromen waaruit de wereld opnieuw fantastische producten kan vervaardigen: papier, textiel, glas, hout, plastic en metaal.

Veel Nederlanders worden verondersteld in de keuken, op het balkon, in de schuur en ook op kantoor en in de fabriek het afval te sorteren, zodat afvalbedrijven er gretig mee aan de slag kunnen en de Europese recyclingdoelstellingen halen. Maar of scheiden nuttig en noodzakelijk is? Of het efficiënt gebeurt? Daarover verschillen de meningen. Enorm.

Niet alle Nederlanders doen aan afvalscheiding. Vooral in plastic hebben mensen geen zin. Je mag als wethouder van een grote stad in sommige wijken al blij zijn dat de bewoners de troep niet van een galerijflat naar beneden kieperen of naast een ondergrondse container plaatsen. Mensen hebben in hun appartementen geen ruimte voor de containers waarin ze hun gesorteerde afval moeten gooien. Ze vinden het te veel moeite om met hun gescheiden zooi naar gemeentelijke containers te lopen.

Lees ook: Gemeenten en kabinet ruziën over afvalscheiding

Bovendien zijn er mensen die expres het gehate restafval in containers gooien die voor waardevolle herbruikbare materialen zijn bedoeld, zoals de container voor plastic, metaal en drankkartons, doorgaans afgekort tot PMD. Deze mensen worden verleid door wat je een ‘perverse prikkel’ kunt noemen: de voorkeur van milieubewuste gemeenten om tarieven te hanteren die stijgen naarmate je vaker of meer restafval aanbiedt. De verleiding is dan groot dit vuilnis te deponeren in andere bakken – lekker goedkoop.

En nog iets: er zijn ook gemeenten met het hart op de groene plaats die wél het gesorteerde afval ophalen, maar niet het restafval. Dat moet je zelf wegbrengen en dat wordt, schrik niet, ‘omgekeerd inzamelen’ genoemd. Wat doe je als burger in dat geval? Loop je gerust met je zak restafval over straat, geplaagd door afvalschaamte? Of meng je dit afval stiekem in andere containers?

Afvalbedrijven klagen

De afvalbedrijven klagen inmiddels ook. Zij signaleren dat het gescheiden afval steeds minder geschikt is voor recycling. „Wij willen schone afvalstromen, maar we zien in de praktijk dat de vervuiling toeneemt”, stelt een woordvoerder van de vereniging van afvalbedrijven. Zo werd in 2017 méér groente-, fruit- en tuinafval opgehaald, maar er werd minder compost van gemaakt. „Dat betekent dat de vervuiling is toegenomen.”

De meest vervuilde stromen gescheiden afval komen volgens de woordvoerder uit gemeenten waarin de tarieven afhangen van de hoeveelheid aangeboden restafval, en gemeenten waar ‘omgekeerd inzamelen’ is ingevoerd. „De reductie van restafval gaat ten koste van de gescheiden afvalstroom.” De afvalbedrijven willen vooral afval waarmee je eenvoudig nieuwe producten kunt maken, ‘hoogwaardig recyclaat’.

Er zijn mensen die vinden dat je maar beter kunt ophouden met het scheiden van plastic. Zadel de burgers er niet mee op en laat afvalbedrijven het spul er maar uithalen. Dat wordt in het jargon van de afvalwereld aangeduid als ‘nascheiding’. Rotterdam stapte daar vorig jaar op over en dat is een groot succes: er wordt tien tot twaalf keer méér plastic, metaal en drankpakken uit het restafval gehaald dan toen inwoners dat zelf nog behoorden te doen.

Wethouder Bert Wijbenga (VVD) is „zeer tevreden” over het eerste half jaar, liet hij onlangs weten. Ook Raymond Gradus, hoogleraar bestuur en economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, concludeert na eigen onderzoek dat gemeenten die aan nascheiding doen, méér herbruikbaar materiaal ophalen dan gemeenten die ‘scheiden aan de bron’, dat wil zeggen bij de inwoners thuis.

Lees ook: Maar in welke bak moet dit dan?

Ongeschikt afval

Een deel van het afval dat door gemeenten wordt opgehaald, blijkt bij aankomst bij de sorteerbedrijven ongeschikt als herbruikbaar materiaal, wordt afgekeurd en moet alsnog worden aangeboden aan de verbrandingsoven. Dat is ongewenst, en bovendien duur. „Nascheiding is beter voor het milieu en goedkoper voor de burger”, zegt Gradus.

De hoogleraar en voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau voor het CDA gaat een stap verder: je kunt beter helemaal stoppen met het scheiden van plastic uit restafval. „Het apart inzamelen van textiel is belangrijk. Dat leidt tot een grote besparing aan water, energie en transport. Maar bij plastic is die besparing beperkt. Het recyclen van kunststof is bovendien relatief duur.”

Ook Hugo Bellaart strijdt tegen het ‘scheiden aan de bron’. Het VVD-raadslid uit de gemeente Gooise Meren heeft zich vastgebeten in de kwestie, publiceert er regelmatig over, onder meer in NRC, en is verontwaardigd dat het scheiden van PMD gestimuleerd blijft worden – ja zelfs tot norm bij het ophalen wordt verheven. Bellaart: „Het scheiden van plastic, metaal en drankkartons leek ooit een goed idee, maar het blijkt een drama. Alle inspanningen van burgers en afvalindustrie leveren uiteindelijk een zinnig hergebruik op van niet meer dan 15 tot 20 procent. Ridicuul weinig. Waarom blijven we dat gescheiden inzamelen?

„Het inzamelen is ook drie tot vier keer zo duur als het ophalen van restafval”, zegt Bellaart. „Van het ingezamelde materiaal gaat 30 procent alsnog via een omweg de verbrandingsoven in, en voor nog eens 30 procent wordt zwaar betaald aan bedrijven die er overbodige bermpaaltjes van maken. Gemeenten, sorteerbedrijven en de verpakkingsindustrie hebben er de afgelopen jaren veel investeringen voor gedaan en die wil men nu beschermen. Maar ik zeg: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.”

De kwestie is actueel nu de gemeenten twee maanden geleden hebben ingestemd met een akkoord tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de bedrijven die verpakte producten op de markt brengen. Het akkoord moet een einde maken aan het geruzie over de kwaliteit van het aangeboden afval. Er komt een eenduidige, strakke controle op het aangeleverde spul, dat maximaal 15 procent mag bevatten van materiaal dat het sorteerproces kan verstoren.

Dus: geen kerstboomnetten die in machines vastdraaien. Geen volle pakken vla, chemisch en medisch afval, glas, papier, luiers, vlees en elektrische apparaten tussen het plastic. Geen plastic van grote afmetingen. Of van het materiaal gemakkelijk iets nieuws kan worden gemaakt, doet niet meer ter zake.

„We kregen vroeger geld voor het materiaal dat gerecycled kon worden. Vanaf nu krijgen we geld voor wat we aanleveren”, zegt GroenLinks-wethouder Lot van Hooijdonk van Utrecht. Als voorzitter van een commissie sloot zij het akkoord namens de VNG en ze is tevreden. „De producenten van plastic verpakkingen moeten nu voor de gehele bulk betalen. Zij zijn immers ook wettelijk verantwoordelijk.”

Het akkoord maakt hoe dan ook een einde aan de onduidelijkheid over wat je als brave burger in welke afvalcontainer moet deponeren. Pure winst, zou je zeggen. Toch hebben de afvalbedrijven bedenkingen. Zo is er een „reëel risico” dat burgers tuinstoelen, speelgoed en schrootjes die zijn gemaakt van hard plastic verzagen en als kleinere stukjes in de PMD-container deponeren. „Dat is een onwenselijke situatie”, schrijft directeur Robbert Loos van de Vereniging Afvalbedrijven. En wat te denken van „zeer zorgwekkende stoffen” in kunststof producten, en voorwerpen met batterijen en stroomdraden? „Dit vergroot de kans op onveilige situaties.”

Hoe lang scheidt de burger zijn plastic afval nog? Je zou zeggen: laat de sorteermachine dat maar doen. Wat betreft de kosten „maakt het niet veel uit”, zegt Maarten Bakker, onderzoeker resources en recycling aan de TU Delft. „Het nascheiden is duur doordat machines het materiaal moeten schoonmaken, wassen en sorteren. Het scheiden aan de bron is duur doordat je het apart moet ophalen. Plastic is bovendien heel licht, je vervoert lucht.”

Fabriek versus burger

Ook verpakkingonderzoeker Ulphard Thoden van Velzen van de Wageningen Universiteit noemt het verschil tussen scheiden in de fabriek en scheiden door de burger „lood om oud ijzer” als het gaat om kosten. „In steden met hoogbouw, toeristen en studenten zal ‘nascheiding’ meestal beter werken en in plattelandsgemeenten meestal ‘bronscheiding’.”

Wel vindt hij dat burgers die verondersteld worden zelf te scheiden, geholpen moeten worden. „Controleer of er goed wordt gescheiden. Zet een afvalcoach in.” Of steden hun inwoners opzadelen met het scheiden, hangt natuurlijk ook af van de politieke kleur van het bestuur.

Daar tegenover staat dat de sorteermachines „steeds beter worden”, zegt directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds, een stichting die namens de verpakkende bedrijven de kosten voor inzameling en recycling van verpakkingsafval aan gemeenten vergoedt. „Als u het mij persoonlijk vraagt, dan verwacht ik dat over tien jaar er alleen nog aan nascheiding wordt gedaan.”

Staf Depla, voormalig PvdA-Kamerlid en oud-wethouder in Eindhoven, was adviseur bij de onderhandelingen over het akkoord tussen VNG en de verpakkende bedrijven. Hij stelt: „Er wordt van de keuze tussen bron- en nascheiding een soort Hoekse en Kabeljauwse twist gemaakt. Terwijl beide aanpakken zich ontwikkelen, betere rendementen halen, elementen van elkaar overnemen. En daar ontstaat dan een aanpak uit die misschien gedifferentieerd wordt naar soort woonwijk of materiaal.”

Je zou als brave burger, heen en weer geslingerd tussen emoties en intellectueel vermalen tussen opvattingen en professionele belangen, de indruk krijgen dat het wellicht beter is helemaal te stoppen met het scheiden van plastic. Maar dan vergissen we ons! Met deze stap zouden we het kind met het badwater weggooien, zeggen de meeste van onze geraadpleegde deskundigen.

Lees ook: Naar de supermarkt? Eerst even je afval inleveren graag

Als je het materiaal goed sorteert, is 80 procent herbruikbaar, stelt onderzoeker Maarten Bakker. „Het perfecte systeem bestaat nog niet. Daarvoor worden te veel compromissen gesloten, vooral om kosten te drukken. Maar de overgang naar een duurzame maatschappij is geen gratis picknick; je moet er iets voor over hebben.”

Ook onderzoeker Thoden van Velzen wil niet te negatief doen; dat van het ingezamelde PMD slechts 15 tot 20 procent zinnig wordt hergebruikt, is „onzin”. Van alle kunststofverpakkingen kun je 46 procent „waardevol” noemen, althans in 2017, het laatste jaar waarvoor dergelijke gegevens geanalyseerd zijn. Hij aarzelt aanvankelijk de beweringen van anderen van commentaar te voorzien: „Ik ben gestopt met het corrigeren van onzin waar ik niet voor verantwoordelijk ben, want dan heb je geen leven in dit dossier.”

En trouwens, of Nederland nu wil of niet: voor alle lidstaten van de EU geldt een plicht tot recyclen. Vooralsnog haalt Nederland de doelstellingen ruimschoots, maar binnenkort worden de doelstellingen verscherpt. Zodat we de aarde met een gerust hart kunnen overdragen aan ‘nieuwe generaties’.

Onderzoeker Thoden van Velzen: „Mensen die zeggen dat plastic scheiden duur is en klagen over de kwaliteit hebben zeker een punt. Er is onvoldoende ‘polymeer zuiver recyclaat’ beschikbaar. Deze transitie duurt dertig jaar. Dat er moet worden betaald aan bedrijven die van plastic bermpaaltjes maken, is tijdelijk. Verpakkingen moeten recyclebaar worden en gelijktijdig moeten er nieuwe recyclingtechnieken komen. Het moeilijkste moet nog komen.”