Opinie

Zonder ‘schuldgevoel’ drugs consumeren

Lotfi El Hamidi

Annabel Broer, voorzitter van de Jonge Democraten, maakt zich ‘drug’, omdat ze vindt „dat elke jongere veilig en zonder schuldgevoel drugs moet kunnen gebruiken”. Het is een van de filmpjes op sociale media waarin bekende en minder bekende Nederlanders pleiten voor het legaliseren van drugs, onderdeel van de #ikmaakmedrug-campagne van D66. ‘Legale verkoper of crimineel: van wie stop jij liever drugs in je keel?’, zo luidt een van de slogans. Of: ‘Verbieden heeft geen zin, die drugs komt er toch wel in.’ Vintage D66.

„We zien dat criminaliseren het drugsgebruik niet verder terugdringt”, zegt Broer door de telefoon. Sterker nog, het gebruik lijkt juist toe te nemen, beweert ze. En daarom kun je beter „pragmatisch zijn en de genotsmiddelen legaal aanbieden. Net als met alcohol en tabak.”

Genotsmiddelen, is dat geen eufemisme? En waren we niet juist bezig met het ontmoedigen van alle nare gewoontes, van roken en drinken tot het nuttigen van vlees? „Naja, genotsmiddelen is een groepsterm, daar vallen vele soorten drugs onder”, zegt ze. „Drugs op zich is een brede term. Alcohol en tabak zijn in zekere zin óók drugs, en die zijn maatschappelijk nog schadelijker.” Volgens Broer gaat het om „acceptatie”, en dat je drugs net als drank en sigaretten op een veilige manier zou moeten kunnen consumeren.

Is de roep om legalisering niet weer een elitaire aangelegenheid, een hobby van een kleine groep mensen die vooral zonder wroeging van drugs wil genieten? Hoe zit het met de ‘onderkant’ van de samenleving, de desastreuze effecten van drugs binnen kwetsbare groepen in moeilijke wijken? Legaliseren zou die groepen juist kunnen helpen, denkt Broer. „Het manifest wordt niet alleen onderschreven door D66 maar ook door maatschappelijke instanties, zoals de advocatuur en de verslavingszorg.”

Het klinkt allemaal logisch en overzichtelijk, en daarom te mooi om waar te zijn. In tegenstelling tot de internationaal strak van bovenaf gereguleerde tabaks- en alcoholindustrie, is de drugsmarkt veel anarchistischer. Andere belangen, andere spelers, geografisch ook onmogelijk om te controleren. Op de radio hoor ik D66-leider Rob Jetten zeggen dat hij zich kan voorstellen dat je cocaïne ook op „een goede manier” zou kunnen reguleren. Hoe dan, vraag ik me af, door handelsverdragen te sluiten met het Colombiaanse Medellínkartel? En hoe zit het met de bloedige achterkant van deze lucratieve handel?

Annabel Broer erkent „de schaduwkant”, en ziet een rol weggelegd voor de overheid „om te onderzoeken wat realistisch is”.

Toekomstmuziek, lijkt me. Tot die tijd zou ik me er niet al te ‘drug’ om maken.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.